« Aanstaande vrijdag in Perdu | Hoofdmenu | Een beetje van dit en een beetje van dat »

Gat in de Markt - Starik luistert naar een dichtbundel uitgegeven op cd

- door F. Starik

Gat in de Markt Ik heb hem al een tijdje in huis, zoals andere mensen een vogelkooi met vogels erin bezitten. Af en toe luister je ernaar. Ik heb het over de nieuwe cd van Fosko, Gat in de Markt. Er zit een dvd bijgestoken, met een reportage van een half uur over hoe die cd tot stand kwam. De film opent met een paar glazig in de camera starende witte koeien, zoals die in de omgeving waar de cd werd opgenomen voorkomen. Op het eind serveert Fosko côte de boeuf, karbonades van precies die koeien.

De opnamen voor de cd werden in gemaakt in een Franse boerderij in de zuidelijke Bourgogne, gedurende drie zomerdagen in 2007. Zes muzikanten en een zanger, mannen die elkaar allemaal goed kennen. De zanger heeft een stapeltje teksten bij zich. Er zijn van te voren nauwelijks afspraken gemaakt. Er gaat geschept worden, geschapen.

Op precies dezelfde wijze komen dagelijks over de gehele wereld muzikanten samen en proberen wat. Zo werkte ook de Willem Kloos Groep. Je huurt een oefenruimte. De gitarist probeert een loopje. De drummer tikt wat voor zich uit. De bas begint te grommen. De zanger bladert door zijn papieren. Zet hard in. Of zacht. Iedereen probeert elkaar een richting op te duwen. Op zijn best kan dat een foto opleveren van het magische moment dat gepiel in muziek overgaat.

Bob Fosko was jarenlang de zanger en tekstleverancier van de legendarische band De Raggende Manne. Nu ja, legendarisch: de verkopen van de platen die de band uitbracht bleven steken op hooguit enkele duizenden exemplaren. Misschien moeten we het cult noemen. Het zijn oplagecijfers die die van een succesvolle dichtbundel niet overstijgen. Als je die band moet karakteriseren kom je tot: Normaal voor grotestadsmensen. Recht vooruit, intens, hard. Gat in de Markt is, ondanks de punkmentaliteit waarmee het stand kwam, pretentieuzer van opzet. Op de bijgeleverde dvd wordt door de muzikanten nagedacht hoe de muziek te karakteriseren. Er wordt veel ‘jazz’ gezegd.

De eerste keer dat ik de cd in mijn speler schoof, dacht ik: hemel. Het lijken wel gedichten, gedichten op muziek gezet. Het eerste nummer, Storm in me kop, legt een bescheiden klanktapijt onder een tekst die wordt uitgesproken zoals een dichter dat ongeveer zou doen.

Is dit een dichtbundel in de vorm van een cd? Ik neem de proef op de som en noteer de tekst zoals die is gezongen. Dat werkt niet.

We komen teksten tegen van Armando (zelfs twee keer), van Ingmar Heytze, van Jan Boerstoel, van Jan Arends. Niet de minsten, zeg je dan. Daarnaast leveren bandleden Wouter Planteijdt en Martijn Bosman ieder een tekstuele bijdrage. Niet de slechtste bijdragen.

Is wat Fosko schrijft poëzie? Nee, vindt hij zelf. De teksten zijn maar een opmaat, een opmaat voor een muzikale actie. Toch is er tekstueel meer aan de hand dan dat je als zanger nu eenmaal woorden moet zingen. De poëzie zit niet misschien zozeer in de teksten zelf, als wel in de tekstbehandeling: herhalingen, (betekenis)verschuivingen, intonatie, tempowisselingen, die moeten het doen, die geven reliëf aan de doorgaans bijna zakelijke, eenvoudige mededelingen. Gelukkig maar. Jammer dan. Het telkens herpakken van wat je net al hebt gezegd, maar dan net iets anders, in een andere volgorde, in een andere tijdsbepaling. Dat je niet ziet wat je hebt man. Kijk dan. Je blijft maar niet zien wat je hebt man. Je ziet het niet. Zie je dan niet wat je hebt man. Enzovoorts. Deze tekst is oorspronkelijk van Boerstoel.

Fosko eigent zich het oorspronkelijke gedicht toe, maakt er muziek van, en tokkelt er zo terloops betekenislagen bij, die in de oorspronkelijke tekst waarschijnlijk niet voorkwamen.

Van Ingmar Heytze zingt hij het gedicht Blender. Je merkt er niks van, dat de tekst niet van Fosko is, maar voor Fosko werd geschreven: alleen wie de moeite neemt de credits op het hoesje te lezen merkt dat die tekst van iemand anders is. Alles in de blender. Eerst worden er gewoon vruchten in gepureerd, allengs verdwijnen er vreemd- en ongelijksoortiger voorwerpen, gebouwen, dieren en mensen in. Proost. Meer niet. Groot was mijn verbazing, dat de tekst als gedicht staat afgedrukt in de nieuwe bundel van Heytze, Elders in de wereld.

Zulke verrassingen maken deze cd tot verplichte kost voor iedere dichter die op een podium ‘wel eens iets met muziek doet.’ Die kans is de laatste jaren groot geworden. Kees Wennekendonk met ‘Wordscape’, waarbij improviserende muzikanten live met een door de orkestleider opgegeven thema aan de slag gaan, op basis van de tevoren door de dichter aangeleverde tekst, Paul Koek met ‘Poetracks’ in de Veenfabriek in Leiden, ‘Wordlounge’ van Lucas Hirsch in Haarlem, en op het laatste Weerwoord-festival  ‘Late night word processing’, het zijn maar willekeurige voorbeelden van een steeds frequenter opduikend verschijnsel. Volgens mij is het daarbij de bedoeling dat de dichter zich van zijn oorspronkelijke tekst los zingt, de muziek die in de tekst zit opgesloten uit haar papieren harnas bevrijdt.

Fosko zet als tekstschrijver een stoere, maar ook kwetsbare, wat sentimentele man neer. Er is altijd het verlangen om de baas te spelen, hij speelt een wat naïef, hufterig, maar ook zwak personage, iemand die zijn onzekerheid wel moet overschreeuwen. Een eikel, maar een aandoenlijke eikel. Zijn taal is volks, informeel, soms bijna pretentieus in zijn pretentieloosheid. ‘Kunst’ zal bij hem altijd tussen aanhalingstekens staan. Hij geneert zich niet een regelrechte smartlap te zingen, op tekst van Louis Noiret. ‘Hou toch altijd je moeder in ere.’

En je gelooft nog dat hij het meent ook.

Reacties

Laat een reactie achter

Feeds

  • klik hier voor het allerlaatste (literatuur-)nieuws


    > Meer feeds...

Zoeken

  •  

Gedicht, Gehoord, Gezien


  • Deze rubriek wordt voorlopig niet bijgewerkt.

Laatste reacties

Colofon

Advertenties