- door Olaf Risee
In het laatst verschenen nummer van de Poëziekrant:
- een interview met Leonard Nolens: "Ik schrijf geen dagboeken meer. Er verschijnt misschien nog één deel, dat ik hier netjes uitgetikt heb liggen, maar ik weet niet of ik het publiceer. Het schrijven van een dagboek is niet moeilijk. Het zijn notities die zich opdringen en die met de losse pols geschreven worden. Maar de manier van leven die samenhangt met het schrijven van dagboeken is moeilijk, en daarom houden de meeste mensen het ook niet vol. En daarom hou ik het nu ook niet meer vol, het is genoeg geweest. Als dat laatste deel verschijnt, zijn het meer dan duizend bladzijden. Dat corpus, die kwantiteit is ook noodzakelijk, omdat je pas een kwaliteit krijgt in een dagboek als er een hoeveelheid aanwezig is, als de puzzel zo groot mogelijk is, als er zoveel mogelijk jaren en facetten van je leven in voorkomen. Je kunt natuurlijk tot je tachtigste af en toe een notitie maken, maar dat is niet wat mij interesseert in een dagboek. Als je het dagboek leest van Cioran, dat postuum gepubliceerd werd, of van Michel Leiris: daarin komt alles voor, zowel dat hij in zijn broek schijt als hij een hele nacht op stap is geweest, als dat hij een subtiel gesprek heeft met zijn secretaris in het Musée de l'homme in Parijs. Gedichten schrijven is construeren, bouwen, en dat is het enige wat mij op dit moment nog interesseert. Ik had natuurlijk de mogelijkheid van een schriftuur waarin spontaniteit aanwezig bleef. Ik kwam 's ochtends naar mijn werkkamer hier, en er drongen zich bepaalde gedachten op, vooral gedachten, omdat ik denk dat die wel degelijk ook tot de realiteit behoren, en ik haastte me om hier aan te komen, om toch maar niet de zinnen te verliezen die door mijn hoofd spookten. Ik heb het ook nooit gelijktijdig kunnen doen. Het was altijd een periode, een aantal maanden waarin ik uitsluitend met het dagboek bezig was, en dan kwam er weer een periode waarin ik dacht: nee, nu moet het stoppen, nu wil ik echt weer bakstenen aanslepen en een huis bouwen. (...) Het is niet zo dat bepaalde zinnen in het dagboek automatisch leiden tot een gedicht. Heel vreemd, dat die twee idiomen toch moeilijk te vermengen zijn. Je kunt niet 's ochtends een dagboeknotitie maken, tenminste als het iets voorstelt en als je een beetje diep bent gegaan, en dan 's middags na de koffie een gedicht, of andersom. Het sluit elkaar bijna uit. je moet vermijden dat de indruk ontstaat dat het gedicht een uitkristallisering is van een dagboeknotitie. Het is veel complexer. Je overziet het zelf niet. Misschien is het maar goed, dat het voor jezelf een geheim blijft."