Een merkwaardige opvatting van feest - Starik bezoekt het Perdu-eindfeest
- door F. Starik
Tegen negenen hebben zich zo'n zestig feestgangers verzameld, van wie aanvankelijk niemand op de middentribune wenst plaats te nemen. Enige aandrang van de organisatie volstaat om die ook gevuld te krijgen.
De avond opent met een lezing van Piet Gerbrandy over Pindarus, de vader van de zegezang. Een merkwaardige opvatting van feest. Dit hebben de dichters tot opdracht meegekregen: schijf een zegezang. Pindarus dus. Taaie kost, doch vriendelijk gebracht en met een knipoog naar de hedendaagse festivalcultuur waar het publiek ook enorm weet te genieten van onbegrijpelijke verzen, mits met verve gebracht.
Thomas Möhlmann houdt zich nog het meest aan die opdracht, hij assoneert en allitereert er lustig op los. Hij is in drie minuten klaar. Dat valt mee: het voorprogramma duurt nu eens niet veel te lang, de optredende dichters redden het ruim binnen de hun toegemeten tijd. Prettig.
Vicky Fancken spreekt van vernieuwende schouders, de door presentator Krijn Peter Hesselink als Tsèd Bruinja aangekondigde Tsead brengt een zegezang op de woede, met ' appelschillende handen' erin, Sieger Baljon, de broer van Krijn Peter, filosofeert over de betekenissen van zijn naam: waarom hebben jullie mij in Godsnaam zo genoemd, nu ja, het kan nog erger, met een buiging naar zijn bloedverwant.
Rozalie Hirs brengt haar zang op muzikale zoemtonen, Thomas Blondeau verrast met een flarf, waarin we flarden herkennen van het prachtlied 'vijftien miljoen mensen, op dat hele kleine stukje aarde' en waarvan me tevens de zinsnede 'o, dag van de arbeid, die samenvalt met de keramiekdagen' bijblijft, Starik sluit af met een ode aan de vorstelijke wijze waarop Adriaan Jaeggi afscheid van het leven nam.
Over tot de orde van de dag. Stoelen en tribune aan de kant. We wachten op het Wijnberg- effect. Het Wijnberg-effect is dit: de dichter heeft een talent ontwikkeld om Perdu binnen te treden juist op het moment dat het programma voorbij is. Dit effect blijft nu uit. Er wordt tot laat gedanst, gekletst, geroddeld, gerookt, gewoon binnen, dat mocht, nog net.
Mijn nieuwe beste vriend heet Piet Gerbrandy, die zich een begenadigd causeur betoont, ook als het gesprek in de richting van zijn vermeende hang naar 'vieze dingen in de poëzie' dreigt te gaan. Bruinja is ontstemd over een recensie van Erik Lindner in de Groene over zijn juist verschenen bundel Het zwarte paard, maar daar komen jullie op den duur nog wel eens achter, waarom precies.
Ik sluit vrede met Annemieke Gerrist, die ik ooit het woord ontnam, bij de jubileumvoorstelling 'Tien jaar Poëziecircus', omdat zij enkele seconden over haar tijd dreigde heen te gaan, terwijl ik als presentator vastbesloten was de twintig optredende dichters er binnen de gestelde tijdslimiet doorheen te jagen. Begint daar plotseling achter haar de band keihard te spelen. Ze was zich kapot geschrokken. Dat is nu niet meer erg.
Möhlmann vertelt over de grote brand, die gisteren op een haar na zijn huis verwoestte. Ik vertel hem het grapje door dat ik die mddag in Het Parool las: Theodor Holman, daar toevallig in de buurt, gedroeg zich als een ramptoerist, waarna, op een volgende afspraak arriverend, iemand aan hem snuffelde en opmerkte: je ruikt alsof je seks gehad hebt met een plastic opblaaspop, die je daarna hebt vermoord en in de brand gestoken.
Kees Wennekendonk, de man achter Wordscape, rent rond met complimentjes voor iedereen. En zo hoort het ook.
Reacties