Danny
- door Olaf Risee
Danny is een mongool en Danny is dichter. Dat is niet tautologisch bedoeld. Als het op mongool-zijn aankomt, schuwt Danny het cliché absoluut niet: direct al bij onze eerste ontmoeting word ik stevig door hem geknuffeld. Die ontmoeting vindt plaats in dagcentrum de Regenboog te Kuurne, nabij Kortrijk, op instigatie van Alain Delmotte die in zijn vrije uurtjes wat bijklust als begeleider van 'mensen met een verstandelijke beperking', zoals dat zo fraai heet. Delmotte begint met het uitgebreid aanbieden van excuses. Naast het poëzieproject waarvoor ik gevraagd ben, is hij namelijk ook nog bezig met een ander, veel prestigieuzer poëzieproject. Waarvoor ik dus niet gevraagd ben. Delmotte verzekert me dat dat beslist niets te maken heeft mijn kwaliteiten als dichter. Ik glimlach dat het me niets uitmaakt en bedenk at the same time dat ik de eerstvolgende bundel van Delmotte volledig de grond in moet boren. Die Belgen moeten, voor zolang ze überhaupt nog als nationaliteit bestaan, niet denken dat ze den geachte Ollander zomaar ongestraft alles kunnen flikken.
Het niet-zo-prestigeuze-project in een notendop: vier dichters met een 'verstandelijke beperking' worden gekoppeld aan vier 'reguliere dichters'. De vier aldus gevormde gelegenheidsduo's treden op dinsdag 20 november op tijdens een zogenoemd 'Wokking-diner' i.h.k.v. 'De Week van de Smaak'. Ik word gekoppeld aan Danny Bergman, een vrijwel tandenloze mongool van in de veertig die geen letter kan lezen, hoewel hij er zelf van overtuigd is dat hij dat wél kan. Danny schijnt uren achtereen de Harry Potter-boeken woord voor woord te bestuderen, zonder er ook maar het minste van te begrijpen. Wellicht is dat inderdaad ook wel de beste manier om kennis te nemen van Rowlings schrijfsels. Die mongolen zijn zo gek nog niet.
De stelligheid van de eerste regel van dit stukje verdient enige nuancering. Dat Danny een mongool is staat weliswaar buiten kijf, maar of hij ook daadwerkelijk een dichter is valt nog ernstig te bezien. Danny neemt, samen met enkele andere gasten van de Regenboog, wekelijks deel aan een poëzie-workshop van Alain Delmotte. Aangezien Danny lezen noch schrijven kan, neemt Delmotte alles wat hij zegt op met een dictafoon en werkt dat later uit tot een gedicht. De typografie, bij poëzie zeker niet onbelangrijk, is dus alvast niet van Danny zelf. Daarnaast kent Danny geen enkele vorm van (zelf-)kritiek, hij vindt simpelweg alles prachtig. Het gevolg is dat het overgrote deel van zijn/Demotte's poëzie regelrechte bagger is. Dat neemt niet weg dat er af en toe best iets aardigs tussen zit, zoals het aan Van Ostaijen schatplichtige Vis in de zee:
De vis slaapt
De vis
DroomtDe slaap
Kwam in de visEn met de slaap
Kwam al het water
Van de zee
In de vis
Mee
Is dit een gedicht van Danny Bergman die Van Ostaijen nooit gelezen kan hebben of is dit een gedicht van Alain Delmotte die ongetwijfeld regelmatig kennis heeft genomen van Van Ostaijen? Ik durf het niet te zeggen. Waarschijnlijk ligt de waarheid, zoals gewoonlijk, ergens in het midden.
Duidelijker is de invloed van Danny in het volgende gedicht (tenzij ik de narcistische/erotische trekjes van Delmotte onderschat):
Was ik een acteur
Ik zou meedoen
In Harry Potter.De man die slangen eet.
Ik zou meedoen
In een sexfilm.De tieten.
De tieten.Ik loop
In mijn blootje rond.Ik zou kijken
Naar mijn eigen sexfilms.
In kwalitatief opzicht is dit uiteraard een veel minder sterk gedicht dan Vis in de zee. Maar het laat daarentegen wel meer de Danny zien zoals ik hem in korte tijd heb leren kennen. Het is ook een gedicht dat 'geaccepteerd' wordt door het publiek - we hebben het voorgedragen op 20 november - omdat het door een mongool bedacht is. Mocht ik iets dergelijks geschreven hebben, dan zou ik waarschijnlijk als oude, vieze man het podium afgefloten worden. Dit raakt aan een dilemma. Delmotte wil graag, en dit is ook de achterliggende gedachte van het project, dat 'zijn mensen' als dichters en niet als 'mensen met een verstandelijke beperking' worden gezien, maar in de praktijk blijkt het één het ander niet los te laten. De uitwerking en de onderwerpskeuze van de gedichten maken nu eenmaal dat het niet gewoon gedichten zijn maar gedichten-van-mensen-met-een-verstandelijke-beperking. Mocht er een gedicht bijzitten dat boven de verstandelijke beperking uitstijgt, dan zal dat eerder een kwestie zijn van dom toeval dan van talent of vakmanschap.
Het volgende gedicht van Danny vind ik, los van het feit dat het bedacht is door een mongool, een echt goed en bovendien - gezien de huidige politieke crisis in België - een verbazingwekkend actueel gedicht:
België
België.
Dat is lang geleden.De Belgen willen.
De bergen willen niet.De bel.
De bel is het verschil
Tussen de berg en de Belg.Men trekt aan de bel:
De pastoor komt naar buiten.
De voordracht op 20 november gaat goed. Ik vind het leuk om te doen en Danny weet van geen ophouden, hij vindt het prachtig om applaus te krijgen en wil het liefst nog minstens een uur doorgaan met voordragen. We dragen in totaal zes gedichten voor. Als Danny begint, zorg ik daarna voor de 'vertaling'. Als ik een gedicht van mezelf voorlees, geeft Danny vervolgens een geheel eigen interpretatie van de tekst. Met zijn ogen strak op het papier gericht en uiterst geconcentreerd weet hij maar liefst drie keer Sneeuwwitje te voorschijn te toveren in een gedicht waarin welgeteld nul keer sprake is van Sneeuwwitje. Er is wel sprake van een sprookjesbos en een elfje, dus zo gek is zijn versie nu ook weer niet.
Na afloop, als ik afscheid neem van Danny, krijg ik volgens goed mongolide gebruik een stevige knuffel en een dikke kus. Ik geloof niet dat ik ooit eerder zo oprecht bedankt ben geweest voor een optreden.
Dit zijn verbluffend goede gedichten die uit torenen boven het niveau van 95% van wat jaarlijks ter lande wordt gepubliceerd. Dat klinkt overdreven, wellicht, maar ik meen het wel. Ik hoop dat deze gedichten gebundeld gaan worden.
Geplaatst door: M.H.Benders | 6 december 2007 om 17:56