- door Michaël Stoker
In Amsterdam is afgelopen week de 58-jarige mevrouw B. gearresteerd omdat ze een agent had geslagen. De agent in kwestie sprak haar aan omdat de hond van mevrouw B. een voorbijganger zou hebben gebeten. U begrijpt dat onderzocht moest worden of mevrouw B. hond B. wel netjes aangelijnd had en of hond B. niet toevallig behoorde tot een bloeddorstig ras. Voordat de agent echter baas en hond B. aan het betreffende onderzoek had kunnen onderwerpen, had mevrouw B. heer agent echter al tegen de grond geslagen. Moraalridder heer agent riep de hulp in van een arrestatieteam waarna mevrouw B. zelf tegen de grond werd gewerkt. Mevrouw B. zette een enorme keel op, spartelde en liet zich met veel moeite door het zeskoppige politie team in een busje afvoeren, geschokte buurtbewoners achterlatend. Later bleek dat mevrouw B. ooit een herseninfarct had gehad waardoor zowel haar mobiliteit als haar incasseringsvermogen ernstig waren aangetast. De hond bleek overigens een ongevaarlijk schoothondje. De zaak rond mevrouw B. heeft veel weg van een dichtersrelletje dat de gemoederen op internet al een maand of twee bezighoudt. Hoofdrolspelers: dhr. Pom Wolff, hierna te noemen ‘dhr. Pom W.’, dhr. Bart Droog, hierna te noemen ‘dhr. Bart D.’ en een groepje dichters dat zich door dhr. W. bedreigd of beledigd voelt, hierna te noemen ‘slachtoffers.’
Lees meer "Rochelende azijnpissers" »
- door Michaël Stoker
Stel je voor: je organiseert een literair diner in Utrecht en je laat de kok een thema uitkiezen. Hij kiest Vlaanderen. Logische keuze voor wie verzekerd wil zijn van een ruim aan bod aan culinaire hoogtepunten (de kok had geleerd van de keer dat we hem met het thema ‘Groningen’ of ‘Zwarte Romantiek’ hadden opgezadeld), maar zijn keuze betekent ook dat er Vlaamse schrijvers uitgenodigd moeten worden. Het nadeel van Vlaamse dichters is dat ze uit Vlaanderen komen. Je hebt maar een kleine organisatie en je moet toch een paar honderd kilometer de NS sponsoren om zo’n dichter te voederen met eten dat ie thuis smakelijker krijgt. Zo’n diner is al duur genoeg, en uiteindelijk blijft de organisator toch een Hollander, hoe Vlaams dat diner ook is. En dus val je gretig aan op een potje met geld dat het Vlaams Fonds voor de Letteren speciaal heeft volgestopt voor de reiskosten van Belgen die buiten de landsgrenzen optreden. Je vult een paar meter formulieren in en je denkt: dat zit in de achterzak. Mooi niet dus.
Lees meer "Podiumdiscriminatie" »
- door Michaël Stoker
"Hoe erg is de Nederlandse literatuur?" vroeg Bas Heijne zich in zijn NRC-column van 1 juni jl. af. "Met de Nederlandse literatuur is het als met de Nederlandse politiek: iedereen kon aan zien komen dat op een dag de pleuris zou uitbreken." Heijne zag het al jarenlang rotten, etteren, moest het pus bijkans uit de literaire pagina’s drukken en ja hoor: nu is de pleuris uitgebroken. De jury van de Gouden Strop had zich eind mei beklaagd over het feit dat ze een prijs voor spannende boeken moest toekennen aan boeken die helemaal niet spannend waren. Als dat geen pleuris is! En dus zit het volgens Heijne met de hele Nederlandse literatuur niet snor. AKO- en Librisjury’s hadden zich immers al eerder beklaagd. Heijne: "Te veel, te slecht: Nederlandse schrijvers, ik vat het even samen, kunnen gewoon niet zo goed schrijven – en veel te vertellen hebben ze ook niet."
Lees meer "Iedereen een prijs" »
- door Michaël Stoker
Ik verblijf deze maand in Portugal. Het land van fado, fatima, FC Porto, bacalhau, en lepel zo nog een rijtje cliché’s op. Pessoa (volgens vertaler August Willemsen Portugal’s grootste en enige bijdrage aan de twintigste eeuwse literatuur) ontdeed zich van de cliché’s van zijn land met de beroemde frase: ‘Mijn vaderland is de Portugese taal.’ De zin is exemplarisch voor een oeuvre dat inderdaad kosmopolitisch en internationaal van aard is en tegelijkertijd onlosmakelijk verbonden met Portugal, voornamelijk vanwege de taal. De taal als vaderland maakt dat een eeuwige zwerver als Slauerhof kon schrijven: ‘alleen in mijn gedichten kan ik wonen’, en dat Nooteboom zich kon ophouden in ‘straten waar de woorden wonen.’ De taal wordt een plaats, een natie, waarvan de grammatica de regels bepaalt en de kaften van het woordenboek de grenzen aangeven. Het suggereert voorts dat poëzie los staat van de politieke, sociale en maatschappelijke structuren in een land. Portugezen, Brazilianen, Mozambiquanen, Angolezen, Kaapverdianen, Azoreanen, Madeirensers en Timorezen, delen Pessoa’s vaderland verspreid over vier continenten, terwijl hun fysieke staten niet meer allemaal onder dezelfde vlag worden geschaard.
Lees meer "Bericht uit Lissabon" »
- door Michaël Stoker
Toen dichter Fernando Pessoa in 1927 zijn brood verdiende als handelscorrespondent en tekstschrijver, werd hem door een Amerikaans concern de opdracht verleend een slagzin te bedenken voor de introductie van een nieuw drankje in Portugal. "Primeiro estranha-se, depois entranha-se!", schreef hij: ‘Eerst ben je verbaasd, daarna ben je verslaafd!’ De leuze wekte vooral de interesse van het ministerie van Volksgezondheid, die het nieuwe drankje uit voorzorg uit de handel liet nemen. Tot 1974 is Coca Cola in Portugal een verboden drankje gebleven (absint daarentegen is in tegenstelling tot de meeste Europese landen in Portugal nooit verboden geweest).
Lees meer "Alles van waarde is commercieel (II)" »
- door Michaël Stoker
Over bloemlezingen ontstaat altijd gelazer. Toen Gerrit Komrij in 1999 De Afrikaanse poëzie in 1000 en enige gedichten publiceerde waren de kritieken niet van de lucht. ‘Moet ons ‘n Kaaskop toelaat om die koninklike stempel op ons poësie te plaas? Eers het ons ‘n kulturele boikot beleef — nou kry ons kulturele neo-kolonialisme,’ schreef de columnist Jakop Regop in dagblad Die Burger, bijvoorbeeld. Er stond met die bloemlezing ook nogal wat op het spel. Juist in een samenleving als de Zuid-Afrikaanse, waar community building nog altijd een buitengewoon actuele en hachelijke zaak is, is de publicatie van een bloemlezing die in de titel spreekt van ‘De’ Afrikaanse poëzie, iets om met argusogen te beschouwen. De keuze van de bloemlezer loopt gemakkelijk het risico een politieke keuze te worden (zie voor een uitgebreid artikel over de receptie van Komrij’s Afrikaanse bloemlezing het artikel van Ingrid Glorie).
In Nederland zal de publicatie van ongeacht welke bloemlezing over Nederlandse poëzie niet zo snel politiek worden, maar desondanks natuurlijk wel voor gezaghebbend kunnen doorgaan. Door middel van het samenbrengen van een groot aantal gedichten, afgebakend door een bepaalde periode, construeert de bloemlezer immers een traditie waartoe de gebloemleesde dichters (bewust of onbewust) gaan behoren, en die als een paradigma voor de onderhavige periode kan gaan gelden.
Lees meer "De canon van de dorpspomp" »
- door Michaël Stoker
Op 7 februari werd het regeerakkoord voor het vierde kabinet balkenende gepresenteerd. De Righteous brothers van de Nederlandse politiek presenteerden een document waar W.G. van der Hulst de ghostwriter van lijkt te zijn. Balkenende heeft nu vooral behoefte aan stabiliteit: veel kan er met zo’n tikje conservatief akkoord niet misgaan. Alles blijft grotendeels bij het oude of wordt vervangen door iets nog ouders. We moeten nog steeds vijf dagen nadenken voordat we embryo’s mogen opzuigen, de pil van Drion komt niet in de verzekeringspolis en we hogen hier en daar een dijkje op voor die stijgende zeespiegel-waar-het-toch-zo’n-vaart-niet-mee-zal-lopen. We gaan, kortom, samen leven en samen werken: Het Nederlandse polder-neoliberalisme wordt vervangen door het Nederlandse polderchristen-socialisme. Voor de poëzie zal het allemaal weinig te betekenen hebben, of het moet een herwaardering van de oude domineesdichters zijn, zoals J. ten Kate: de Eeuwige arbeidt met geduld / Naar de grondwet der ontwikkling, /die Hij stelde en-zelf vervult!
Lees meer "Centrum voor poëtische volkscultuur" »
- door Michaël Stoker
Wie de verhitte discussies tussen dichters op weblogs en de reacties op uitslagen leest van wedstrijdjes als de Publieksprijs voor poëziebundels, het NK Poetry Slam of zelfs zoiets volkomen a-literairs als de eerste de beste ‘Kei van Utrecht’-verkiezing, vermoedt dat poëzie booming business is. Dichters en lezers die elkaar al cyberruziënd de loef proberen af te steken, elkaar zelfs digitaal in de haren vliegen; het wekt allemaal de indruk dat hier epoche wordt gemaakt, ja zelfs dat er geen twijfel over mogelijk is: poëzie doet er toe. De Bijenkorf opent zijn deuren om middernacht wanneer een nieuwe bundel van Ruben van Gogh verschijnt, mensen zijn bereid de zwaarste storm sinds decennia te trotseren om het bezoek van Tsead Bruinja aan de provincie Groningen niet te hoeven missen, ter bezinning bladert André Rouvoet in de pauzes van de kabinetsbesprekingen niet meer in de Bijbel maar in de Vette Chrétien. Plato zou zich omdraaien in zijn graf.
Lees meer "Alles van waarde is commercieel" »
Laatste reacties