« Peter Holvoet-Hanssen wint Cultuurprijs Poëzie | Hoofdmenu | Henri Chopin - Avant-garde pioneer of sound poetry »

Interview met Wim van Til

- door Olaf Risee

Wim van Til is directeur van het Poëziecentrum Nederland. Vorig jaar riep hij op bundels die in eigen beheer c.q. bij kleine uitgevers zijn uitgegeven, naar hem op te sturen. Afgelopen Gedichtendag opende hij i.s.m. boekhandel Messink & Prinsen uit Aalten een Poëziewinkel in Bredevoort.

Kun je om te beginnen vertellen wat het Poëziecentrum Nederland is en doet?

Poëziecentrum Nederland is voornamelijk een studie- en documentatiecentrum; het is een verzamelplaats voor gedichten, recensies, interviews met dichters, besprekingen over dichters, bundels, stromingen en tegelijkertijd ook een heel klein museum met allerhande poëzievoorwerpen. Je kunt er terecht om een interview met een dichter voor te bereiden (wat regelmatig gebeurt; eigenlijk is het zo allemaal begonnen. Met de dichter Victor Vroomkoning die een interview met Rutger Kopland wilde voorbereiden), een artikel te schrijven of een werkstuk te maken. Uiteindelijk is het de bedoeling om ruimte te bieden aan studenten die er hun eindscriptie maken of zelfs hun proefschrift. En natuurlijk kun je er bloemlezen: diezelfde Victor Vroomkoning begon er mee voor zijn bloemlezing van funereraire gedichten, Een zucht als vluchtig eerbetoon (samen met Jos Versteegen), en onze onvolprezen Chrétien Breukers heeft er natuurlijk gezocht en gevonden voor zijn bloemlezing. Er komen ook "gewoon" mensen die op zoek zijn, zoals iemand die diverse Zwaangedichten heeft opgezocht.

De activiteiten zijn er vooral op gericht om de poëzie zo breed mogelijk onder de aandacht te brengen, het liefst in een aanvullende vorm. Als er al iets elders georganiseerd wordt, hoeft het niet perse ook hier, tenzij het voor deze omgeving nieuw is. Zo komt er regelmatig een dichter in het Poëziecentrum, in het kader van 'Ontmoet de dichter…'. Dat zijn kleinschalige bijeenkomsten waar tussen 8 en 16 personen komen, die dan een bijzondere middag hebben. Dicht op de huid van de dichter, letterlijk en figuurlijk. We zijn ook een project begonnen om een Bredevoortse dichter wat uit de anonimiteit te halen, Jan Jacob Thomson (1882-1961). Hij was een tijdgenoot van P.N. van Eyck, J.C. Bloem, actief in de literatuur (o.a. in De Beweging en in het christelijk tijdschrift Omhoog). Hij werkte als predikant en was actief in de Woodbrookersgemeenschap en in de Nederlandse protestanten Bond. Een intrigerende persoonlijkheid die ook nog mooie gedichten heeft gemaakt. En met een aantal dichters ondernemen we regelmatig een project, zoals het estafettegedicht begin 2007 in het kader van landelijke gedichtendag en Smeedwerk in het kader van een regionaal kunstproject in de Achterhoek. Binnenkort gaan we aan de slag met het werk van een Bredevoortse kunstenaar.

Het grote verschil met het Poëziecentrum Gent is natuurlijk de Poëziekrant. Die hoort onlosmakelijk bij dat centrum; bovendien is Willy Tibergien (oprichter-directeur van het Poëziecentrum Gent) al zo’n jaar of 15 langer bezig met zijn centrum, dus in omvang, bekendheid en bereik is hij een hele grote broer. Het Poëziecentrum Gent heeft zich in die jaren opgewerkt tot een bolwerk waar niet meer om heen gegaan kan worden. Dat heeft ook geleid tot ruimhartige financiële steun van de overheden. Vooralsnog is het Poëziecentrum Nederland een particuliere aangelegenheid, nog zonder overheidssteun en sponsoring. Inhoudelijk zijn er ook verschillen, we zijn geen "kopie" van Gent. We kennen elkaar maar verder is er (nog) geen connectie. Zo is er in het Poëziecentrum Nederland meer aandacht voor de marginale uitgeverijen en voor bibliofiele edities dan in Gent. Aan de andere kant zijn wij geen uitgever van poëzie (met uitzondering van enkele incidentele uitgaven). Wel zijn we onlangs begonnen met een Poëziewinkel. Dat hebben we dan wel weer gemeen.

Je hebt vorig jaar een oproep gedaan om alle bundels die in 2007 in eigen beheer of bij kleine uitgeverijen zijn uitgegeven, op te sturen naar Poëziecentrum Nederland, om zo tot een totaaloverzicht te komen van al deze bundels. Vanwaar deze belangstelling voor dergelijke bundels?

Die belangstelling komt voort uit de opzet van de collectie poëzie waar het studiecentrum op stoelt: het wil een staalkaart zijn van het poëtisch landschap. Rijp en groen staat gezusterlijk naast elkaar: Rutger Kopland wordt geflankeerd door Elisabeth Koopmanschap en Maarten Korenhof, naast de reguliere en bibliofiele bundels van Mark Boog staan de bundels met religieuze poëzie van Geert Boogaard. Als je bekijkt hoeveel poëzie er in eigen beheer of in bibliofiele edities verschijnt, dan zijn de reguliere bundels een topje van de ijsberg (of moet ik in dit verband van de Parnassus spreken?). Het poëtisch landschap is buitengewoon boeiend en divers. Daar wil ik dan wel eens meer zicht op krijgen, vandaar de speurtocht naar andere bundels dan uitgegeven door de bekende uitgeverijen in de Randstad en daarbuiten.

Je hebt op dit moment 61 eigen beheer-bundels in je bezit, terwijl je vermoedt dat het totaal rond de 800 ligt. Euh... meneer Van Til, waar is u in hemelsnaam aan begonnen?

Dan hebben we het over 61 bundels die in 2007 zijn verschenen; het getal 800 is willekeurig. Ik wil daarmee aangeven dat er in 2007, zoals vermoedelijk in elk jaar, veel meer bundels in eigen beheer zijn verschenen. Ik wil al die bundels wel eens bij elkaar zien. Dat moet toch een prachtig gezicht zijn! En vergis je niet, tussen die 61 bundels die ik al bij elkaar heb, zitten juweeltjes! Zowel inhoudelijk als qua vormgeving en druk. Er wordt zoveel moois gemaakt.
En ja, dat lijkt een schier onmogelijke opdracht om "alles" bijeen te brengen, maar elke reis begint met de eerste stap, nietwaar? Toevallig vandaag ontving ik de eerste 2 edities van de Haagse Stadsdichterskrant, het initiatief van Harry Zevenbergen. Nummer 62 en 63 als het ware, want zij vormen een bloemlezing van gedichten m.b.t. Den Haag en/of het stadsdichterschap.

Waar kunnen de mensen hun bijdrage naartoe sturen?

Poëziecentrum Nederland, ’t Zand 25, 7126 BG Bredevoort.

Afgelopen Gedichtendag heb je samen met boekhandel Messink & Prinsen uit Aalten een nieuwe poëziewinkel in Bredevoort geopend. In de Gelderlander zei je hierover: "De tijd lijkt rijp om in deze streek meer aandacht te schenken aan en te vragen voor poëzie. Er begint langzamerhand een kern te ontstaan van mensen die zich om de poëzie bekommeren." Waarom denk je dat juist nu de tijd rijp is voor een dergelijke winkel?

De tijd is niet zozeer rijp voor een Poëziewinkel, maar voor aandacht aan poëzie in deze regio. En daar past een Poëziewinkel goed in. De afgelopen twee jaren heeft het Poëziecentrum een aantal activiteiten georganiseerd die gelukkig gezorgd hebben voor meer aandacht aan poëzie. Gevoegd bij de initiatieven die er al waren, ontstaat langzaamaan een web aan activiteiten die als ze goed geschakeld worden, een prima voedingsbodem zijn voor de toekomst. En ook die toekomst zal er weer breed geschakeerd uitzien, want poëzie is niet alleen de winnaars van de VSB-poëzieprijs, maar ook de gedicht in de Aalten Vooruit of de Winterswijkse Weekkrant.

Een Poëziewinkel is uiteraard een prachtig en nobel initiatief, maar er dienen natuurlijk ook gewoon keiharde munten binnen te komen om de winkel open te houden...

Een goed verstaander heeft al begrepen dat er geen grootse commerciële plannen achter de Poëziewinkel steken. De winkel moet kostendekkend draaien met een minimum aan kosten. De vrijwilligers van het Poëziecentrum Nederland zorgen er voor dat de winkel open is, dat de verkopen geregistreerd worden en dat de bestellingen tijdig plaats vinden. Natuurlijk hoop je op positieve resultaten. En die zullen dan ook weer gebruikt worden om de doelstellingen van het Poëziecentrum Nederland te realiseren.

Reacties

Laat een reactie achter

Feeds

  • klik hier voor het allerlaatste (literatuur-)nieuws


    > Meer feeds...

Zoeken

  •  

Laatste reacties

Colofon

Advertenties