« De dood van een uitgeverswereld | Hoofdmenu | »

Podiumdiscriminatie

- door Michaël Stoker

Stel je voor: je organiseert een literair diner in Utrecht en je laat de kok een thema uitkiezen. Hij kiest Vlaanderen. Logische keuze voor wie verzekerd wil zijn van een ruim aan bod aan culinaire hoogtepunten (de kok had geleerd van de keer dat we hem met het thema ‘Groningen’ of ‘Zwarte Romantiek’ hadden opgezadeld), maar zijn keuze betekent ook dat er Vlaamse schrijvers uitgenodigd moeten worden. Het nadeel van Vlaamse dichters is dat ze uit Vlaanderen komen. Je hebt maar een kleine organisatie en je moet toch een paar honderd kilometer de NS sponsoren om zo’n dichter te voederen met eten dat ie thuis smakelijker krijgt. Zo’n diner is al duur genoeg, en uiteindelijk blijft de organisator toch een Hollander, hoe Vlaams dat diner ook is. En dus val je gretig aan op een potje met geld dat het Vlaams Fonds voor de Letteren speciaal heeft volgestopt voor de reiskosten van Belgen die buiten de landsgrenzen optreden. Je vult een paar meter formulieren in en je denkt: dat zit in de achterzak. Mooi niet dus.

Voor het diner wil je graag dat Frédéric Leroy, Ruth Lasters, Stijn Vranken en Kamagurka naar Utrecht komen. Het lijkt je een mooie gelegenheid om het werk van een paar jonge vlamingen te laten horen en Kamagurka is een van de weinige bekende persoonlijkheden die ook in Nederland een belletje doet rinkelen. Al met al winst voor de expansie van de Vlaamse dichtkunst. Maar het Vlaamse letterenfonds besliste anders. ‘Het 3-gangenmenu is helaas te weinig literair van aard om een subsidie te kunnen verantwoorden’, schreef men. Hoezo is het diner ‘te weinig literair van aard’, denk je. Wie de poëzie in een aspergecompositie met truffel/balsamico vinaigrette en gepocheerde rogvleugeltjes niet ziet is een cultuurbarbaar!

Misschien had het diner moeten bestaan uit geflambeerde boekrug op een bedje van kopwit en achterflap om voor het fonds voldoende literair van aard te zijn. Maar het fonds bedoelt natuurlijk de auteurs die optreden. Je kunt je niet voorstellen dat een serieuze commissie het werk van Leroy, Lasters en Vranken niet literair genoeg vindt. Dan zal het Kamagurka wel zijn. Je slaat de voorwaarden er op na. Artikel 1 zegt: ‘The grant is awarded to authors or translators of Flemish literary work (...), including illustrators and cartoon artists.’ Kamagurka zit dus in the safe zone. Wie het fonds expliciet niet ondersteunt staat er ook bij: ‘word painters, those attending workshops with an educational aim and lecturers.’ Woord schilders, u weet wel, de beunhazen die u in het voorjaar inhuurt om uw literaire buitenboel te doen (de gedichten op uw gevel, de inscripties in uw fronton, de aformismen op de spijlen van uw tuinhek), die komen dus niet in aanmerking. Je slaakt een zucht van verlichting dat je geen woordschilders hebt uitgenodigd voor het diner. Maar de voorwaarden geven geen aanwijzingen waarom de auteurs in kwestie dan eigenlijk niet voldoen.

De laatste alinea van de beschikkingsbrief, geeft echter opheldering: ‘De auteur dient te beschikken over een gepubliceerd werk in boekvorm. Woordkunstenaars die het podium als medium gebruiken in plaats van het geschreven woord komen niet in aanmerking.’ Aha, de aloude podiumdiscriminatie! Je dacht dat het niet meer voorkwam, maar kennelijk kan het Vlaamse letterfonds nog wel een lesje op dat gebied gebruiken. Maar zelfs al heeft het fonds naast de ‘woordschilders’, nu ook de ‘woordkunstenaars’ van het podium ad hoc toegevoegd aan de uitgesloten categorieën, de commissie slaat hoe dan ook de plank mis: van Leroy is dit jaar een bundel verschenen bij de onvolprezen BnM uitgevers, van Lasters verscheen vorig jaar de roman Poolijs bij Meulenhoff en van Vranken staat nog deze zomer een bundel bij dezelfde uitgever gepland. Daar had de commissie gemakkelijk achter kunnen komen. Kamagurka, nota bene lid van het nadrukkelijk door het fonds ondersteunde gilde der ‘cartoon artists’, heeft talloze publicaties op zijn naam staan. Daarnaast zijn allen uitstekende voordragers op het podium. En in plaats dat te bestraffen, zou het fonds dat in het kader van de promotie van Vlaamse literatuur in den vreemde moeten toejuichen.

Je trekt je natuurlijk niets aan van dat gekke fonds. Je hebt het diner, literair of niet, gewoon uitgeserveerd: zonder Leroy en Kamagurka, die beiden waren verhinderd en hopelijk later nog eens naar Utrecht komen, maar mèt Lasters, Vranken en X Roelens. De reiskosten heb je gewoon uit eigen zak betaald en zij die daarom vroegen ook nog eens een slaapplaats aangeboden. Kijk, zo doen die onliteraire Hollanders dat. En om te laten zien dat ‘woordkunstenaars die het podium als medium gebruiken’ niet per definitie grapjassen en lolbroeken zijn, organiseer je eind september een debat over de literaire waarde van het podium. In het kader van de ‘bijscholingsregeling voor commissieleden van literaire fondsen’ is het Vlaams Fonds voor de Letteren bij deze van harte uitgenodigd. De reiskosten worden helaas niet vergoed.

Reacties

Laat een reactie achter

Feeds

  • klik hier voor het allerlaatste (literatuur-)nieuws


    > Meer feeds...

Zoeken

  •  

Laatste reacties

Colofon

Advertenties