« Kuiper en Bruinja naar Schots poëziefestival | Hoofdmenu | English poetry masters »

Nichts ist poetischer, als alle Übergänge und heterogene Mischungen

- door Renaat Ramon

jeux de mots, jeux d’images Het stond in de sterren getekend dat ik als weegschaal zou geboren worden en zo is het ook geschied. Het zal aan mijn sterrenbeeld liggen dat ik redelijk vredelievend ben, meer van de muzen houd dan van Mars, niet gekozen heb tussen de artistieke disciplines waar ik enig talent voor meen te hebben en een voorliefde heb ontwikkeld voor de genres die twee disciplines (trachten te) verenigen – zoals daar zijn: de grisaille en het reliëf, die, het ene schijnbaar en het andere reëel, schilder- en beeldhouwkunst laten samengaan; het prozagedicht (dat minder gemakkelijk is dan het lijkt) en de concrete/visuele poëzie die, inderdaad, op redelijke gronden zowel tot de beeldende kunst als tot de literatuur kan worden gerekend. Niet voor niets zegt Novalis ‘Nichts ist poetischer, als alle Übergänge und heterogene Mischungen’.

De beoefenaars van het ambigue genre visuele poëzie achten zich meestal literatoren maar worden door buitenstaanders vaak als grensarbeiders aanzien. Het genre heeft een grijs verleden, zoals bekend, daar hoeven wij hier niet op in te gaan, maar het heeft het taaie bestaan dat vele hybriden kenmerkt. De discipline, voor zover hier van een discipline kan gesproken worden, bereikte in ons taalgebied een hoogtepunt in de jaren zeventig van de vorige eeuw. Er was op een gegeven ogenblik serieuze belangstelling van officiële zijde en van de gevestigde orde. Kees Fens kon er in 1970 in De Volkskrant een groot artikel aan wijden; het Amsterdamse Stedelijk Museum toonde in 1971 een internationale tentoonstelling Konkrete poëzie? die daarna ook in Duitsland en Engeland was te zien.

Er waren gespecialiseerde tijdschriften als Bloknoot, AH, en Subvers. De Bezige Bij publiceerde in 1973 l’angerie van Hans Clavin (een van de mooiste en meest homogene bundels visuele poëzie) en bij Bert Bakker verscheen in 1976 het eerste en enige nummer van totaal, een tijdschrift ‘waarin mensen vertrekkend vanuit de semiotiek als (ver)beeldend principe werk laten zien: ontwerpen en aktiviteiten als signalen uit de werkelijkheid.’

Renderend waren beide uitgeversexperimenten kennelijk niet, zij kregen bij deze gevestigde huizen geen vervolg en de visuele poëzie verdween weer in de marge waarin ze was ontstaan. In 1977 publiceerde Manteau nog een boekje van Erik Slagter, Visuele poëzie, en wijdde het tijdschrift Radar er een nummer aan. Paul de Vree, de voortrekker, stierf in 1982 en met hem zijn tijdschrift De Tafelronde dat een vrijplaats voor de visuele poëzie was.

De belangstelling leefde in de late jaren negentig weer op. Er verschijnen ook nieuwe publicaties: Ongehoorde gedichten (1997) en Color-field poetry (1999) van Renaat Ramon, Gezichten. Gedichten (2000) van Mark Insingel en van Peter Meijboom visuele en andere gedichten (2001). Luc Fierens publiceerde in 2004 visual writing re-connected, Hans Clavin bracht onder de titel Visual poems een selectie uit zijn oeuvre (2007) en G.J. de Rook verzamelt in zijn exclusieve uitgave I/Z visueel werk en documenten. Er waren tentoonstellingen: te Brugge toonde het Groeningemuseum concreet en visueel werk van Jan van der Hoeven en Renaat Ramon die samen, eveneens in Brugge, VISIE / VERSA inrichtten, een expositie ‘opgebouwd rond het werk van tien auteurs die creatief en/of organisatorisch bij de concrete / visuele poëzie betrokken zijn: Hans Clavin, Klaus Peter Dencker, G.J. de Rook, Adriaan de Roover, Mark Insingel, Robert Joseph, Peter Bruno Meijboom, Renaat Ramon, Jan van der Hoeven en Marcel van Maele en aangevuld met werk uit enkele privé-verzamelingen en het archief van Klaus Peter Dencker.’ Dat was in 2002; in datzelfde jaar bracht het MUHKA een overzichtstentoonstelling van het werk van Paul de Vree.

De moederbinding woord-beeld blijft boeien zoals blijkt uit de activiteiten van de collectieven Galerie 93 en Krikri. Krikri organiseerde vijf maal een internationaal krikri-festival omtrent polypoëzie. Met de benaming ‘polypoëzie’ wordt, zo lichten Jelle Dierickx, Maja Jantar en Helen White hun multidisciplinaire werkzaamheden toe in Poëziekrant van febr./maart 2006, ‘letterlijk poëzie met veel mogelijkheden bedoeld. Poëzie die gebruik maakt van alle mogelijke talige uitingen (dus niet alleen woorden), die eventueel op een zinvolle manier (multi)media en performancekunst benut, die ook de tradities van niet-westerse wereldculturen onderkent en die noodzakelijk gebonden is aan het fenomeen boek. In wezen gaat het dus gewoon om poëzie, maar de term polypoëzie is zinvol in een sociale context waarin poëzie vaak veel te eng wordt bezien als een artistieke uiting die bestaat uit neergeschreven woorden in een 24-regelige structuur die soms ook op een vervelende of juist overtheatrale manier worden voorgedragen.’

Ook bescheidener happenings worden door hen georganiseerd. Ook dit jaar staan een aantal activiteiten op het programma, deels in samenwerking met het Poëziecentrum. Galerie 93, een Nederlands/Belgisch initiatief geanimeerd door Saskia van Herwijnen, Tine Moniek, Olaf Risee en Gerrit Schuppen, die zich tot doel stelt ‘het initiëren en organiseren van tentoonstellingen en projecten waarbij beeldende kunst en taal (poëzie) een relatie met elkaar aangaan’, organiseerde in Waregem (2005) en in Pand Paulus in Schiedam (2007) een expo/evenement waarbij taal, beeld en klank inderdaad werden samen gebracht. In Schiedam was er ook een boeiende projectie van e-poëzie, ‘poëzie die gevisualiseerd is voor presentatie via video, dvd en computer’. Groots opgezet is de door 100titres opgezette expositie jeux de mots, jeux d’images die nog tot 18 maart in Brussel loopt en daarna zal te zien zijn in Galerie Lieve Lambrecht te Merendree van 27/04 tot 17/08 2008 en in het Musée Janchelevici te La Louvrière van 13/03 tot 19/04 2009. Bij deze tentoonstelling hoort een mooie tweetalige catalogus die vier aspecten van min of meer alternatieve (en elkaar soms overlappende) grafische bezigheden laat zien onder ruim te interpreteren titels: galgenhumor, beeldverhaal, hoofdbrekens, visuele poëzie. Er is werk van o.m. Marcel van Maele en Luc Fierens.

Het moge duidelijk zijn: nog altijd leeft de experimentele, de concrete, de visuele en de multimediale poëzie.

Reacties

Laat een reactie achter

Feeds

  • klik hier voor het allerlaatste (literatuur-)nieuws


    > Meer feeds...

Zoeken

  •  

Laatste reacties

Colofon

Advertenties