Interview met Erik Lindner
- door Xavier Roelens
Op vrijdag 14 september vindt in Perdu "ZOG" plaats, een voorstelling met Erik Lindner, Ben Zwaal en Miek Zwamborn. Uit de perstekst:
'In ZOG vinden drie auteurs hun verwantschap aan zee. Alle drie werken ze op de rand van hun discipline: poezie, film, proza, beeldende kunst, enscenering. Miek Zwamborn probeert in haar werk de beleving van ruimte in te dikken. Plekken van woorden te bouwen en de tijd op te rekken, zodat er van begin en eind geen sprake meer kan zijn. B. Zwaal maakte met Bewth in essentie architectuurtheater. Hij slaagt met zijn poezie erin de Nederlandse taal te verleiden tot buitenechtelijke escapades. Erik Lindner werkt vanuit concrete observaties die in relatie tot elkaar een zekere spanning en beweging ondergaan.
Op het podium staat een aantal tafels op schragen met opengeslagen boeken. Miek Zwamborn loopt er langs en leest er regels uit voor. Het zijn nautische boeken. Al lopend en lezend maakt ze een verhaal van de verschillende fragmenten. Over de zee die niet zwart is. Het licht gaat uit en een film start. Henri Storck filmde minutieus de branding, het schuim en de golven aan het strand van Ostende. In 1929. Een zwijgende film. Erik Lindner leest dichtregels voor die exact zo lang zijn als de filmsequenties die vertoond worden. Dan gaat het licht weer aan. B. Zwaal leest voor over de zee. Hoe de zee bestookt. Hoe het water is gevat. Hoe een bevroren meer spat. Hoe rivieren aan zeeschroom lijden. Hoe dansdol het schepeke is. Hoe de zee getroost moet met zout.
Temidden van uitgestalde lectuur voltrekt zich een kettingreactie. Woorden verhuizen van het ene boek naar het andere boek. In hoeverre verspreidt zich daarbij de taal, hoe lokken woorden andere woorden uit, en in welke gedaantes duiken ze op?'
Naar aanleiding van deze voorstelling had ik een gesprek met Erik Lindner.
De voorstelling heeft de mooie titel "ZOG" meegekregen. Hoe ontstond die titel en wat betekent hij voor jou?
Bij ZOG denk ik aan het kielzog, het spoor van een schip dat uit golven en schuim kan bestaan. Albertina Soepboer schrijft in Raster dat melkkruid het zog opwekt, daardoor moet ik ook denken aan moedermelk. En dan betekent het in het bargoens ook nog koffie, en dat drink ik graag. De titel komt van Miek Zwamborn. Die heeft een kordate manier van dingen verzinnen waar andere mensen dagen over zouden nadenken en vergaderen. We hebben wel even getwijfeld over de titel, maar kunnen al niet meer zonder.
Alledrie de 'actoren' combineren tekst en andere media. Jij gebruikt bijvoorbeeld een oude stomme film en begeleidt die met gedichten. Hoe ben je op die film gebotst en wat trok je erin aan?
Ik zocht in het archief van het Filmmuseum naar beelden die kaal genoeg waren om gedichten bij te zetten. Opvallend genoeg bestaan die nauwelijks. Bijna alle films zijn te druk, te verhalend. Het meest in de buurt komen zgn. zwijgende films, uit de begintijd van de cinema. Indertijd, in de jaren tien tot dertig van de vorige eeuw, was het materiaal trouwens wel 'stom', maar stond er bij iedere vertoning een explicateur naast en vaak ook nog een heel orkest, om de beelden uit te leggen en te begeleiden. Filmarchivaris Jan Baeke vertelde me dat in het begin van het bestaan van de film naar bewegende beelden kijken iets onvoorstelbaars was. Dat moest uitgelegd en toegelicht worden.
Van de paar kale zwijgende films die ik vond, lukte het me alleen een afgerond gedicht te schrijven bij Images d'Ostende (1929) van Henry Storck. Het is zijn eerste film, hij heeft geleefd tot in de jaren negentig. Het is werkelijk schitterend materiaal. Hoe kaal de film en hoe minimalistisch het gedicht erbij ook zijn, het is een wonderlijke ervaring bewegend beeld te zien en regels te horen die beelden genereren. Eigenlijk kan dat niet. Je hoofd gaat protesteren, er werken teveel zintuigen en hersenen tegelijk. Dat maakt dat ik de tekst erg strak moet lezen, om het nog een beetje dragelijk te houden. Het filmfragment zit voor mij vol 'cues' waar regels bij horen. Het is geen praatje bij een plaatje, maar veel strikter dan dat: soms zeg ik letterlijk wat je ziet. In de tijd dat je het ziet, in één shot, lees ik exact en net zo lang die vijf woorden die omschrijven wat je op het scherm ziet. Maar niet zoals de explicateur van toen, nee, het zijn en blijven dichtregels. Woorden zijn altijd weer anders dan beelden. Er ontstaat zo, als het goed gaat, een grote spanning.
De perstekst geeft mij het gevoel dat er op 14 september drie stukken na elkaar zullen gebeuren. Zullen de drie daadwerkelijk los van elkaar staan, of vormen ze toch een geheel?
We zijn verschillende auteurs, maar vinden wel degelijk verwantschappen. We zijn deze week bezig onze afzonderlijke bijdragen in kleine clusters te hakken van zegge vijf minuten, en die af te wisselen. Dat betekent dat er meer gebeurt dan alleen het voorlezen van proza en poëzie, en dat het vlot vermengt. Daar gaan we nogal ver in. Als ik bijvoorbeeld klaar ben met iets voorlezen, moet ik op een krukje blijven zitten tot Ben bijna naast me staat en met het krukje en al weg zijn voor hij voorleest. We moeten zelfs oefenen hoe we ergens heen lopen en waar we zitten als we niet aan de beurt zijn. We zijn natuurlijk geen acteurs, maar Bens ervaring met het Bewegingstheater BEWTH is een groot goed en we maken onze voordrachten inzetbaar voor een geheel. En het geheel is een voorstelling.
Hoe zijn jullie eigenlijk met elkaar in contact gekomen en hoe zijn jullie tot deze voorstelling gekomen?
Ik ken Ben Zwaal vanaf mijn twaalfde. De voorstellingen van BEWTH waar hij artistiek leider van was, heb ik tot het eind toe gevolgd. Hij kwam het eerste exemplaar van het fotoboek BEWTH VOLTOOID op de fiets hier langsbrengen. Hij heeft vier decennia lang theater gemaakt en in de avonduren gedichten geschreven. Nu is het tijd voor zijn gedichten. We zaten in het publiek van een avond van Tonnus Oosterhof, die met F. van Dixhoorn en Toon Tellegen eenmalig een programma maakte. Na afloop stapte ik op Ben af en zei: we moeten iets samen doen. Ben kwam met Miek Zwamborn aan, die ik weer kende als collega-docent van de Rietveld academie. Ze schrijft heel bijzondere boeken: het is bijna poëzie en toch gewoon helder en precies proza.
We zijn al een paar maanden in overleg en een paar weken aan het repeteren. We zijn ook streng op elkaar en zeggen eerlijk als iets niet werkt, of ook maar een beetje niet werkt. Het is al lang mijn wens om een programma te maken met mensen die niet competitief zijn maar wel toegewijd. Voordragen kan, als het goed werkt, erg spannend werken.
O ja, en er worden foto's gebruikt van Roeland Fossen. En als Miek een tafel nodig heeft, gaat ze niet naar de Gamma. Dan gaat ze het hele weekend zagen en timmeren en schuren tot ze een precies passend geval heeft. Ik heb de laatste maanden nog een nummer van Raster samengesteld, van de anderen heb ik het vermoeden dat ze dagelijks met ZOG bezig zijn.
Is dit een eenmalig evenement, of zijn er plannen/dromen om te touren met deze voorstelling?
Dit is een try-out. Een eerste voorstelling staat op 26 oktober in Museum Beelden aan zee in Scheveningen. het is onze wens, droom of plan om een of twee jaar te toeren met ZOG. Een manager of 'magenta agente' volgens een gedicht van Ben, hebben we nog niet. We houden ervan alles zelf te doen, ook folders vouwen. geïnteresseerden kunnen Miek of Ben of mij benaderen.
Praktische informatie voor vrijdag 14 september:
Locatie: Perdu, Kloveniersburgwal 86, Amsterdam
Aanvang: 20.30 uur / Zaal open: 20:00 uur
Entree: 6 / 5 euro (met kortingskaart)
Reserveren/info: www.perdu.nl / perdu@perdu.nl / 020-4220542
Reacties