Vragen van Neruda aan Lindner

(In Vragen van Neruda reageert een dichter op drie vragen uit het Boek der Vragen van Pablo Neruda. Deze keer: Erik Lindner.)

Wat doet een vlieg die gevangen zit
in een sonnet van Petrarca?

Vliegen lijken op elkaar. Dat wil niet altijd zeggen dat ze dezelfde zijn. Die van Petrarca lijkt echt vast te zitten, want ik vind hem nergens terug in zijn brieven. Wat wel jammer is. Die gaan weer over Petrarca's vrijheid. Maar over die vlieg in dat sonnet: als die daar gevangen zit, blijft die daar gevangen.

Lees meer "Vragen van Neruda aan Lindner" »

Vragen van Neruda aan Gelèns

(In Vragen van Neruda reageert een dichter op drie vragen uit het Boek der Vragen van Pablo Neruda. Deze keer: Hélène Gelèns.)

Is het waar dat in een mierenhoop
de dromen zijn voorgeschreven?

Ja. Zelfs in de vrije ruimte zijn dromen voorgeschreven. Maar waarom zou iemand dromen wat is voorgeschreven?

Lees meer "Vragen van Neruda aan Gelèns" »

Vragen van Neruda aan Woudsma

(In Vragen van Neruda reageert een dichter op drie vragen uit het Boek der Vragen van Pablo Neruda. Deze keer: Co Woudsma.)

Zal ik mijn lichaamsgeur en kwalen
nog hebben als ik ontslapen ben?

Lichamelijke kwalen: daar heb je na je dood in elk geval geen lást meer van, lijkt me. En een kwaal die nooit meer kwelt is geen kwaal meer.
   Geestelijke kwalen: hangt er minstens van af of er een leven na de dood is. En daar zijn de mensen het nog niet over eens. (Ik heb het liefst geen mening.)
   Lichaamsgeur: indien aanwezig zal ze eventjes blijven. Maar vrij snel wordt de stank ondragelijk, heb ik eens gelezen. Maar ook die stank verdwijnt weer.
   Ik (die deze vraag op mezelf betrek) hoop dat in mijn gedichten iets geconserveerd zal blijven:
Is het mijn stadse charme,
zijn het mijn onbespoten oksels?

Lees meer "Vragen van Neruda aan Woudsma" »

Vragen van Neruda aan Lauwereyns

(In Vragen van Neruda reageert een dichter op drie vragen uit het Boek der Vragen van Pablo Neruda. Deze keer: Jan Lauwereyns.)

Wie mag ik vragen wat ik
op deze wereld ben komen doen?

Mij, Pablo, of jij jou.

Komt de Herfst legaal in het land
of is dat seizoen clandestien?

De Herfst pleegt een bloedige staatsgreep. Wat volgens het oude regime clandestien heet, blijkt straks legaal. Je hebt nog geen kamp gekozen, mijn beste? Doe dat nou maar snel.

Waarom lacht de watermeloen
als ze haar vermoorden?

Ze lacht altijd, ze heeft heel haar leven gelachen, diep in haar binnenste. Snij gerust verder, zou ik zeggen.

Vragen van Neruda aan Bruinja

(In Vragen van Neruda reageert een dichter op drie vragen uit het Boek der Vragen van Pablo Neruda. Deze keer: Tsead Bruinja.)

Wat heeft de boom geleerd van de aarde
dat hij kan praten met de hemel?

De boom zag de bergkruin verdwijnen in het wolkendek en strooide zaadjes op haar rug.

Vogels werden overdag verleid door stevige takken en weelderig bladerdek. De duttende beesten werden `s nachts ongemerkt uitgehoord door mieren die in hun kop kropen aan de ene kant en er aan de andere als een dropveter weer uit rolden.

Ondergronds strekten de bomen hun wortels naar hun soortgenoten en trokken zich niets aan van landgrenzen, asfalt of de waarheid.

Lees meer "Vragen van Neruda aan Bruinja" »

Vragen van Neruda aan Boelsma

(In Vragen van Neruda reageert een dichter op drie vragen uit het Boek der Vragen van Pablo Neruda. Deze keer: Estelle Boelsma.)

Hoe spreek je met de vogels
af hoe hun spraak te vertalen?

vogels in de boom zijn steeds maar weer merels
tweemaal zwarte koffie is gelijk aan vogel
ik drink vogel: mijn koffie is merelgebroed

Lees meer "Vragen van Neruda aan Boelsma" »

Vragen van Neruda aan De Beule

(In Vragen van Neruda reageert een dichter op drie vragen uit het Boek der Vragen van Pablo Neruda. Deze keer: Norbert De Beule.)

Zal ik mijn lichaamsgeur en kwalen
nog hebben als ik ontslapen ben?

Oh ja, we gaan met zijn allen steeds harder stinken.
Mijn grootste angst? Harder stinken dan de anderen!
Vroeger dacht ik dat dichters geen winden lieten.
Nu weet ik helaas beter.

Ikzelf heb het gevecht met spuitbussen, afwasteiltjes,
geurige kruiden op terassen al lang verloren. Al blijf ik
doorgaan met flossen en drollen doorspoelen. Hoe lang nog?

En mijn andere kwalen?
Blijf ik ook na mijn dood nog dingen uitstellen?
Laat ik mails nog langer onbeantwoord?
Blijf ik doorgaan met het najagen van wind?

Lees meer "Vragen van Neruda aan De Beule" »

Vragen van Neruda aan Schouten

(In Vragen van Neruda reageert een dichter op drie vragen uit het Boek der Vragen van Pablo Neruda. Deze keer: Rob Schouten.)

Zal mijn ongelukkige dichtwerk
blijven kijken met mijn ogen?

Het is überhaupt de vraag of mijn dichtwerk, dat ik niet ongelukkig zou willen noemen, wel met mijn ogen kijkt. Ik merk dat ik in mijn gedichten soms heel anders kijk dan overdag met mijn bloedeigen ogen. Maar afgezien daarvan hoop je natuurlijk dat je dichtwerk een beetje van jou blijft, iets van jou representeert en nee, niemand garandeert je dat. En zo vrees ik dat de ogen van bijvoorbeeld Eliot, Pessoa of Auden bijziende door de bril van het heden naar ons kijken.

Lees meer "Vragen van Neruda aan Schouten" »

Vragen van Neruda aan Ramon

(In Vragen van Neruda reageert een dichter op drie vragen uit het Boek der Vragen van Pablo Neruda. Deze keer: Renaat Ramon.)

Kun je me liefhebben, alfabet,
en geef je me een substantieve zoen?

Zal ik de klinkers minnaars noemen,
de medeklinkers maîtresse, simultaan?
Ik onderhoud ze allen. Punctueel.
Ik houd hun kleuren in mijn hand.
Ik houd van ze, ik bemin de zwarte A
zoals door Francesco Griffo gesneden
voor Kardinaal Bembo en Manutius Aldus.
Ik houd van de vergulde initialen
en de heldere weelde van blauw
in de Très belles heures du Duc de Berry,
van het qwertyklavier op een Remington,
van alle schreefloze karakters waarin het werk
van Elburg is gezet, Elburg Jan G.
En ik geloof dat de liefde wederkerig is:
vooral de blanke alef houdt van mij,
maar ook de x en de omega
en zeker de sonore Bodonische O.

Lees meer "Vragen van Neruda aan Ramon" »

Vragen van Neruda aan Möhlmann

(In Vragen van Neruda reageert een dichter op drie vragen uit het Boek der Vragen van Pablo Neruda. Deze keer: Thomas Möhlmann.)

Hoe moet een mens het schuim meten
dat afglijdt van het glas bier?

Niet.

Wie beval me de deuren te rammen
van mijn eigen hoogmoed?

Niemand.

Wat betaalt de Herfst toch steeds
met al die gele biljetten?

Niets.

Vragen van Neruda aan Mirck

(In Vragen van Neruda reageert een dichter op drie vragen uit het Boek der Vragen van Pablo Neruda. Deze keer: Hanz Mirck.)

Sterft de vader die leeft in je dromen
opnieuw als je wakker wordt?

Mijn vader is zo vitaal en zo oud dat ik in elk gedicht rekening houd met zijn dood. Maar... hoezo opnieuw'? Wat is dat voor suggestieve vraag? Zo als 'de trein van elf uur vertekt over een kwartier'. De werkelijkheid uit onze dromen gaat inzichzelf door als we wakker zijn, zoals een trein het station weer verlaat waat je moet uitstappen maar in slaap viel.

Lees meer "Vragen van Neruda aan Mirck" »

Vragen van Neruda aan Tonk

(In Vragen van Neruda reageert een dichter op drie vragen uit het Boek der Vragen van Pablo Neruda. Deze keer: Florence Tonk.)

Hoor je niet ook het gevaar
in het schateren van de zee?

Franklin D. Roosevelt deed ooit de welbekende uitspraak: “Het enige dat we moeten vrezen is de vrees zelf.” Vervolgens sloot hij tienduizenden Amerikaanse Japanners op in concentratiekampen op Amerikaans grondgebied. Toch blijven die woorden op zichzelf waar en actueel. Helemaal nu de angst zo’n grootse winstmaker blijkt voor politici tot en met autoverkopers. De moraal van dit verhaal: wantrouw jezelf als je alleen gevaar hoort. Soms hoor ik alleen het gevaar en op andere momenten ook of alleen, de muziek. Dan kan ik schrijven.

Lees meer "Vragen van Neruda aan Tonk" »

Vragen van Neruda aan Van de Vendel

(In Vragen van Neruda reageert een dichter op drie vragen uit het Boek der Vragen van Pablo Neruda. Deze keer: Edward van de Vendel.)

Waarom beweeg ik zonder te willen,
waarom kan ik niet bewegen?

Het raarste bewegen dat ik van mijn lichaam ken is wat mijn bovenbenen willen als ik op een te grote hoogte sta. Ze beginnen dan namelijk aan de rest van mijn lichaam te sjorren. Ze denken er hardop bij, en ze klinken vrij overtuigend: ‘Kom nou!’ roepen ze tegen de rest van mijn lijf, ‘Kom, die rand over! Stap over dat muurtje, van hier naar de diepte is een avontuur. Vliegen kunnen we, we zullen luchtfietsen, ozonstruikelen, verdorie, kom nou!’.
Suïcidale bovenbenen worden het, op te grote hoogte. Moet samen met de rest van mijn lichaam altijd weer flink aan de bak om nee te schudden. Aan de waaromvraag zijn we, door al dat bovenbeengeworstel, nooit toegekomen.

Lees meer "Vragen van Neruda aan Van de Vendel" »

Vragen van Neruda aan Schaffer

(In Vragen van Neruda reageert een dichter op drie vragen uit het Boek der Vragen van Pablo Neruda. Deze keer: Alfred Schaffer.)

Is inderdaad de droefheid niet wijd
en flinterdun de weemoed?

Wie weet. Zolang je er maar niet in gaat zwelgen. Ik heb geen behoefte de droefheid op te meten, maar ik geloof graag dat die wijder is dan ik kan bedenken. Melancholie is verraderlijk. Als je niet oppast is het de dood in de pot, net als nostalgie. De geruite pantoffel onder de sentimenten, de meest linke slaappil die er te slikken is.

Lees meer "Vragen van Neruda aan Schaffer" »

Vragen van Neruda aan Kuiper

(In Vragen van Neruda reageert een dichter op drie vragen uit het Boek der Vragen van Pablo Neruda. Deze keer: Elmar Kuiper.)

Wat heeft de boom geleerd van de aarde
dat hij kan praten met de hemel?

Ik scheid de entiteiten boom, aarde en hemel: Je hoeft een boom niet te leren boom te zijn. De aarde is geen leermeester. Met haar takken praat een boom met de hemel en met haar wortels fluistert zij met de aarde. De boom vindt haar fundament in de aarde, haar wortels voeden zich met hemelwater.

Lees meer "Vragen van Neruda aan Kuiper" »

Vragen van Neruda aan Van Leeuwen

(In Vragen van Neruda reageert een dichter op drie vragen uit het Boek der Vragen van Pablo Neruda. Deze keer: Joke van Leeuwen.)

Spuwen de o's van de locomotieven
rook, vuur en stoom?

Ik zie geen andere o's van rook dan de o's die onze voorvaderen, nog pijprokend zonder vrees voor een vroegtijdige dood of vermindering van de spermakwaliteit, tussen hun o-ronde lippen, met de tong naar voren voor het gat in het midden, uit hun mond lieten komen. Opa's als locomotief. O, wat mooi.

Lees meer "Vragen van Neruda aan Van Leeuwen" »

Vragen van Neruda aan Naudé

(In Vragen van Neruda reageert een dichter op drie vragen uit het Boek der Vragen van Pablo Neruda. Deze keer: Charl-Pierre Naudé.)

Sie je niet dat de appelboom bloeit
om in de appel te sterven?

     Meneer Ambassadeur, ’n pragtige reël. U het bo alle twyfel ’n mooi manier van ’n ding stel. Maar as derde sekretaris is dit my taak om te vertaal: waar ék my bevind, hier in suidelike Afrika, sien ek slegs die doringboom wat groei om in sy dorings te sterf. (Appels groei in die Paradys, waar die vergrype veel meer onskuldig is.)
     U bedoel onder meer dat alle lewe sterflik is behalwe die sterfgang self, wat sigself gedurig herhaal en wesens oplewer, en daarom is niemand eintlik sterflik nie? Pragtige leuen! (Heel knap! U is diplomaat, nie altemit nie.) Hierdie benadering word soms pessimistiese optimisme genoem … ’n interessante idee wat hier te lande gedurig aan die armlastiges verkoop word deur die bevoorregtes (u ken die tendens): "Julle kleine appeltjies wat geen geld of inkomste het nie, het julle géén dankbaarheid nie? Dink tog aan die nuwe boom waaraan julle hang, Godverdomme! … ‘n Nuwe boom groei nie tot volwassenheid in een dag nie…"

Lees meer "Vragen van Neruda aan Naudé" »

Vragen van Neruda aan De Roode

(In Vragen van Neruda reageert een dichter op drie vragen uit het Boek der Vragen van Pablo Neruda. Deze keer: Alexis de Roode.)

Wat betekent doorzetten
in het slop van de dood?

Kinderen verwekken voor het dier, poezie schrijven voor de mens.

Lees meer "Vragen van Neruda aan De Roode" »

Vragen van Neruda aan Moeyaert

(In Vragen van Neruda reageert een dichter op drie vragen uit het Boek der Vragen van Pablo Neruda. Deze keer: Bart Moeyaert.)

Bestaat er iets treurigers op de wereld
dan een stilstaande trein in de regen?

Er bestaat veel treurigers dan een stilstaande trein in de regen. Sterker nog: soms wens ik dat ik op een stilstaande trein zit, lezend, erg lang onderweg, buiten regen.

Waarom lacht de watermeloen
als ze haar vermoorden?

Ik denk niet dat ze altijd lacht.

Als ik de zee weer zie
heeft de zee mij wel of niet gezien?

Natuurlijk heeft de zee u gezien. Ze heeft u zelfs aangeraakt.

Vragen van Neruda aan Boskma

(In Vragen van Neruda reageert een dichter op drie vragen uit het Boek der Vragen van Pablo Neruda. Deze keer: Pieter Boskma.)

Zal mijn ongelukkige dichtwerk
blijven kijken met mijn ogen?

Zolang mijn ongelukkige ogen blijven kijken naar mijn dichtwerk.

Zullen er Tjechoslowaken of
schildpadden opstaan uit jouw as?


Omdat er zijn geen Tsjechoslowaken meer zijn, moeten het wel schildpadden wezen, sterke overlevers, dus dat zit wel goed.

Hoeveel kerken heeft de hemel?

Aangezien de hemel een onafzienbare kathedraal is, luidt het antwoord: nul, want wie bouwt nou een kerk in een kerk? Wel bevinden zich in de hemel, daar zijn talloze ooggetuigenverslagen van, vierhonderdvierenveertig genadekapellen voor Onze Lieve Vrouwe Zelf, opdat ook de niet-katholieke mensen en dieren die per ongeluk de hemel bereiken, weten dat Zij de Vierde Persoon Gods is.

Vragen van Neruda aan Van Zuiden

(In Vragen van Neruda reageert een dichter op drie vragen uit het Boek der Vragen van Pablo Neruda. Deze keer: Henk van Zuiden.)

Is een woordenboek een graf
of een gesloten korf met honing?

Een woordenboek is meestal een gesloten korf met honing. Je hebt geen Dathe-pijp en evenmin luchtige lichtgekleurde kleding nodig om er bij te kunnen. Net als de smaak van honing, de plek waar de korven staan is bepalend voor de soort: het gezochte woord of betekenis kan verrassend zijn. Dat merkte ik jaren terug eens met een woord dat ik had gebruikt in een gedicht. Opeens stond in het mooi linnenblauw gekafte home-erotisch woordenboek dat het ‘behangen’ waar ik het over had (….”kom dan vannacht mijn kamer behangen”) een synoniem was voor met elkaar neukende jongens. Daar had ik niet aan gedacht, ik dacht puur aan een jongen in versleten werkkleding die met stroken behang op een trapleer staat te balanceren. Niet dat ik daar geil van zal worden, maar het is wel aangenaam om naar te kijken. Heel anders dan naar iemand die in de schuur van een overgeromantiseerde boerderij kippen aan het nekken is, of iemand die bezig is met een rituele slachting van een schaap. Hoewel dit laatste ethisch gezien verkiesbaar is boven de 24-uurs economiegelieerde onchristelijke slachtpartijen in een moderne vleesfabriek. Omdat het daar dagelijks kan gebeuren dat varkens nog levend aan een haak de schroeioven in gaan. Je hoeft geen dichter te zijn om je te kunnen voorstellen hoe hels pijnlijk dit is.

Lees meer "Vragen van Neruda aan Van Zuiden" »

Vragen van Neruda aan Hirsch

(In Vragen van Neruda reageert een dichter op drie vragen uit het Boek der Vragen van Pablo Neruda. Deze keer: Lucas Hirsch.)

Sterft de vader die leeft in je dromen
opnieuw als je wakker wordt?

Ik droom vaak raarder dan je denkt. Dat de man die zich voordoet als mijn vader door mijn raam klautert, mij aangrijpt, vastklampt zelfs en ik de ruimte om me heen vertel dat ik wees ben. Droste in het donker.

Is een woordenboek een graf
of een gesloten korf met honing?

Zoemden alle lettergrepen maar zo fijn dat ik er honing van kon bakken! Dat zouden zoete broden opleveren. Hup naar de keuken en delven dat graf! Het as plakt aan de natte oven!

Mag ik vragen aan mijn boek
of ik het echt heb geschreven?


Dovenmansoren, ik hoor het zelf niet eens meer. En maar vragen stellen dat ventje!

Vragen van Neruda aan De Paris

(In Vragen van Neruda reageert een dichter op drie vragen uit het Boek der Vragen van Pablo Neruda. Deze keer: Didi de Paris.)

Waarom kunnen de armen het niet
begrijpen als ze niet meer arm zijn?

Er is niets poëtisch aan armoede. Bovendien zit ik in een van de plekken op aarde die tot de rijkste gebieden op aarde behoren. Gelukkig zal het niet lang meer duren voor ze weer overstromen. Verder kan ik het niet helpen dat hun politiek I.Q. beneden hun schoenmaat ligt.

Lees meer "Vragen van Neruda aan De Paris" »

Vragen van Neruda aan Godijn

(In Vragen van Neruda reageert een dichter op drie vragen uit het Boek der Vragen van Pablo Neruda. Deze keer: Wouter Godijn.)

Is inderdaad de droefheid niet wijd
en flinterdun de weemoed?

Nee, het omgekeerde kan ook. Beide gevoelens zijn heel veranderlijk. Ze kunnen ook in elkaar veranderen.

Wie beval me de deuren te rammen
van mijn eigen hoogmoed?

Iemand die zijn hoogmoed wil doorbreken kan beter geen deuren rammen, dat maakt het alleen maar erger. Mijn advies: afwassen (geen machine gebruiken), of slingers ophangen. Grasmaaien is ook een goede remedie. Hierbij wel enigszins voorover gebogen lopen.

Wie geeft de namen en nummers
aan de onnoembare onschuldige?

Het kan zijn dat het niets uitmaakt. Anders zou een tweede onnoembare onschuldige mogelijk heel geschikt zijn. Ze kunnen de zaak dan samen afwikkelen. Maar ik blijf het gevoel houden dat mijn buurvrouw deze taak ook tot een goed einde zou kunnen brengen - een vriendelijke, zo op het oog ongecompliceerde (ik ken haar niet goed), hulpvaardige vrouw.

Vragen van Neruda aan Groenewegen

(In Vragen van Neruda reageert een dichter op drie vragen uit het Boek der Vragen van Pablo Neruda. Deze keer: Hans Groenewegen.)

Zal mijn ongelukkige dichtwerk
blijven kijken met mijn ogen?

Uw vraag is onverdragelijk pathetisch. Alleen het woord 'ongelukkige' al. Alsof u om complimentjes verlegen zit. Daarbij, uw dichtwerk heeft nooit met uw ogen gekeken. Het kijkt met de ogen van steen, beek, wind, boom, gras, as en en met de ogen van vogel, vis, amfibie, rund, kat, insekt, worm en met de anonieme ogen van levenden en doden. U ziet, uw larmoyante vraag dwingelandt tot complimenten. Toch, uw vraag laat, ongewild misschien, het verschil zien tussen poëzie en praat. Als benauwde vraag van een anonymus in een ademend gedicht was hij op zijn plaats geweest. Dan was ze een verzuchting om verlossing, niet een kleinzielig ijdel heffen van uw nog vlezige schouders tegen handen die in de lege tijd de verborgen deur van een onbekende seconde om op te kloppen zoeken.

Lees meer "Vragen van Neruda aan Groenewegen" »

Vragen van Neruda aan Crielaard

(In Vragen van Neruda reageert een dichter op drie vragen uit het Boek der Vragen van Pablo Neruda. Deze keer: Jet Crielaard.)

Wat betaalt de Herfst toch steeds
met al die gele biljetten?

Ik ken alleen herfst met gele en rode bladeren, als ik de gele gift van de herfst opraap houd ik een rode loper naar de lente over. Bedankt herfst.

PS: ik heb me nog afgevraagd waarom hij niet met rode biljetten betaalt en kwam tot de conclusie dat de rode bladeren verbleken naarmate ze de lente naderen, dus roze worden. Bij geel is dat wit maar bij wit denk ik aan onschuld, en dat past niet bij de lente. Bedwelmend roze wel.

Waarom lacht de watermeloen
als ze haar vermoorden?

De watermeloen wordt niet vermoord maar mondig gemaakt. Als ik geboren zou zijn zonder mond had ik ook gewild dat iemand een schijf, tussen neus en kin, wegsneed. En lachen. Tot zover mijn meloenempathie.

Wat betekent doorzetten
in het slop van de dood?


Als zonjunk in het donker, turend door een rietje, toch nog lijntjes licht vinden.

Vragen van Neruda aan Moors

(In Vragen van Neruda reageert een dichter op drie vragen uit het Boek der Vragen van Pablo Neruda. Deze keer: Els Moors.)

Wat heeft de boom geleerd van de aarde
dat hij kan praten met de hemel?

De hemel en de boom praten met elkaar. De boom leert denk ik net zoveel van de aarde als de aarde van de boom.

Waarom heeft de zoete kers
zo'n verdomd harde pit?

De pit verdwijnt door de maag van velen, hoe zoeter hoe heerlijker, bijgevolg moet de kersenpit, wil hij zeker zijn dat er nog kersen na hem komen, behoorlijk hard zijn om daar te belanden waar hij moet eindigen. De grond.

Hoeveel kerken heeft de hemel?

Alle kerken zoals ik ze ken hebben maar een hemel. Dat zou moeten betekenen dat er veel verschillende 'hemelen' zijn, aangezien er toch op aarde veel kerken zijn. Dat betekent ook dat elke afzonderlijke Hemel noodzakelijkerwijs maar een kerk kan hebben. Als ik mij daarentegen een ander soort hemel probeer voor te stellen wil ik dat ze zoals de aarde is. De aarde heeft veel kerken.

Vragen van Neruda aan Boog

(In Vragen van Neruda reageert een dichter op drie vragen uit het Boek der Vragen van Pablo Neruda. Deze keer: Mark Boog.)

Als ik dood ben en het nog niet weet,
wie vraag ik dan hoe laat het is?

Vraag niets. Zometeen kom je wat te weten.
(De quasi-poëtische - of moet ik zeggen: semi-diepzinnige - toon van sommige vragen geeft me een begin van jeuk, overigens. Maar goed, ik zal ze serieus nemen. Domme vragen leveren domme antwoorden op, dat wel. Daar kan ik niets aan doen.)

Wie kan de zee bewegen
redelijk te zijn?

Begin met deltawerken. Heropen daarna de onderhandelingen.

Heb je weleens bedacht welke kleur
April voor de zieken heeft?

Groen.

Vragen van Neruda aan Te Bokkel

(In Vragen van Neruda reageert een dichter op drie vragen uit het Boek der Vragen van Pablo Neruda. Deze keer: Pim te Bokkel.)

Misschien is een onzichtbare ster
voor zelfmoordenaars de hemel?

Is het de glans van een vuurvliegje, de weerspiegeling van de zon in de gegalvaniseerde deksel van een vuilnisemmer, een kind dat beneden met een zaklicht speelt? Zijn het de dingen beneden; de tegels, de stoeprand die erbij ligt als de dag ervoor en zich betreden laat door mannen en vrouwen met overtollige hoeveelheden haar op de kuiten?
Er beweegt zich iets in de man. Een vraag is het. Een vraag die zich van het punt waar hij de richel door de zool van zijn gympen gewaar wordt naar boven beweegt. Door zijn kuiten en hoger in de maagstreek blijft hangen.
“Er is zo weinig dat ik weet,” prevelt de mens. Hij ademt. Beweegt zijn rechterhand naar het punt van de walging en kijkt de dingen vragend aan. De dingen rond de gracht en op de stoep die even minuscuul als dwergen en tegelijkertijd zo ongrijpbaar op hem overkomen.
“Hmm…” zegt de wind die zijn kans schoon ziet. Van achter, door de metalen constructie van de brandtrap, over de dakbedekking benadert hij de man, strekt zijn vingers en duwt. Het lichaam buigt zich over de richel, wankelt en ziet de afgrond in.
“Ja…” denkt de man en laat het gaan. Hij voelt vrijheid.
De glinstering van de zon in de gracht en de vuilnisemmer, alles tekent zich steeds scherper af. Elke tel. Elke tel ziet de zelfmoordenaar zichzelf meer in alles gereflecteerd.
“Hoe eenvoudig de wereld,” denkt de sterveling. Hij glimlacht ontspannen.

Lees meer "Vragen van Neruda aan Te Bokkel" »

Vragen van Neruda aan Verzett

(In Vragen van Neruda reageert een dichter op drie vragen uit het Boek der Vragen van Pablo Neruda. Deze keer: Peggy Verzett.)

Is inderdaad de droefheid niet wijd
en flinterdun de weemoed?

wanneer de droefheid wijd is en mijn weemoed flinterdun
lig ik met mijn rug tegen een bergkam

adem een goed leven binnen het valse
tegenstrever van ieder begin

zerpe lucht en strapatsen
op het bevroren meer liggen ze op hun rug een refrein
van een oude boeren lied mee te zingen

Lees meer "Vragen van Neruda aan Verzett" »

Vragen van Neruda aan Kregting

(In Vragen van Neruda reageert een dichter op drie vragen uit het Boek der Vragen van Pablo Neruda. Deze keer: Marc Kregting.)

Hoe spreek je met de vogels
af hoe hun spraak te vertalen?

Uitventend?

Wie mag ik vragen wat ik
op deze wereld ben komen doen?

Barman?

Wie schreeuwden het uit van vreugde
toen het blauw geboren werd?

Adelschalenbehangers?

Vragen van Neruda aan Dee

(In Vragen van Neruda reageert een dichter op drie vragen uit het Boek der Vragen van Pablo Neruda. Deze keer: Daniël Dee.)

Zal mijn ongelukkige dichtwerk
blijven kijken met mijn ogen?
   

Wat een absurde vraag. Er bestaat geen dichtwerk – ongelukkig of niet – dat kijkt met de ogen van zijn maker. Een dichtwerk wordt bekeken of zo je wilt: gelezen. En als je het mij vraagt is dat door ogen die veelal ongelukkig zijn. Het moment van gelukzaligheid realiseer je je altijd pas achteraf. Wat altijd nog beter is dan de blik van ontzetting die ik in ogen heb gezien van hen die mijn cocon kwamen bekijken. Ik hecht nu eenmaal geen waarde aan het inrichten van een woning. Mijn appartement is voornamelijk functioneel.

Lees meer "Vragen van Neruda aan Dee" »

Vragen van Neruda aan Vekemans

(In Vragen van Neruda reageert een dichter op drie vragen uit het Boek der Vragen van Pablo Neruda. Deze keer: Herlinda Vekemans.)

Waarom kunnen de armen het niet
begrijpen als ze niet meer arm zijn?

Drie losse meemaakseltjes:
1) Ooit zag ik een niet-westerse vrouw uit een arm land pas aangekomen in een Belgisch gezin op haar hurken voor een draaiende wasmachine, in peinzen of kijken verzonken.
2) Onlangs stond er een foto in de krant van een vluchteling op het strand van Tenerife die geholpen werd door een toerist daar.
3) Ik zag in een stuk over Leuven dat de term ‘Derde Wereld’ door een Amerikaanse prof in het Engels vertaald was als Two-Thirds World.

Vele armen, en hopelijk komt er nog eens een tijd dat Neruda’s vraag gesteld kan worden. Een stuwende en muzische vraag?

Lees meer "Vragen van Neruda aan Vekemans" »

Vragen van Neruda aan Komrij

(In Vragen van Neruda reageert een dichter op drie vragen uit het Boek der Vragen van Pablo Neruda. Deze keer: Gerrit Komrij.)

Wie beval me de deuren te rammen
van mijn eigen hoogmoed?


Het is verleidelijk de draak te steken met zulke dichterlijke pseudo-wijsheden. Wie ried me af de ramen te lappen van mijn eigen bescheidenheid?

Zullen er Tjechoslowaken of
schildpadden opstaan uit jouw as?


Dit is een vermomming van de vraag: wil je een appel of een peer? Waarop het antwoord altijd moet luiden: een banaan.

Hoeveel kerken heeft de hemel?

Strikvraag. Alsof we niet weten dat de hemel één verschrikkelijke kerk is, waar het kind met het waterhoofd rondspookt.

Vragen van Neruda aan Ariaans

(In Vragen van Neruda reageert een dichter op drie vragen uit het Boek der Vragen van Pablo Neruda. Deze keer: Sven Ariaans.)

Waarom herinneren oudjes zich
niets van schulden of brandwonden?

Wat zeg je me nou, Pablo, meen je dat werkelijk? Even afgezien van Altzheimer-patienten (god hebbe hun geheugen) is mijn ervaring dat oudjes zich schulden maar al te goed herinneren, om van brandwonden nog maar te zwijgen. Maar misschien is het juist dit zwijgen dat je bedoelt, Pablo. Dat zou heel goed kunnen. Jij kwam uit een land waarin je levensverwachting drastisch daalde zodra je het waagde je mond open te doen. Helden worden niet oud, dat weten we allemaal. En wie de honderd wil halen doet er sowieso, ook in een relatief veilige omgeving, verstandig aan de ogen zo af en toe te sluiten, de lippen verzegeld te houden en het geheugen selectief te laten opereren. Maar zal ik je eens iets geks vertellen, Pablo, nu we hier toch zitten te keuvelen? In het land waar ikzelf vandaan kom, zijn het juist de oudjes die zich danig roeren in gesprekken over schulden en brandwonden die zijn aangedaan en opgelopen gedurende de enige serieuze oorlog die wij hier in het recente verleden hebben gekend. En als je hun overlevering mag geloven waren ze allemaal een held, Pablo, de Nederlandse oudjes. Velen hebben brandwonden opgelopen, wat vaak de schuld was van de overburen, door wie ze verraden werden. Het is frappant, maar in dit land zijn alle overburen dood en alle helden nog in leven. Wij zijn een volk van uiterst bekwame herinneringsruiters, Pablo. Maar vertel alsjeblieft tegen niemand dat ik dit gezegd heb, want voor ik het weet ben ik de pisang. In mijn land is het verstandiger te zwijgen over een geschiedenis die je niet hebt meegemaakt.

Lees meer "Vragen van Neruda aan Ariaans" »

Vragen van Neruda aan Blé

(In Vragen van Neruda reageert een dichter op drie vragen uit het Boek der Vragen van Pablo Neruda. Deze keer: Sacha Blé.)

Wie geeft de namen en nummers
aan de onnoembare onschuldige?

Ik schreef T. voor muur in zomer voor het dochtertje van een Tibetaanse vluchtelingen in India. Haar moeder stierf in het kraambed. Het meisje T. startte dus kansarmer dan vele anderen, hoewel onnoembaar onschuldig. Wie geeft de namen?

T. voor muur in zomer

Ik wil je wel een gedicht schrijven T.,
waarin ik je speels in witte wolken hang,

waarin ik het cement verwerk van de
vuilwitte muur voor dewelke je klein,

met je leven, open staat. Jij blinkt altijd
op die foto T., nee, nooit die muur, nee,

ik roep hem elke dag neer, ik jaag hem op,
ik vergooi hem tot hij gegeneerd breekt.

We zien je dus dagen in onze woonkamer T.,
we denken je nog fratsend en nog steeds heel

beleefd, volgende zomer zijn we dan terug,
we zullen foto’s bij ons hebben van de zee.

Lees meer "Vragen van Neruda aan Blé" »

Vragen van Neruda aan Breukers

(In Vragen van Neruda reageert een dichter op drie vragen uit het Boek der Vragen van Pablo Neruda. Deze keer: Chrétien Breukers.)

Wie schreeuwden het uit van vreugde
toen het blauw geboren werd?

Dat deden, om begrijpelijke redenen, Blauws ouders. Lichtblauw en Donkerblauw. Later vroegen ze zich af: 'Hoe kan ons kind zo... blauw zijn? Zo helemaal niet lichtblauw, als zijn moeder? Of donkerblauw, als zijn vader?' Of: 'Is dit blauw wel ons kind?'

Zie je niet dat de appelboom bloeit
om in de appel te sterven?

Welnee, de appel sterft om niet langer appel te hoeven zijn. Bovendien: de appel ervaart zichzelf niet als appel. De appel ziet zichzelf als groter dan de boom waar hij van afvalt en kleiner dan zijn eigen pit.

Voor welk raam bleef ik
kijken naar de begraven tijd?

Voor het rechtse raam op de eerste verdieping, aan de achterkant van het huis. Daar stond ik altijd te kijken, ook naar de niet-begraven tijd, en naar de tijd die nog geboren moest worden. Die laatste was opmerkelijk ondood, ook al leefde hij nog niet.

Vragen van Neruda aan Verhelst

(In Vragen van Neruda reageert een dichter op drie vragen uit het Boek der Vragen van Pablo Neruda. Deze keer: Peter Verhelst.)

Misschien is een onzichtbare ster
voor zelfmoordenaars de hemel?


Ik ben geen specialist. Noch ervaringsdeskundige. De motieven om niet meer te leven zullen wel even banaal en veelvormig zijn als de motieven om te blijven leven. Maar goed, een onzichtbare ster: mooi. Dus: ja. Alhoewel: een onzichtbare ster en hemel suggereren een groot verlangen. Ik denk niet dat een zelfmoordenaar gedreven wordt door verlangen. Eerder door fundamentele weigering. Dus: nee. Laat die onzichtbare ster maar de hemel zijn voor zij die verlangen. En of er gevlogen wordt of gevallen: we zien wel.

Lees meer "Vragen van Neruda aan Verhelst" »

Vragen van Neruda aan Tuinman

(In Vragen van Neruda reageert een dichter op drie vragen uit het Boek der Vragen van Pablo Neruda. Deze keer: Vrouwkje Tuinman.)

Mag ik vragen aan mijn boek
of ik het echt heb geschreven?


Dat mag ik vragen zolang het boek geen antwoord hoeft te geven.

Als ik dood ben en het nog niet weet,
wie vraag ik dan hoe laat het is?


Dat vraag ik niet, dat vraag ik nooit, ik heb een ingebouwde klok, die op een minuut of tien nauwkeurig loopt, dus waarschijnlijk heb ik al gemerkt dat die stil is gaan staan.

Als vliegen honing maken
beledigen ze dan de bijen?


Op mijn balkons wordt daar geen ruzie over gemaakt. Los daarvan: het is een kwestie van de juiste bloemen. Ik ontvang voornamelijk hommels en vlinders.

Vragen van Neruda aan Holvoet-Hanssen

(In Vragen van Neruda reageert een dichter op drie vragen uit het Boek der Vragen van Pablo Neruda. Deze keer: Peter Holvoet-Hanssen.)

Wat betaalt de Herfst toch steeds
met al die gele biljetten?

Herfst betaalt de zomer, alles lijkt zijn prijs te hebben (ja, Het Lijden) – dus geniet maar van de zomer, van een piekmoment: het zomergroen wordt vlug al geel. Het woord ‘betaalt’ waaide de titel van een nieuw gedicht bij mij aan: ‘De handelsreiziger’, een soort Frankensteinfiguur. Een grimmige handelsreiziger in death products. Omdat beweging in drie stappen verloopt (zet je gewicht op je linkerbeen, dan op je rechter, dan weer op je linker enz.: je zet geen stap vooruit; een derde switch (geen synthese) = geen kabbalablablabla noch ‘zweverige metafysica’ doch elementaire bewegingsleer), daarom heet dit fantoom uit ‘de Dodenstad’: Tritonius. Maar ik ga het hier niet over numerologie hebben (daar hou ik mij niet mee bezig, ik maakte eerder mijn eigen formules) noch ga ik zeiken over dat onbegrepen derde getal. Als ik een bundel als Spinalonga van 44 gedichten voorzag (44 graven waren er op dat melaatseneiland) werd dat al pretentieus bevonden door een collega. Als ik mijn drietand bovenhaalde, hoorde ik ‘Kwakzalver!’. Bij de zucht van exploratiezucht: over de schuttingen durven kijken, met je linkerbeen op Plato, en je rechter op Aristoteles, doen wat je moet doen – daar moet je ook voor betalen.

Lees meer "Vragen van Neruda aan Holvoet-Hanssen" »

Vragen van Neruda aan Starik

(In Vragen van Neruda reageert een dichter op drie vragen uit het Boek der Vragen van Pablo Neruda. Deze keer: F. Starik.)

Wie zegt dat ons leven geen tunnel is
tussen vage dimensies licht?

Ende Starik sprak, parafraserende de wijze woorden van Hans Magnus Enzensberger die hij zojuist in een oude krant gelezen had: "En de mislukte zal zich schikken in zijn lot, het slachtoffer zal genoegdoening eisen, de overwonnene zal zich voorbereiden op de volgende ronde, doch de radicale verliezer zondert zich af, wordt onzichtbaar, koestert zijn fantasiewereld, verzamelt zijn krachten en beidt zijn tijd."  Starik zelf echter wandelt in het overweldigende zonnelicht.

Lees meer "Vragen van Neruda aan Starik" »

Vragen van Neruda aan Hofman

(In Vragen van Neruda reageert een dichter op drie vragen uit het Boek der Vragen van Pablo Neruda. Deze keer: Wim Hofman.)

Is het waar dat in een mierenhoop
de dromen zijn voorgeschreven?

Dieren en dus ook mieren worden nogal eens met mensen vergeleken, in de hoop dat wij, mensen, er lering uit trekken. Neruda heeft het niet over mieren, die lijken maar één door hogerhand opgelegde wensdroom te hebben die zin aan hun goedgevulde leven geeft. Hij heeft het over mensen met hun slappe, melkpapachtige hersenen. Zij weten niet wat goed voor hen is en daarom is aanhoudend en haast obstinaat, prediking, propaganda, peptalk en reclame nodig om hen te laten dromen van een toekomstige gelukzaligheid *), die uiteindelijk het tegendeel is van een zinvol bestaan.

*)  ultieme wraak,  de Citroën  6, volkomen zitcomfort, wit strand en strak blauwe lucht, liefdeseilanden,  monofonistische verhoudingen, populitariteit, vereenvoudigde ontlastingsformulieren, vul zelf maar in.

Lees meer "Vragen van Neruda aan Hofman" »

Vragen van Neruda aan Van der Linden

(In Vragen van Neruda reageert een dichter op drie vragen uit het Boek der Vragen van Pablo Neruda. Deze keer: Peter M. van der Linden.)

Heb je weleens bedacht welke kleur
April voor de zieken heeft?

HOEKHUIS

de sneeuw is al weken uit de tuin
er is een geduldige straat
en een stroperige explosie
die zich uit pupillen knalt
een kortgemaaide kleuter
fietst uit de armen van zijn moeder
oma is breimachine achter het raam
voordat ze de hemelkelder aanveegt
gaan de naalden sneller dan ze konden
en nog zoveel jaren
zal de postbode het vriendelijke groeten
een fréle tekening op de stoep
de vlechtjes aan het blonde meisje
die het groen al aan de bomen krijt

Lees meer "Vragen van Neruda aan Van der Linden" »

Vragen van Neruda aan Blaauwendraad

(In Vragen van Neruda reageert een dichter op drie vragen uit het Boek der Vragen van Pablo Neruda. Deze keer: Catharina Blaauwendraad.)

Wat doet een vlieg die gevangen zit
in een sonnet van Petrarca?

Een sonnet is een constructie die je zo open en gesloten kunt maken als je zelf wilt; in veel gevallen opener dan menig hermetisch 'vrij' vers. Het mooie van sonnetten is, dat de beperkingen expliciet zijn en er, meer of minder duidelijke, openingen in kunnen worden aangebracht. De volta is zo'n opening (maar die zal een vlieg wel niet kunnen vinden, hoewel, het beestje vliegt op het licht af en zou door de witregel tussen octaaf en terzine kunnen ontsnappen).

De volta is een heel expliciete opening, zelfs zonder witregel: het is de plek waar tegengestelde gedachten samenkomen, waar de verschillende stemmen, de verschillende kleuren worden vermengd tot zuiver wit. Op die woordeloze plek gebeurt als het goed is iets, wat in anders geordende gedichten op andere plekken gebeurt - vaak in de laatste regel, als in een tunnel. Een sonnet is als een huis met ramen en deuren op voorspelbare plaatsen. Maar ook daar komt een vlieg vaak niet uit.

Lees meer "Vragen van Neruda aan Blaauwendraad" »

Vragen van Neruda aan Hoorne

(In Vragen van Neruda reageert een dichter op drie vragen uit het Boek der Vragen van Pablo Neruda. Deze keer: Philip Hoorne.)

Bestaat er iets treurigers op de wereld
dan een stilstaande trein in de regen?

Ik weet wel wat je bedoelt hoor, Pablo, maar jouw vlieger gaat bij mij niet op. Door enkele elementen, die van zichzelf al treurig lijken, te accumuleren, denk je treurnis tot de zoveelste macht te genereren, maar zo werkt het niet. Mensen en dingen zijn niet treurig of wat dan ook uit zichzelf. Alle door externe elementen opgewekte emotie wordt vanuit het eigen ik geprojecteerd. Beelden of plaatjes helpen wel, net zoals woorden, maar een mens moet in de stemming zijn om die trein van jou treurig te vinden. Eigenlijk vind ik een rijdende, overvolle trein in een verhit landschap nog net iets treuriger.

Lees meer "Vragen van Neruda aan Hoorne" »

Vragen van Neruda aan Vroman

(In Vragen van Neruda reageert een dichter op drie vragen uit het Boek der Vragen van Pablo Neruda. Deze keer: Leo Vroman.)

Waarom beweeg ik zonder te willen,
waarom kan ik niet bewegen?


Pablo, aan wie vraag je dat?
Drijf je als te grote schrijver
grootste goudvis, kleinste vijver,
en is daar een tweede goudvis bij?
Ondanks mijn ijdelheid en ijver,
ben ik geen vis, ben vijvervrij,
vraag die dingen dus niet aan mij.

Lees meer "Vragen van Neruda aan Vroman" »

Feeds

  • klik hier voor het allerlaatste (literatuur-)nieuws


    > Meer feeds...

Zoeken

  •  

Gedicht, Gehoord, Gezien


  • Deze rubriek wordt voorlopig niet bijgewerkt.

Laatste reacties

Colofon

Advertenties