Inleiding bij 'Navagio. Wrakhoutgedichten' van Peter Holvoet-Hanssen
Op vrijdag 29 februari werd in Antwerpen de nieuwe bundel van Peter Holvoet-Hanssen, Navagio. Wrakhoutgedichten, gepresenteerd. Hoogleraar en criticus Joris Gerits hield een inleiding bij de bundel.
- door Joris Gerits
Al bijna twee decennia geleden maakte Peter Holvoet-Hanssen plannen voor een hallucinante poëtische cruise. Hij had een reisroute uitgestippeld, kaarten getekend voor wat hij zelf zijn ‘poëtische exploraties’ noemde. Zijn gedichten dus. Hoewel Strombolicchio chronologisch als zijn tweede bundel verscheen, bevat hij zijn oudste gedichten en al een eerste dieptepunt. In de cyclus Voorbij Vuureiland bereikt het schip van Pierre Creuxpied de nulmeridiaan.
De nulmeridiaan
Ik hoorde bij het schuim van de zee
zag mantraroggen als reuzenmeeuwen onder water
zonk voorbij de ongeziene zones van de dieperik
met mijn lantaarn beschenen
in de kluwens van de slechtste slechterik
ik kwam boven en ik was verdwenen
Voor de Nieuwe Wereld zijn wij
buitenstaanders
voor de Oude Wereld zijn wij
vrijbuiters, niet van deze wereld
Toen is de waterspiegel van de wand gevallen
‘Je was weg – zelfs niet op de Borobudur te vinden.
Je woordenspel liep uit de hand.’ ‘
Toch niet, ik was op Vuureiland.’
Laat mij gaan – ik zak
tot aan de nulmeridiaan
In de imaginaire dialoog aan het einde van De nulmeridiaan weerlegt de dichter dat zijn woordenspel uit de hand liep en hem onvindbaar maakte. Het woordenspel van Peter Holvoet-Hanssen loopt niet uit de hand, het geeft hem integendeel de mogelijkheid om te ontsnappen uit de dwangbuis van de taal door het inschakelen van zijn verbeelding, het oproepen van fantasmen die de lezer geboeid leest en ziet, het toveren met woorden. Dat heeft hij overtuigend gedemonstreerd in Dwangbuis van Houdini, zijn officiële debuut, onmiddellijk goed voor een bekroning in 1999 met de literaire debuutprijs. In Sneeuwroos, het afsluitend gedicht van de eerste cyclus van Dwangbuis van Houdini, maakt deze dichter, die een schakelaar van woorden van ongelijke herkomst is, het recept bekend van zijn poëtisch schipperen met taal.
Maak een snoer -
(...)
schakel fladderende woorden tot een zwerm aaneen
nieuw met oud, vertakking en verstrakking tot monding
cirkels op het water tot een toverspreuk, sneeuwzeker
verzen zwaar en licht tot een gedicht, misschien
doornen tot een roos.
In Dwangbuis van Houdini spreekt een dichter met woorden die aan de werkelijkheid ontleend zijn over het sprookje van het leven dat ook op een nachtmerrie gelijkt. 'het zaad van verbeelding muteerde in een ijzig tranendal' lezen we in Gedicht van ontluistering (p. 46). Met de vossensprong Santander dacht Peter Holvoet-Hanssen zijn poëtische cruise als een drieluik te kunnen afsluiten, maar zijn kwaadaardig alter ego. J. Enterhaeck verplichtte hem om er een prozavervolg aan toe te voegen, Het werd de anti-roman De vliegende monnik, waarin de ideeën, opinies, overtuigingen van de dichter over wat er aan het gebeuren is in zijn en onze wereld met zijn oorlogs- en godsdienstwaanzin, groeiende onverdraagzaamheid en stroomlijning van de cultuur door marketeers exploderen in teksten waarin poëzie tot proza stolt en proza poëzie wordt, waarin duale denkpatronen worden verlaten en hallucinaties en dromen als betekenisvol en niet te veronachtzamen worden beschouwd.
In het hoofd van een schrijver is alles mogelijk: ‘Daar ontmoet je fantasmagorieën - spoken zeg maar - (...), hoor je echo’s van het verleden, zie je flitsen van de toekomst’ zegt een van de vertellers, die alter ego’s van de auteur zijn in De vliegende monnik.
Nadat hij de draad van zijn hersenspinsels had uitgesponnen en doorgeknipt kon Peter Holvoet-Hanssen zich weer wijden aan het Spinalonga-project. Met kaperskapiteine en dochter vloog hij naar Kreta en bezocht er het eilandje Spinalonga, tot in 1957 een leprakolonie. De 44 gedichten van Spinalonga, geschreven tussen 2002-2005, exploreren ‘ het spanningsveld tussen levenskracht en lijden’, zoals in de eerste aantekening aan het slot van de bundel wordt vermeld. Dat Spinalonga-project werd op 4 februari 2008 bekroond met de Cultuurprijs Poëzie van de Vlaamse gemeenschap. In de krant – De Morgen van 5 februari 2008 – stond volgend citaat uit het juryverslag: ‘We hebben vooral gewaardeerd dat Peter Holvoet-Hanssen een bijna dwangmatig dichter is, een man die moet schrijven, voor wie dit levensnoodzakelijk is. Het is niet de poëzie van iemand die even poëzie gaat maken. Hij vlecht en spint een cocon in zijn verhalen waarin je na verschillende keren lezen de overweldigende logica ontdekt.’
Dat die bekroning niet onterecht is blijkt uit de bundel Navagio die hier vanavond feestelijk gepresenteerd wordt. Maar is er wel reden tot feesten wanneer een bundel ‘wrakhoutgedichten’ verschijnt? Lijkt het niet een beetje op het stukgooien van een fles champagne tegen de boeg van een schip dat op het punt staat naar de dieperik te gaan? (Permitteer mij wel tussendoor deze woordspeling: de dieperik kan ook gelezen worden als dieper ik).
Pléiade-dichter Joachim du Bellay (1522-1560) schreef de bekende verzen:’Heureux qui comme Ulysse a fait un beau voyage, et puis est retourné plein d’ usage et de raison’. En onze Karel van de Woestijne – zoals u wellicht weet de dichter van de verzen: ‘Ik zit hier met mijn lamme benen / In de asse van een stervend vuur / Ik bid, mijn vrienden wenen / En ’t hangt mijn keel uit op den duur‘ heeft zwartgallig mijmerend ook dit vers geschreven: ‘Van alle reis terug voordat de reis begon’. En die twee associaties hebben zich bij mijn lectuur van Navagio vastgezet in mijn hoofd. Wat overweegt in Navagio? Het fin-de-siècle gevoel van Karel van de Woestijne in de bundel van een dichter die gepubliceerd wordt in een eeuw die nog maar pas begonnen is? Of het optimisme van Joachim du Bellay die de dichter prijst die als Odysseus na al zijn omzwervingen aanlandt, thuiskomt ‘plein d’ usage et de raison’, met veel ervaring en verstand? Ik ga hier geen uitsluitsel geven. Maar ik ga wel over tot deze bekentenis: de lectuur van Navagio haalt je ondersteboven.
In de eerste cyclus, Dodenstad staat het Lied voor Vogel Kenny. Kenny, die met het syndroom van Down geboren is, heeft met medewerking van Peter Holvoet-Hanssen een poëtisch werkstuk gemaakt met de titel Kenias dat op 300 exemplaren gedrukt werd. De intro van een korte dialoog tussen Kenny en Peter gaat als volgt:
Kenias de feniks vliegt al vijfhonderd jaar in de lucht. Beneden ziet hij veel
miserie. oorlog en vechtpartijen, misbruik en ongeluk.
Kenias komt niet veel naar beneden, alleen als het hoognodig is.
Hij voelt zich oud, heel moe en alleen.
En alleen is maar alleen.
Hij daalt naar de aarde om wat te rusten.
Daar ziet hij een klein vogeltje met rosse veren.
Een vogeltje met een holle kop en een holle poot.
Vogeltje Holvoet kan niet vliegen.
En dan lees ik Lied voor Vogel Kenny en hoor ik de muziek die telkens anders is en dus uniek.
Lied voor Vogel Kenny
als een koekoeksjong
als sneeuw in Lissabon
met vederwolken mee
naar de ruizelende zee
tolmeester met zijn hond
ingespoeld in de grond
levensweg verguisd
de schelpentuin vergruisd
kalfje op het land
braden op het strand
bliksem op een paard
surfen op een kometenstaart
ijs breekt af in zee
suizel wapper mee
vaandels groen als vlas
voor feniksen in as
kind dat de dag niet haalt
nacht die langzaam daalt
als een koekoeksjong
als sneeuw in Lissabon
In het nummer 133 van het altijd bekorende eenmanstijdschrift van Gerd Segers, Revolver (maart 2007) werd een samenwerkingsproject voorgesteld tussen beeldende kunstenaars en schrijvers uit Vlaanderen en Zuid-Afrika. De artistieke kruisbestuiving wordt E-POS genoemd, het Afrikaans voor e-mail en tegelijk een verwijzing naar het literaire genre. Bezielster van dit project is Veerle Rooms die de omslagillustratie en de illustratie van het achterplat gemaakt heeft van Navagio. Veerle Rooms is een van onze belangrijkste hedendaagse grafici en haar heliogravures/chine-collé geven Navagio een BTW, maar dan te begrijpen als bijzondere toegevoegde waarde. In dat Revolvernummer zijn gedichten uit Navagio opgenomen met een Engelse en Afrikaanse vertaling. Maar er staat op p. 43 ook een werkschema in van de hand van Peter Holvoet-Hanssen die voor een inleider van zijn bundel gewoonweg ‘gefundenes Fressen' is.
Peter Holvoet-Hanssen geeft in dat schema aan dat de reis in Navagio zal gaan van Metropolis naar Necropolis. Van leven naar dood, van licht naar duisternis. Dan komt er een belangrijyk scharnierpunt: de dichter Peter Holvoet-Hanssen worstelt met zijn identiteit, ziet zich geplaatst voor de oppositie ‘God’ of ‘No-Thing’ en op het persoonlijke vlak tussen ‘me’ en ‘you’, ‘us’ en ‘them’. Het scheepje dat hij tekent met op de boeg de naam Navagio vaart in waters waar zowel statische als dynamische energie heersen, maar dan zakt het naarbeneden, raast voorbij het niveau waarop duikboten zich bevinden, altijd maar going down, going down. En dan denk je, dit is het einde, hier duikt een dichter voor goed onder. Maar wat lees ik aan het einde van de in een geliefd V-schema ondergebrachte opposities: Brug. Loopplank.
Via deze site ben ik het volgende te weten gekomen: 'In de Ionische zee liggen heel wat scheepswrakken. Vooral rondom het zuidelijk deel van Kefalonia zijn in het verleden heel wat schepen gezonken. Sommige in allerlei zeeslagen, de meeste echter per ongeluk omdat daar het water ondiep is en er vele rotsen vlak onder het wateroppervlakte verborgen zitten.
Het scheepswrak Navagio ligt aan de noordwestkust van Zakynthos in de buurt van het dorpje Anafonitria en is alleen per boot te bereiken. Bij Navagio, op het idyllisch wit strandje is het scheepswrak goed te zien. Een excursie naar dit strand is zeker de moeite waard.'
De middenste van de vijf cycli waaruit Navagio bestaat eindigt met het gedicht, getiteld Het wrakhoutschip waaruit ik zeven regels citeer. De loopplank onderaan het schema in het Revolvernummer komt erin voor, het V-teken, het getal drie dat zo belangrijk is voor de dichter voor wie vertellen een vorm van tellen is, of moet ik het andersom formuleren: tellen is voor hem ook vertellen. Ook Plato en Aristoteles worden vernoemd of de onvermijdelijke en onoplosbarre spanning tussen de ideële en de reële wereld.
In de bocht ligt de lekke boot, kreunt zachtjes als een slapend hondje.
De masten van fladderhout. De romp is van vermolmde doodskisten.
‘Open de hemelsluizen!’Dat is de kapitein. de roerganger
werd als kierewiet versleten, zocht verbeten naar een ondenkbaar
derde getal. Litteken op zijn voorhoofd: een V. De eerste stuur
voelt nog de magneet tussen aarde en maan. Onze luit zet een voet
op Plato, de ander op Aristoteles – springt dan van de plank.
Navagio bestaat uit 5 cycli. De eerste is Dodenstad. Naar de Antwerpse dodenstad, die Schoonselhof heet, vliegt de nachtraaf die de dichter is in het openingsgedicht. Als pechvogel bezoekt hij er het graf van zijn moeder om haar te vertellen wat hij van plan is: ‘(…) ik ga een wrakhoutscheepje maken / vol kwaliteitsmomenten, plus maar ook min (…’ (p. 20) De tweede cyclus, gebroken woordenjutters bevat vijf gedichten die o.m. geïnspireerd zijn door foto’s van Roger Ballen en grafisch werk van Veerle Rooms en Kim Berman.
Over de middenste cyclus, naar het wrakhoutschip heb ik het al gehad. De vierde en vijfde cyclus, Navagio en sneeuwdienst bevestigen wat de lezer al weet sinds hij het gedicht Sneeuwmaker uit Peter Holvoets debuutbundel Dwangbuis van Houdini gelezen heeft, nl. dat elk gedicht van Peter een toverglas in woorden is. Elke lectuur is zoveel als het omkeren ervan waardoor voortdurend nieuwe betekenissen naar beneden sneeuwen en met iedere lectuur het besef groeit dat elk leven langzaam leeggeschud wordt en dat dit proces niet te stuiten is. Elke lectuur reveleert de eigen wanhoop, angst, machteloosheid, maar ook de hunkering naar zuiverheid en warmte, de kracht van de verbeelding. De Sneeuwmaker die in zijn debuutbundel verschijnt, verdwijnt in Navagio:
Dat het sneeuwen gaat, voel je, zie je, maar je gelooft het pas als je de eerste
sneeuwvlokjes ontwaart. Zojuist zag ik een wattig spinseltje. Ik volgde het als een
hongerige sneeuwbeer, het viel op mijn zolderraam.
Ik kijk door het raam zoals duizenden mensen dat op dit moment doen. Ik kijk
naar het verdwijnend vlokje tot ook ik er niet meer ben.
Als ik wakker word, ben ik er dan nog? Staan de sterren dan anders?
Ik was zeven, droomde dat ik sneeuw kon maken. Kristal dat smelt.
de sneeuwmaker
versneeuwt voor mijn ogen.
Alles sneeuwt leeg. Sneeuwmaker is weg.
Verder lezen op in Letterland:
> 3 gedichten uit Navagio. Wrakhoutgedichten
> Peter Holvoet-Hanssen reageert op 3 'Vragen van Neruda'
Reacties