Rochelende azijnpissers
- door Michaël Stoker
In Amsterdam is afgelopen week de 58-jarige mevrouw B. gearresteerd omdat ze een agent had geslagen. De agent in kwestie sprak haar aan omdat de hond van mevrouw B. een voorbijganger zou hebben gebeten. U begrijpt dat onderzocht moest worden of mevrouw B. hond B. wel netjes aangelijnd had en of hond B. niet toevallig behoorde tot een bloeddorstig ras. Voordat de agent echter baas en hond B. aan het betreffende onderzoek had kunnen onderwerpen, had mevrouw B. heer agent echter al tegen de grond geslagen. Moraalridder heer agent riep de hulp in van een arrestatieteam waarna mevrouw B. zelf tegen de grond werd gewerkt. Mevrouw B. zette een enorme keel op, spartelde en liet zich met veel moeite door het zeskoppige politie team in een busje afvoeren, geschokte buurtbewoners achterlatend. Later bleek dat mevrouw B. ooit een herseninfarct had gehad waardoor zowel haar mobiliteit als haar incasseringsvermogen ernstig waren aangetast. De hond bleek overigens een ongevaarlijk schoothondje. De zaak rond mevrouw B. heeft veel weg van een dichtersrelletje dat de gemoederen op internet al een maand of twee bezighoudt. Hoofdrolspelers: dhr. Pom Wolff, hierna te noemen ‘dhr. Pom W.’, dhr. Bart Droog, hierna te noemen ‘dhr. Bart D.’ en een groepje dichters dat zich door dhr. W. bedreigd of beledigd voelt, hierna te noemen ‘slachtoffers.’
Volgens het inquisitie team onder leiding van dhr. Bart D. maakt dhr. Pom W. zich schuldig aan ‘internetstalking’. Dat is iets nieuws, internetstalking. Het betekent waarschijnlijk dat iemand hijgerig voor je electronische voordeur gaat liggen, heel dicht achter je aan loopt als je je over de digitale snelweg begeeft, en je voortdurend bedreigende, veelzeggende blikken toewerpt. Enkele mij vaag bekende dichters hebben inmiddels aangifte bij de politie gedaan. De redenen van de aangiften zijn netjes door dhr. Bart D. gecatalogiseerd op een webpagina, geititeld Dossier Pom W. Het blijkt te gaan om laster van dhr. Pom W. op weblogs en in gedichten ten aanzien van de door dhr. Bart D. tot ‘slachtoffers’ verklaarde dichters. De een wordt door dhr. Pom W. beticht van pedofilie, een ander wordt enige poëtische kwaliteit ontzegd en weer een ander wordt dringend aanbevolen zich te ontdoen van het hoofd. Tja, er kan veel van de heer Pom W. worden gezegd, maar niet dat hij een vrolijke snuiter is.
Het is ongetwijfeld vervelend voor W.’s prooien om verwensingen en beschuldigingen aan te treffen in zijn poëzie en weblog-posts. Maar ik geloof niet dat ik me er iets van zou aantrekken. Wanneer iemand mij voor pedofiel uitmaakt, dan moet ik als het goed is vrij gemakkelijk in staat zijn om de beschuldigingen ten overstaan van mijn omgeving of mijn publiek te weerleggen, of ze in elk geval onwaara0chtig te laten overkomen. De slachtoffers manifesteren zich stuk voor stuk als dichters op podia, het internet en in literaire tijdschriften. Daarmee begeven ze zich vrijwillig in het publieke domein en publieke figuren krijgen zo nu en dan een emmer stront over zich heen gekieperd. Er is wat dat betreft niet veel nieuws onder de zon in de kwestie D.-W. Dichters hebben eeuwenlang soms vlijmscherpe pijlen in commentaren, brieven en gedichten op hun onwelgevallige sujetten gericht. Sterker nog: de polemiek en de kunst van het beledigen behoren tot de standaarduitrusting van elke literator. De literaire ruimte is daarbij een vrijplaats, waarin alles, letterlijk alles, geschreven mag worden. Mensen die vinden dat het er in de vrijplaats te bont aan toe gaat, kunnen naar de rechter. Dat deed An Demeulenmeester bijvoorbeeld, toen Herman Brusselmans haar op een onvriendelijke manier had geportreteerd in zijn roman Uitgeverij Guggenheimer, compleet met doodverwensingen en alle mogelijke vormen van belediging: ‘Het wijf dat die vodden van snit en naad heeft voorzien zouden ze standrechtelijk moeten fusilleren. Hoe heet ze ook weer? Godverdomme, dat haar naam mij ontsnapt, hoe is het mogelijk. Ik ben ooit ‘ns met die griet naar bed geweest. Zo’n dwergpoliep met puitenogen en haar van op haar pruim tot op haar rug. Ik zou haar naam duizend keer noemen, als ik ‘m niet vergeten was. Of nee, ik weet het weer! Ann Demeulemeester! (...) Jongens toch, die Ann Demeulemeester. Ik heb al veel misbaksels aan m’n toeter hebben hangen, maar die spande de kroon.’
Demeulenmeester sleepte Brusselmans voor het gerecht en won. Hij moest zijn ‘slachtoffer’ ruim 2000 euro betalen. De rechtbank vond de literaire vorm irrelevant, aangezien Demeulenmeester met volledige identiteit in haar beroepswereld werd opgevoerd en spreekt in het arrest over de passages als ‘zwaar beledigend, kwetsend, vernietigend en totaal denigrerend ten overstaan van de persoon van partij Demeulemeester.’ De vraag ‘of een auteur onder het mom van vrije meningsuiting recht heeft de persoonlijke integriteit en de persoonlijke levenssfeer van een individu op dergelijke wijze onnodig publiek te krenken en door het slijk te trekken,’ werd door de Vlaamse rechtbank dus ontkennend beantwoord. Iets soortgelijks zou dhr. W. te wachten kunnen staan bij een uitspraak over zijn beledigingen. Met twee kanttekeningen: Demeulenmeester heeft er als gerenommeerd ontwerper baat bij om Brusselmans als gerenommeerd schrijver met een breed lezerspubliek, te weerspreken. Het lijdt geen twijfel, blijkens ook de uitspraak van de rechtbank, dat het personage uit Brusselmans’ roman direct verwijst naar de bestaande publieke figuur Demeulenmeester. Zij wordt tegen wil en dank een romanwereld ingetrokken waarin ze zich niet kan verweren. W.’s beledigingen zijn, voor zover ik dat heb kunnen beoordelen, voornamelijk geplaatst op weblogs. Het aardige van weblogs is dat een ieder direct op een geplaatst bericht kan reageren en een geschetst beeld dus kan weerspreken. Ten tweede was het het slachtoffer Demeulenmeester zelf die de zaak aanhangig maakte, terwijl de aanklachten tegen W. pas werden gedaan nadat er een digitale schandpaal door dhr. D. was opgericht waaraan dhr.W. praktisch al is opgeknoopt nog voordat er een gerechtelijke uitspraak heeft plaatsgevonden.
Dhr. D. lijkt er vooral op uit om het poëtische veld op te delen in twee kampen: pro W. en contra W. Zwart en Wit dus. Wie dhr. W. niet systematisch mijdt, negeert en de toegang tot sites ontzegt, wordt steevast gezien als een handlanger van dhr. W. Het heeft veel weg van het burgemeestersreferendum op 10 oktober in Utrecht: uitgenodigd worden te kiezen voor of tegen, voor de een of ander, stelling te nemen, in het referendumgeval met de schijn van geïntensiveerde democratie, in het stalkingsgeval onder de vlag van zogenaamde ethiek. Schijn en illusie, want men moet in Utrecht kiezen tussen twee kandidaten van hetzelfde geslacht, van dezelfde generatie, van dezelfde politieke partij, van hetzelfde kleurloze kaliber. Of in het geval van D.-W.: tussen twee branieschoppers die hun aandacht net iets teveel wijden aan smakeloos gepolemiseer en net een tikje te weinig aan het schrijven van goede gedichten.
Maar goede poëzie of niet, een gedicht waarin de onthoofding van een dichter wordt bezongen is, zoals velen al hebben opgemerkt, literatuur. Ook de inleiding en het motto van dat gedicht waaruit onomstotelijk blijkt over wiens hoofd het exact gaat. Het aardige van literatuur en alle andere kunsten is dat je alles kunt roepen, zonder onderworpen te zijn aan de wetten en regels van een maatschappij. Pas wanneer de daad bij het woord wordt gevoegd of wanneer er aanwijzingen voor zijn dat dat gebeurt, verandert de zaak. Bij mijn weten zijn er geen aanwijzingen dat W. zich wat betreft de aantijgingen in D.’s dossier daaraan schuldig heeft gemaakt. Het ‘gedicht’ dat ‘dichter’ Mohammed B. in de borst van Theo van Gogh priemde, is mijlen verwijderd van de pseudo-doodsbedreigingen die in D.’s dossier staan opgesomd. In die case hoeft ook geen argument te worden gezien om W.’s onheuse bejegeningen als een alarmerende voorbode van iets vreselijks te zien: de meeste hoofden worden nog steeds afgehakt zonder poëtische aankondiging. W. heeft zich hoogstens op een niet altijd even fatsoenlijke manier bediend van het principe der recht op vrije meningsuiting en het is aan een rechter of de ‘slachtoffers’ zich daardoor terecht hebben laten beledigen.
Ik sluit me ten slotte graag aan bij Serge van Duinhoven’s treffende karakterisering van de polemist in een artikel over de kunst van het beledigen: “Als burger op straat moet de kunstenaar zich correct gedragen, maar binnen zijn stiel mag hij tekeergaan als een paranoïde dictator of een sadistische psychopaat. De polemist (...) wil bewonderd worden, door te honen. Hij verdient zijn eigenwaarde, door een ander door het slijk te halen. Hij maakt zich tomeloos kwaad over onrecht dat zijn persoontje is aangedaan, en veegt ondertussen zijn reet af met andermans waardigheid. Hij is, kortom, een begenadigde maar onuitstaanbare klootzak, een hypocriete tyfusleier, een esothere windbuil en een zeiklijster, een leipe op zijn knobbelige pik getrapte exhibitionist, een opgeblazen gifkikker, een rochelende azijnpisser met prostaatkanker of zoals ze in Oss zeggen: 'een smerige koelotewipper', hij is een scrofuleuze ploert, gemene kuthufter, rimpellul, achterbakse pikzuiger met syfilus, een leptosome kippebout en salmonella-zeiksnor van de eerste orde. Hij is de onrechtvaardigste maar ook de meest gewiekste wreker in de naam van de kunst.” De kunst van het beledigen is, kortom, een subtiel spel van hyperbolen, grotesken, understatements, timing, geraffineerde formuleringen en gevoelige beeldspraken, behorend tot de standaarduitrusting van iedereen die zich met kunst en literatuur bezighoudt. Het gaat mis wanneer bespotter en bespotte niet tot het meest subtiele type literator behoren. Voor je het weet mondt de veronderstelde beet van een agressief schoothondje uit in een vechtpartij tussen een geestelijk gehandicapte en een moraalridder.
Goed stuk.
Het ergerlijkste vind ik nog dat Droog het verschil tussen civiel recht en strafrecht niet kent. Hij is dus schijnbaar van mening dat ons politiebestel het niet al druk genoeg heeft en dat geld en middelen moeten worden ingezet om zijn persoonlijke gelijk te halen. Indien er sprake is van laster kan elk slachtoffer hiervan een civiele procedure beginnen - van strafrechtelijke overtredingen is uiteraard slechts sprake wanneer men het begrip 'stalking' totaal van enige juridische betekenis ontdoet. Wat Droog zelf doet is m.i. veel eerder een vorm van stalking. Maar goed we hebben het hier over iemand die liefst Achterberg postuum de mond wil snoeren...
Geplaatst door: M.H.Benders | 7 oktober 2007 om 11:10
Van Duinhoven schrijft: Hij maakt zich tomeloos kwaad over onrecht dat zijn persoontje is aangedaan.
Geeft hij daarmee niet een aanwijzing zelf geestelijk deficitair te zijn? Een echte polemist maakt zich wel om meer druk dan alleen zijn eigen persoontje. Of was dit een staaltje van overdrijving in de vorm van understatement?
Geplaatst door: erik | 8 oktober 2007 om 0:16
In zijn pogingen om letterland te verdelen heeft Droog mij tot slachtoffer van Wolff gebombardeerd. Ik heb dat in een artikel op mijn website weerlegd. Overigens vind ik het wel verdrietig dat deze ´kwestie´ aandacht blijft krijgen, ook al is het in dit geval afgewogen aandacht.
Geplaatst door: Marein Baas | 8 oktober 2007 om 13:26
Ik denk niet dat de heer P.W. het met je eens is Stoker.
De site sloot op 7 september 'vanwege gezondheidsredenen'. Dat was voordat bekend werd dat er aangifte was gedaan of zou worden gedaan.
Er was slechts een dossier aangelegd met uitspraken die op zijn site te vinden waren, aangevuld met wat verhalen van 'doelwitten'.
Verder was er ruchtbaarheid aan gegeven op de contrabas en de volkskrantblog.
De heer P.W. mocht zich zelfs op de voorpagina aldaar bewonderen.
Zou de heer P.W. het met de strekking van jouw stukje eens zijn dan was hij toch dolblij geweest met die extra publiciteit.
"Ja melsen, dat valt allemaal op mijn prachtsite te lezen - bezoek mij, google mij, geef me nog meer hits !!"
Zo'n reactie zou dan in de rede hebben gelegen; toch ?
Maar nee hoor, meneer sluit zijn site, meldt zich ziek, weigert zelfs de journalist van dé kwaliteitskrant die een artikel over hem wilde schrijven te woord te staan en hij moet ervaren dat het niet zo leuk is om zichzelf op google terug te vinden.
Kennelijk heeft hij meer aan zijn 'omgeving' uit te leggen dan hem lief is.
Geplaatst door: zijlstra | 9 oktober 2007 om 14:45
godallemachtig wat een enorme bal is dat zeg! Die gaat daar een heel betoog schrijven met Achterberg en al.
En nadat hij dat gedaan heeft voelt hij zich "een-heel-betoogschrijver"
Het is bijna een heel betoog schrijven om een heel betoog te schrijven....
Dit zijn nou precies de mensen waar ik zo een hekel aan heb, ehh de broelala's
Ken je de broelala's?
Die zeggen altijd een helehoop, maar als je het moet samenvatten kan je het met 1 woord af. Dat woord is broelala.
Zo er schrijvers zijn die menen iets te schrijven en het geschrevenen lijkt heel wat maar er staat niks, je kan voor hetzelfde geld een blanco papiertje lezen, lees je hetzelfde, ben je net zo wijs.
Maar goed. Ik adviseer betoogschrijver om een Amerikaanse slee begin jaren 70 aan te schaffen en daarmee rondjes te gaan rijden op koopavond door het centrum van Appingendam.
Geplaatst door: Erik Lelieveld | 10 oktober 2007 om 11:53