« Notes from the Air: Selected Later Poems by John Ashbery | Hoofdmenu | Waarop de klok ontwaakt! »

Porno op de buis

- door roop

Exclusief voor in Letterland een column schrijven en dat geheel vrij van consumptiebonnen. Waar het over moest gaan? Poëzie leek hem wel aardig. Net alsof ik ergens anders verstand van heb, dacht ik. En is poëzie niet al veel te vaak aardig?

Laatst zag ik Tjitske Jansen in een oneindig lang interview op de zender Het Gesprek kribbig reageren op iedere vraag van de interviewer die betrekking had op de persoon achter de dichter. Volgens haar was achtergrondinformatie uit haar jeugd niet relevant voor lezing van haar poëzie, in dit geval haar bundel Koerikoeloem. De interviewer jamaarde dat het persoonlijke karakter van de gedichten vragen naar de dichter veroorzaakt. Zo kwamen ze een tijdlang niet verder in het gesprek, maar het was wel Tjitske Jansen, die haar naakte ziel zat te verdedigen, dus het was als Playboy-tv voor dichters.

Terzijde: Had Tjitske op het internet geplaatst, dan was haar weerbaarheid tegen een dergelijke toegang groter geweest. Het laagdrempelige karakter van poëziefora maakt dat de gangbaarste manier om een gedicht te lezen, zijn toetsing aan de herkenbaarheid is. Primair herkenbaarheid naar de situatie van de lezer toe, maar ook naar de situatie van de schrijver toe. Op het internet wordt dan ook veel en empathisch sterkte gewenst. Dat deed die interviewer dan weer niet, dat vond ik jammer, want volgens mij is Tjitske mooi als ze boos is.

Is die vraag naar de persoon achter het gedicht relevant? Heel vaak niet, maar behalve herkenning en empathie bestaat er natuurlijk nog de vraag naar de motieven van de dichter. Die motieven kunnen wel interessant zijn, omdat ze een extra inzicht in lezing van het gedicht kunnen veroorzaken. Dat is echter geen idee waar de interviewer op kwam en op haar beurt heb ik Tjitske Jansen ook niet horen relativeren dat op het moment dat een bundel wordt samengevat als 'de herinneringen van een vrouw die haar getroebleerde jeugd tonen van pleeggezinnen, kleine criminaliteit en eenzaamheid. Ze maken haar kinderlijke intenties invoelbaar, haar ontdekkingen en haar dromen', je dan automatisch over je afroept dat vragen naar je poëzie diep in je persoonlijke levenssfeer kunnen binnendringen.

Weinig kunstenaars zijn zo naakt als dichters, hun wezen ligt in hun gedichten, op welke manier ze het ook tot uitdrukking brengen en hoeveel afstand ze er ook van hebben genomen: ook in het heelal berekenen we objecten aan de hand van afstand. Wat dichters van die totale naaktheid redt, is de leugen, die behoedt de dichter er voor helemaal zo te zijn als zijn gedichten. Het woord leugen kan breed worden opgevat, als iets dat zich onttrekt aan de letterlijke waarheid. Vanuit die aanname had de interviewer kunnen beginnen met de vraag waarom ze had gelogen, daaruit had namelijk een spannend gesprek kunnen ontstaan. In plaats daarvan...

...af en toe onopvallend op haar borsten inzoomen, een close-up van haar handen, een glimp van haar rug als ze zich even omdraait, meer zicht op haar benen, het waren tenminste dramaturgische opties geweest ter vergroting van de radicaal afwezige spanning in een zinloos gevecht over de ontbloting van een gepantserde ziel. Intussen kwam de ware poëzieliefhebber bij haar lijf ook al niet verder, maar er zat in ieder geval genoeg stof aan voor een eerste column op in Letterland. En dat was dan weer aardig.

Reacties

Laat een reactie achter

Feeds

  • klik hier voor het allerlaatste (literatuur-)nieuws


    > Meer feeds...

Zoeken

  •  

Laatste reacties

Colofon

Advertenties