- door Olaf Risee
Peter Wullen spreekt zich op URBANMAG* uit over het debuut van Stijn Vranken:
'Ik ben van oordeel dat een poëzierecensent zijn woorden moet kunnen wikken en wegen. Dichters zijn meer dan de rest van de kudde literatoren een bedreigde diersoort. Dichtkunst wordt alsmaar amechtiger in de marge van de kunst gedrumd. Debuten zijn schaars. Het zou dus niet zeker in mijn voordeel pleiten indien ik het debuut van Stijn Vranken zomaar tot spaanders zou hakken.'
Huh? Debuten zijn schaars? Je zou toch zeggen dat in deze tijd van allerhande serietjes en reeksjes zo'n beetje iedere ongeletterde mongool vrijuit kan debuteren. En dat gebeurt dan ook volop. Heb ik de indruk. Dus. Enfin. Dus.
Hoe dan ook, ondanks dat het volgens eigen zeggen niet in zijn voordeel pleit, hakt Wullen de bundel van Vranken toch behoorlijk tot spaanders:
'Maar dit is erg! Een poëzierecensent bezwijkt onder zoveel nietszeggendheid. Met veel geroezemoes, uitvergrotingen en de elegantie van een nijlpaard wordt hier een bundel op de markt gekeild, die tot het slechtste behoort wat ik de laatste twintig jaar las. (...) Ik zou niet graag Stijn Vranken zijn. Dit is niks. Nitsjevo. Nada. Slechtste bundel ooit.'
Geen idee of Wullen gelijk heeft of niet, ik heb de bundel van Vranken nog niet gelezen, dus help uzelf.