Tachtig - Starik bezoekt het verjaardagspartijtje van Simon Vinkenoog
- door F. Starik
Ik zou niet willen beweren dat Simon Vinkenoog precies op Geert Wilders lijkt. Hij is misschien iets ouder, bijvoorbeeld. Hij draagt ook niet van dat vreemd gebleekte en getoupeerde haar als ‘de bekende politicus’, zullen we maar zeggen. Toch kwam er, na de openingstoespraak van Hans van Velzen, directeur van de OBA, waar Simon Vinkenoog vrijdagavond zijn tachtigste verjaardag vierde, iemand in beeld die sprekend op Wilders lijkt. Voor een afgeladen Theater van het Woord, op de zevende etage van de nieuwe bibliotheek in Amsterdam, mocht Van Velzen het spits afbijten.
De rokers en laatkomers moesten in een zijkamertje plaatsnemen, waar een beamer stond opgesteld, waarvan iemand het geluid heel zacht had gezet, en nu kon het niet meer harder. Sven Ariaans, die zijn vriendin in het openbaar als L. aanduidt, Martijn den Bakker, Gina van den Berg van het Poëziecircus, moet ik nu werkelijk alle namen noemen die ik niet vergeten ben? Even verderop bij de laatkomers ontwaar ik Guus Bauer, Raymond van den Boogaard, Tommy Wieringa, Arjan Witte, Diana Ozon, Louis Lehmann, Alida Beekhuis, doet u het daar voorlopig even mee.
Van Velzen vertelt hoe blij hij is. Dat de mensen zo oud worden. Dat het gebouw zo nieuw is. Dat we met zovelen zijn gekomen. Dat Amsterdam een stad is. Hij doet een kwisje met meerkeuzevragen, waarop iedereen het antwoord weet. Vertoont een soort powerpoint-presentatie waarop we statistiekjes waarnemen, en tenslotte een euro in drie dimensies traag door het beeld kantelt. ‘Wat is dit?’ spreekt de jonge dichter Bernard Wesseling langzaam, veel nadruk op iedere woord leggend, als in oprechte verbijstering: ‘Het lijkt wel een in-bur-gerings-cursus.’
En als hoogtepunt van de show is Vinkenoog zelve door een paar supertalenten in second-life als animatie neergezet. ‘Hippe shit is dit,’ heb je die Wesseling weer. ‘Hij heeft niet eens een gezicht.’ ‘Dat is zijn haar.’ Gegiechel zwelt aan. Onze bewaakster maant nerveus tot kalmte. Maar de show is nog niet afgelopen. ‘The making of.’ Natuurlijk. ‘Leuk hè, om te zien hoe ze dat hebben gemaakt.’ Vinkenoog bedankt zeer hoffelijk voor al het getoonde fraais. ‘Dit is het mooiste applaus dat ik ooit hoorde,’ spreekt de meester, om er op te laten volgen hoe een dichter die opmerking ooit afstrafte met: ‘Zal ik anders nog wat oud applaus voor je warm maken?’
Ed van Thijn, de voormalige burgemeester, ooit meesterlijk geïmiteerd door Van Kooten, beter dan het origineel, spreekt. De les van Van Kooten blijkt tot gemeenschappelijk erfgoed ingedaald: een fors aantal aanwezigen blijkt van die imitatie weer een behoorlijke imitatie in huis te hebben. We spreken nu allemaal woorden uit met een hoog Van Thijn-gehalte: kunfft, cultthuur, ontderdhuikmoederff, iemand probeert een pffychotherapeuff. ‘Je moet er niet aan denken op de eerste rij te zitten.’ De bewaakster wordt nerveuzer.
‘Mogen we hier eigenlijk roken,’ wil Sven weten. Ik wacht de conclusie niet af en glip de zaal binnen. Weer een spreker. En dan iets lichts. Fifi L’Amour zingt een liedje van Brel en een liedje van Shaffy: ‘Je bent gewoon heerlijk.’ Daarvoor hoeft het applaus niet opgewarmd te worden. Filosoof Fons Elders houdt een vermakelijke toespraak over het wezen van de simultane polygamie versus dat van de seriële monogamie, twee schuchtere jonge mensen zingen een gedicht van Vinkenoog, dat ze zelf op plechtige muziek hebben gezet, met aandoenlijk ongeschoolde stemmen, een dochter? Een zoon? Hij moet een hoop kinderen hebben, maar die moeten ondertussen ook al behoorlijk oud zijn. Ouder dan deze twee. Op de achtergrond draaien foto’s van de meester in een eindeloze carrousel langzaam rond, waardoor het geheel onwillekeurig iets van ehm, nu ja, een uitvaartdienst krijgt.
Dan is het woord aan opnieuw een Van Thijn, of Van Tijn, een Tjebbe, of een Tsjebbe, die we later te zien zullen krijgen, in de vorm van de blinde Friese bard Tsjebbe Hettinga, maar eerst is het tijd voor de man met de laptop. Tjebbe Van Tijn vertelt dat hij zeshonderd meter archief van Vinkenoog aan het wegwerken is. In een geheim depot onder het Vondelpark. En hij wil iets laten zien dat op de laptop staat. Die moet eerst nog aangesloten. Een technicus komt aangesneld. Die moet een snoer gaan zoeken. Dan moet de laptop nog opstarten. We zien het appeltje draaien. Misschien zit de laptop erg vol, het appeltje moet erg lang draaien. ‘Bij ons in Den Haag heb je daar een cursus voor,’ hoor ik de iets lager op de trappen van het theater gezeten internettrol Max Lerou aan zijn vriendin uitleggen, ‘een cursus laptop voor vijftig-plussers. Als je bij de Aldi zo’n ding koopt krijg je de cursus er gratis bij.’
Het programma draait, we krijgen het bureaublad in beeld, we zien een aarzelende cursor over het bureaublad kruipen, icoontjes oplichten, maar Van Tijn lijkt geen keuze te kunnen of willen maken uit wat er allemaal op de computer staat. ‘Mag het licht dat in mijn ogen schijnt misschien uit,’ vraagt hij aarzelend. ‘Dat is de beamer van je computer,’ weet Lerou, ‘dat kan niet uit.’ Iemand anders in de zaal vraagt of de spreker misschien in de microfoon kan praten. Dat ding op die standaard, daar. Ik vlucht de zaal weer uit.
Op het toilet ontmoet ik een personeelslid van La Place, het eveneens op de bovenste etage van het gebouw gelegen restaurant dat de catering verzorgt, La Place, de naam zegt het eigenlijk al. Hij is erg onder de indruk. Zo druk heeft hij het hier nog nooit gezien. Hij vraagt of ik weet of het programma nog lang gaat duren. Het is al over tienen, en het ziet er voorlopig niet naar uit dat we bijna aan het einde zijn gekomen. Er wordt tot in de hoogste regionen loepzuiver op een viool gestreken, begeleid door een stemmige piano. Een op deze avond onontbeerlijke drugsprofessor, schrijver van een boek over de mythe van de drugsbestrijding, bestempelt de coffeeshop tot de grootste sociale innovatie van de laatste eeuw, daartoe aangemoedigd door de jubilaris, die Egbert Tellingen inleidt met de constatering dat zijn uitnodiging niet berust op ijdelheid, omdat de gastheer slechts twee keer in dat hele boek voorkomt. Wat inderdaad nog niet zo erg veel is, gezien het feit dat hij nu al tachtig jaar leeft.
Tsjebbe Hettinga zingt. Allemachtig. Vinkenoog leidt hem in met de constatering dat al wie ooit Hettinga hoorde, niet anders zal kunnen dan van poëzie houden. Hij heeft volkomen gelijk. De bezwerende muzikaliteit van zijn zinnen, gekoppeld aan die eenvoudige, bijna schuchtere voordracht, een man, in dienst van zijn lied.
Simon geeft het woord aan Hedy d’Ancona. Zij is zo mogelijk nog dieper in zichzelf geïnteresseerd dan haar voormalige echtgenoot, de burgemeester bij wie je liever niet op de eerste rij wil zitten. We mogen werkelijk alles van haar weten. Haar wooncarrière, van krottenwijk tot stadspaleis, de opkomst en de teloorgang van de vrouwenbeweging, onszelf en onze zusters, de gang van zaken in bed, de knak in het gezag. Maar aan het eind zegt ze, heel lief: ‘Van harte gefeliciteerd, mede namens Aatje,’ die op de eerste rij te glimmen zit. Het overloopzaaltje is dan allang leeggelopen. Op het terras buiten mag gerookt worden. Dat heeft de Vink zo bedongen. Van die mogelijkheid wordt driftig gebruik gemaakt.
In de wandelgangen ontmoet ik Jean Pierre Rawie in gezelschap van Diek van Wissen. Of het programma bijna afgelopen is. Want de heren willen de laatste trein terug naar Groningen ook nog graag halen. En de jubilaris dient eerst de hand geschud. En er dient nog ‘een flesje wijn’ voor de terugtocht ingeslagen. Ik deel mijn vermoeden mede dat er spoedig een eind aan de voorstelling zal komen. Het loopt inmiddels tegen elven. Zojuist zag ik Spinvis de trap oplopen, om zich voor te bereiden op het afsluitende nummer, van de pas verschenen cd, die hier op in Letterland al eerder werd gesignaleerd. De instrumenten worden opgesteld. Spinvis test de microfoon. Even later klinkt het volmondige ‘Ja’ van de meester op. ‘Ja, tegen de naakte waarheid.’ ‘Ja, tegen gezellig samenzijn.’ IJverige assistenten dragen gehaast de daver van het slotapplaus het podium af om in te vriezen, voor later. De zaal stroomt leeg. Dat gaan we doen. Gezellig. Samen zijn. Ja tegen het schouwspel van de werkelijkheid.
Reacties