Interview met Fagel en Lasters
- door Olaf Risee
Edwin Fagel en Ruth Lasters zijn beiden genomineerd voor de Jo Peters Poëzieprijs 2008 met respectievelijk Uw Afwezigheid en Vouwplannen.
Gefeliciteerd allereerst met je nominatie! Hoeveel blijdschap komt er uit een mens die hoort dat ie genomineerd is voor de Jo Peters Poëzieprijs 2008?
Fagel: Genoeg blijdschap om er spierpijn van te krijgen in de kaken. Ik ben heel gelukkig en vereerd met de nominatie. De blijdschap manifesteerde zich relatief bescheiden: omdat het weer in mijn blijdschap deelde, heb ik mezelf getrakteerd op een terrasje in het centrum van Den Haag. Het aantal verliefde blikken van mijn vriendin steeg bovendien aanmerkelijk. Ook niet onbelangrijk.
Lasters: Een nominatie is leuk, dat spreekt voor zich. Het geeft vooral energie en verhoogt de schrijflol. En daar gaat het mij nu net om - hoe banaal dat ook klinkt - om het schrijfplezier. (Literair) enthousiasme kan je vergelijken met een bos wortelen onderin een koelkast. Als er nooit iemand een wortel uithaalt en de tijd neemt om hem aandachtig te schillen aan een tafel, dan verschrompelt die bos, wat bij niemand zou mogen gebeuren. Ik wil maar zeggen: af en toe gestimuleerd worden door eender wat van buitenaf (dat kunnen allerlei dingen zijn) helpt je om je drive te behouden. Hoe heeft mijn blijdschap zich geuit? Ik heb een blonde Leffe gedronken in bad. Drinken jullie ook veel Leffe in Nederland? Doen! Heerlijk bier als je het mij vraagt.
De jury heeft, volgens het persbericht, moeten kiezen uit niet minder dan 80 bundels. Welke bundel is volgens jou volstrekt ten onrechte niet genomineerd?
Fagel: Ik wil natuurlijk niet het beoordelingsvermogen van de jury in twijfel trekken. Maar ik vind het moeilijk te begrijpen dat resistent, de tweede bundel van Saskia de Jong, niet is genomineerd. Haar behandeling van de taal is duizelingwekkend en het lijkt me dat geen van die 80 bundels, hoeveel moois daar ook tussen zal zitten, spannender en avontuurlijker poëzie bevat dan resistent.
Lasters: Eerst en vooral: wie ben ik om mij daarover uit te spreken? Ik ben een dichter, geen jurylid of recensent. Plus, ik zou pas echt kunnen antwoorden op die vraag als ik al die tachtig bundels ook effectief gelezen had - wat jammer genoeg niet zo is. Maar als je dan per se 1 naam wilt: Geert Jan Beeckman met Diep in het seizoen. Omdat het erg oorspronkelijke gedichten zijn, vind ik.
Naast een geldbedrag van 4000,- euro, bestaat de prijs ook uit 'de opdracht tot het schrijven van een bibliofiel uit te geven nieuwe bundel van ongeveer acht gedichten'. Snel omgerekend komt dat neer op 500,- euro per gedicht. Dat gaan zeker gedichten worden met veel dure woorden erin? Borrelen er in je hoofd reeds ideeën voor een dergelijke bibliofiele bundel?
Fagel: In het geval ik de prijs zou winnen, zou ik die 4000 euro natuurlijk krijgen voor de bundel die ik al geschreven heb, die aanmerkelijk meer gedichten bevat en dus per gedicht minder opbrengen. Maar ik ben niet per definitie tegen het gebruik van dure woorden om de prijs wat op te drijven. Tot nu toe had ik enkel een handvol impressionistische ideeën voor een lijvige tweede bundel vol lange, grillige gedichten. Mijn idee voor een bibliofiele bundel verschilt daar niet zoveel van, behalve dus dat de bundel wat minder lijvig zou worden.
Lasters: Het is helemaal niet gezegd dat die bibliofiele bundel van mijn pen zal zijn, we zijn met vier genomineerden. Maar ideeën ruisen er altijd in een dichtershoofd, dat is bij al mijn collega's zo. En gedichten zijn voor mij vaak kleine dwingelanden - en dat bedoel ik positief - die niet zwijgen in mij tot ik hen heb beloofd dat ik mijn best zal doen om hen beet te pakken en te schrijven, of dat nu in opdracht is of niet.
[NB: uiteraard zijn de andere twee genomineerden - Ester Naomi Perquin en Micha Hamel - ook benaderd voor een interview, maar zij hebben helaas nog niet op de vragen gereageerd.]
Reacties