Inleiding bij 'Door het oog van de os'
Afgelopen zondag werd de bundel Door het oog van de os van Maurice Buehler gepresenteerd in Den Haag, met gastvoordrachten van Tsead Bruinja, Xavier Roelens en Lucas Hirsch, en muziek van Hanna Sleumer. Buehlers vrouw, Saskia, sprak een inleiding uit die u hieronder kunt lezen.
- door Saskia Buehler
Om te zeggen wat ik zo mooi vind aan deze bundel van Maurice ga ik even een ingewikkeld uitstapje maken: Ik wil het graag hebben over twee eigenschappen die volgens mij in deze gedichten te vinden zijn, die op mij een 'oog van de storm'-effect hebben, iets heel tastbaars en iets vervreemdends en abstracts.
In zijn 6 Memo's voor het volgende millennium, zes bespiegelingen over schrijven heeft Italo Calvino een essay gewijd aan exactheid. Hij deelt dit begrip, toegespitst op literatuur, op een gegeven moment op in twee componenten: namelijk exactheid afgeleid van de mathematische, ontlichaamde taal van de wiskunde, die terug te vinden is in patronen, 'spelletjes,' thema's en structuren in geschreven teksten. En hij heeft het, verder toegespitst op schrijven, over de exactheid van het precieze, tastbare beschrijven. Dit door het oproepen, aanraken, verbeelden van de levende wereld met levende, specifieke taal. Deze exactheid van levende taal zal als je het vergelijkt met de wiskundige taal (die streeft naar formules en patronen en vaste (deel-)structuren) altijd een soort ruis met zich mee dragen omdat ze levende taal is. Omdat ze gesproken wordt door mensen en telkens verandert, nu, morgen en vandaag.
Beiden vormen van exactheid zijn volgens mij terug te vinden in deze bundel. Ze wisselen elkaar af, versterken maar vernietigen soms ook elkaars eigenschappen. In Door het oog van de os vinden wij, om bij het tastbare beschrijven te beginnen, veel oer-aardse beelden. Tastbare, concrete, specifieke beelden. Veel speelt zich af in de modder. In meerdere gedichten lijken wij iets te herkennen van het landleven. Het gaat over ossen, voetballers die hun vrouw slaan, hutspot, klapstuk, mensen met een tic in het gezicht, meisjes met goede zeden en olifanten of Chinezen. Vlezige en fysieke, soms zelfs ruikbare of kneedbare woorden. Woorden die wij behalve uitspreken ook haast op kunnen eten.
Al deze woorden en beelden echter, lijken vervolgens nergens hun vaste plek te kunnen behouden. Zij worden weggetrokken, vaak meteen in een volgende regel, in vreemde patronen, door onverwachte zinswendingen en plotselinge abstracties. Meestal komen zij opnieuw, in een ander licht, aan het eind van een gedicht, of soms iets verderop in de bundel, terug. Dan lijken ze een beetje te zijn ontlichaamd en bijna te zijn geworden tot de coördinaten van een thema. Zoals we dat eerder kennen uit de muziek, die in een eigen ritme en cadans zijn variaties en herhalingen uitwerkt. Om het eerste gedicht als voorbeeld te nemen, van zowel herkenbaarheid en alledaagsheid, als de ontsporing daarvan:
Nylon
in een glanzend joggingpak
verstuift
geruisloos door de duinenvan stoep tot strand
alsof stad geen kant wil laten
aan gladde nadenhollen de laatste sportverslagen
de zee op, het roer los
geen mens waar huizen stondengeen zolders;
in de branding schoept een man
uit zijn broek
spoelt een bint op de vloedschopt een bal naar het doel.
Daar zit voor mij de kracht en aantrekkingskracht van deze bundel. De spanning tussen de haast intimiderende kordaatheid en concreetheid van beelden enerzijds, versus de uitgewerkte patronen in taal anderzijds. Zij vormen het gedicht van klein verhaal om tot een volstrekt nieuw en door de lezer ook steeds opnieuw te ontdekken bouwwerkje.
Wie antwoorden zoekt in deze bundel kan lang zoeken, denk ik. Wie, zoals wij tegenwoordig vaak verwachten van poëzie, boeken of ik, noem een dwarsstraat, film, een postbus 51 oplossing hoopt te vinden aan het eind van ieder gedicht, wie een motto zoekt, een eenduidig thema, of het liefst wat tips en adviezen over wat wel en niet te doen of te denken. Hen zeg ik gewoon rustig te gaan slapen. Maurice gaf zelf een keer aan: 'Wat ik zoek in poëzie is niet zozeer inzicht, maar uitzicht'. Wie iets van uitzicht wil meemaken zich eens in een rustgevende storm wil begeven, of wil loeren Door het oog van de os, raad ik aan 's nachts wakker te worden en deze bundel ter hand te nemen.
Reacties