Inleiding bij '4 zinnen' van Samuel Vriezen
Afgelopen donderdag werd in Amsterdam de bundel 4 zinnen van Samuel Vriezen gepresenteerd. Hieronder kunt u de inleiding lezen die Hans Groenewegen bij die gelegenheid uitsprak.
- door Hans Groenewegen
Geheel tegen mijn gewoonte wil ik beginnen met een anekdote. Omdat Samuel Vriezen geen gewoon dichter is, mag ik dat van mezelf, van een gewoonte afwijken.
Tussen haakjes gezegd, Vriezen is een van die speciale dichters die je doen beseffen dat er ook gewone dichters zijn.
De anekdote: ik liep met Samuel Vriezen door een Nederlandse stad. Ik ben niet alleen zijn redacteur bij Wereldbibliotheek. Als dichters komen we elkaar tegen in het project 'dichters lezen dichters'. Als we dan samen door een stad lopen, dan praten we over de wereld en dus over poëzie. Dat is net zo vanzelfsprekend als wanneer je over poëzie praat, of wanneer je poëzie schrijft, dat je het dan over de wereld hebt, dat je dan werkelijkheden verkent. We kwamen te spreken over de gedichten van William Carlos Williams. Voor de anekdote maakt dat eigenlijk niet uit. We hadden net zo goed over een andere interessante dichter kunnen spreken: John Ashberry, Louis Zukofsky, Rolf Dieter Brinkmann, Petrarca of C. Tarkos. Maar we hadden het als ik me goed herinner over Williams. Wat Vriezen over hem zei trof me bijzonder. Het trof me omdat er uit een van de zinnetjes een houding spreekt die ik van mezelf niet ken. Hij zei: ''Toen ik Williams las dacht ik, ha, dat hoef ik niet meer te schrijven.'' Ikzelf dacht toen ik Williams las, shit, dit kan ik niet meer doen.
Ik noem mijn initiële jaloezie alleen om het contrast aan te geven. Want Vriezens uitspraak karakteriseert zijn dichterschap. En voor dat dichterschap, om de publicatie van zijn debuut te vieren zijn we hier bijeen. Wat spreekt er meer uit die opmerking dan die met mijn naijver constrasterende generositeit? Ik noem: nieuwsgierigheid naar wereld, taal en poëzie; urgentie; verlangen naar absoluutheid; bescheidenheid en een gevoel voor een gezamenlijke onderneming; kortom er spreekt de intellectuele vrijheid uit, die ontstaat als gevoel, verstand en zintuigen in wisselende coalities op talige verkenningsmissies de wereld worden ingestuurd.
Samuel Vriezen wil met zijn poëzie weten en ervaren. Hij is, als echte intellectueel, niet alleen ongeremd nieuwsgierig naar de manier waarop onze werkelijkheden functioneren. Hij is net zo nieuwsgierig naar de wijzen waarop onze ervaringen ervan tot stand komen, en de manieren waarop we tot onze kennis komen. Waarbij ik, wellicht ten overvloede, aanteken dat kennis en ervaring geen dingen zijn, maar dynamieken.
Vriezen ziet vooral mogelijkheden, oneindig veel mogelijkheden. Daar komt zijn gevoel van urgentie vandaan. Voor zijn onbeperkte nieuwsgierigheid heeft hij maar een beperkte tijd. Daarom is hij oprecht verheugd als hij een dichter tegenkomt die consequent bepaalde mogelijkheden van de poëzie exploreert. Het geeft hem de mogelijkheid om met medeneming de middelen en opbrengsten van die dichter zelf andere richtingen te verkennen. Er zijn er zoveel en het is noodzakelijk en het is onze uitdaging om ze allemaal te onderzoeken.
4 zinnen heet zijn bundel. Op vier verschillende manieren verkent hij: het aardoppervlak en de marktwerking: in Kromming; het om elkaar heendraaien van zinsfragmenten: in Gewrichten; het wolkig bestaan van buigzame lichamen, vaste lichamen en van wolken in De Wolken; de gelijktijdigheid van het stedelijk leven binnen en buiten, in boeken en straten, en het interen op wat komt: in steden tot de toekomst.
Voor Vriezen zijn andere dichters geen concurrenten op de dichtersmarkt, ze zijn partners, elk is met zijn of haar occupaties en elk is naar zijn of haar vermogen bezig in een eigen richting. Dichters werken in zijn visie aan een gezamenlijk project. Kennen en ervaren is een absolute overlevensvoorwaarde. Dat is een andere urgentie dan die van de persoonlijke, ongeremde nieuwsgierigheid. Elke serieuze zoektocht draagt bij aan de vermenigvuldiging van ons aller ontdekkingsvreugde en aan ons maatschappelijk leven. De nieuwsgierigheid van Samuel Vriezen is absoluut. Zijn bescheidenheid zit in zijn vermogen tot egoloosheid. Hij heeft het vermogen in eigen teksten andere stemmen te laten klinken; het vermogen de experimenten van anderen in te voegen, de nieuwsgierigheid van anderen compatibel te maken met zijn eigen experimenteerlust.
Drie voorbeelden uit 4 zinnen wil ik noemen. Wie wel eens op internetfora rondzwerft, zal wat herkennen in mijn summiere karakterisering van de dichter en componist Samuel Vriezen. Waar een serieuze discussie over middelen en mogelijkheden van poëzie of muziek ontstaat, kun je hem ook tegenkomen: geïnteresseerd in analyses die hem verder kunnen helpen bij het doorgronden, geïnteresseerd in het vinden van een gezamenlijke gespreksbasis. Hij begint altijd in de blijmoedige verwachting dat er een discussie van niveau kan ontstaan. Zo komt hij geestverwanten tegen met wie hij hij ook voorbij het altijd weer imploderende oog van de openbaarheid verder van gedachten wisselt. Zo ontstond een intensieve internetvriendschap met Jeroen Mettes. Als Jeroen Mettes nog geleefd zou hebben, zou Vriezen hem gevraagd hebben hier te spreken. Nu is hij aanwezig in het gedicht steden tot de toekomst, dat aan zijn nagedachtenis is opgedragen.
Een tweede voorbeeld van Vriezens vermogen tot egoloosheid. De bundel bestaat uit vier lange gedichten. Het derde gedicht De wolken is een vertaling van Les Nuages van de Franse dichter C. Tarkos. Het past perfect in het palet van deze bundel. Het is muzikaal zoals de andere drie gedichten. Net als Vriezens eigen gedichten verraadt het de meerwaarde van zijn ervaring als componist. Een woord over de muzikaliteit van Vriezens werk. Zijn poëzie exploreert niet verder op het gebied van de traditionele verbinding tussen teksten muziek, die van het lied. Hij vertrouwt ook niet op de makkelijkste muzikaliteit van de taal, die van het klankspel. Hij gebruikt de voor een muzikale leek abstracte mogelijkheden van de muzikale compositie ín de poëzie. Hij doet dat niet om, of door het betekenisloze naar voren te halen. Dat is een onderdeel van het muzikale dat tot vluchtweg voor luie lezers is geworden. Hij doet dat door bewegelijke betekenisstructuren te creëren. Niet klanken maar betekenissegmenten vormen het materiaal voor zijn poëziecomposities. Door herhaling, bewerking, transpositie en variatie in de reeksen ontwikkelt hij betekenissen die op een andere manier niet los zouden komen. Hij denkt en dicht op de wijze van de muziek. Die vorm van muzikaliteit vormt ook de basis van deze tekst van Tarkos. Mede daarom past die tekst perfect in het ensemble van teksten dat hem met 4 zinnen voor ogen stond. En - zo moet de overweging van Samuel Vriezen zijn geweest - waarom zou hij dan niet een vertaling beproeven, en die opnemen in de bundel. Als dichters mèt al hun verschillende bundels samen een veelzijdig stilistisch observatorium bouwen, waarom zou je dan die samenwerking niet ín een bundel kunnen voortzetten? Poëzie, niet om een ego te poneren of op te poetsen, maar poëzie om alle talige elementen waaruit het ik is samengesteld, eens goed door te spoelen.
Hoe dat gebeurt wil ik u tot slot laten horen door een strofe van Hans Faverey voor te lezen en vervolgens een strofe uit Kromming. Faverey schrijft in een vroeg gedicht:
Wat onder het woordoppervlak
schuilt, schuilt daar haast
tevergeefs.
In dit gedicht van Faverey loopt het uit op een totale verdwijning, van de wereld uit de woorden en uiteindelijk van de woorden zelf. Bij Vriezen lijkt het omgekeerde te gebeuren, om poëtische redenen wellicht, maar ook omdat we inmiddels leven onder de onbarmhartige zon van de totale controle. Nu er zo fanatiek aan ons verdwijnen wordt gewerkt, kunnen we ons mogelijk te weer stellen door betekenissen te vermenigvuldigen, zinnetjes als stofnesten:
Het ritme moet helder voor het op is. Bij aanvang stevige woorden.
Er is geen theorie van het dagelijks leven, laten wij elkaar
beïnvloeden, en alles dijt uit, wijst naar de toekomst,
halsstarrig stofnest. Elke dag er wat wereld bijwonen. Het oppervlak
wordt niet voor vol aangezien. Een evenwicht volhouden, haast
tevergeefs, daar schuilen, gelijktijdig loopt ter wereld iedereen
en schuilt daar haast tevergeefs, kijk met satellietenstrengheid.
Naar zinnetjes, daar begint het. Zo nam zij de wereld, te grazen,
de hulpeloze, wereld, de vele gedaantes inbegrepen, nu moet
ik een huis bouwen. Kom schuilen, dieren, tussen de komma's
Toen ik 4 zinnen had gelezen, en niet meer jaloers was, dacht ik: hier kan ik wat mee, ik kan leren van de componerende dichter, maar ik hoef het niet meer zelf te schrijven, dat heeft Samuel Vriezen voor mij gedaan. Misschien kan ik voor een komende Duitse bundel Kromming vertalen. Nu hoef ik zijn poëtische exploraties alleen nog maar aan te bevelen. Lees ze, en u kunt weer een stuk verder in een andere richting met het geruste gevoel dat Samuel Vriezen met zijn onstilbare nieuwsgierigheid en met grote trouw aan onze gezamenlijke opdracht, bezig is zijn deel te exploreren.
Nog één laatste opmerking. Als u achterop de bundel kijkt zult u denken: 'zo jong nog, en dan al zulke volwassen poëzie'. Vriezen is vier jaar ouder dan het afgedrukte geboortejaar suggereert. Een fout, of verjongde hij zich met elk van zijn 4 zinnen? U kunt het uitproberen. Lees een van de gedichten en controleer uw geboortejaar in uw paspoort.
Verder lezen op in Letterland:
Reacties