Yang 2.2007, juli 2007: Omzetsels
- door Xavier Roelens
Hoe saai is de titel Omzetsels niet in vergelijking met vroegere Yang-titels, maar hoe avontuurlijk is de inhoud. Over de grenzen van ruimte en tijd komen ze naar de lezer. De Shakespeare-sonnetten binnengesmokkeld in het kloontijdperk. Zo schrijft Ulrike Draesner in haar inleiding (over klonen, dus.): “Droom en nachtmerrie zijn de grenzen waar iemand roept: let’s change the subject en daarmee bedoelt ‘Ik kan niet meer’. Droom en nachtmerrie waren (en zijn) de redenen waarom mensen ervan droomden mensen te veranderen. Droom en nachtmerrie is de kloon wiens verschijning het subject wezenlijk, fundamenteel, in alle kenmerken die er ooit aan toegekend zijn, verandert – doordat hij het subject op zichzelf laat lijken. […] Misschien is ook de taal onze kloon? Verwekt uit onze mogelijkheden en, als het reële van onze mogelijkheden, steeds op ons vooruit. Iets wat achteromkijkt naar ons en met ons stuivertje-wisselen speelt: to change the subject.”
De Frans-Engelse zelfvertalingen van Beckett dubbel vertaald. Beiden zijn geautoriseerde teksten, er is geen origineel. Rokus Hofstede verneukt de kussen van de zestiende-eeuwse feministe-avant-la-lettre Louise Labé. Elisabeth Tonnard verknipt een eigen kortverhaal naar een artificieel gebrekkig Nederlands. Nadia Sels bevraagt de term “homofone vertaling” voor Zukofsky’s Catullus-vertaling. Overtuigend. Want er gebeurt veel meer dan maar wat vervreemdings- en verontrustingseffecten bewerkstelligen. “Hij [Zukofsky] belooft een delicatesse die de lezer in geen andere vertaling kan vinden: een bijna lijfelijk contact met Catullus, de sensatie van de mond die Lesbia kuste. Daarin volgt Zukofsky zijn brontekst. Ook Catullus belooft de lezer voortdurend een intimiteit die hij hem uiteindelijk ontzegt. Catullus heeft van Lesbia’s charmante trouweloosheid geleerd, en Zukofsky op zijn beurt van hem. Lesbia, Catullus en Zukofsky: drie meesters van de misleiding en de verleiding.”
Er is nog. Het olijke duo Bindervoet&Henkes steken Hafid Bouazza naar de kroon. door zijn bloemrijke vertaling van Spotdicht op het morgengelag van de Arabische dichter Ibn Al-Mu’tazz in al even bloemrijke straattaalproza te parafraseren. Overtuigend. Draesner maakt van William een Dolly, ik zei het al. Bart Vonck maakt van een essaybundel gedichten. Gertrude Stein verbouwt Georges Hugnet-gedichten tot Gertrude Stein. Boeiend. Allemaal. Ook: Piet Joostens maakt van Paul van Ostaijen opnieuw een manuscript. En Gwenaëlle Stubbe maakt van de spin Sebastiaan één grote, geslaagde grap.
Of, vertaald in de woorden van de samensteller Piet Joostens: “U vindt hierna dan ook omzettingen [er had “omzetsels” gestaan, als de samensteller echt van de titel hield, xr] die wél de stem van de vertaler expliciet aanwezig stellen, die het eigen taalsysteem laten aantasten en verrijken door de brontekst, die een ander dan het standaardidioom benutten, die meer aandacht besteden aan de te vertalen betekenaar (vorm, materialiteit van de brontekst) dan aan de reconstructie van betekenissen, de het niet zo nauw nemen met het ideaal van de perfecte kennis van brontaal en context, die de plaats en het tijdstip waarop vertaald wordt expliciet aan de orde stellen, die niet alleen de tekst maar ook het gebaar van de auteur trachten te vertalen, enzovoort.”
*
Buiten de deur van het vertalen is er de vertaling van vijf kortverhalen van Viktor Jerofejev – over ochtenderecties, over de aardverschuivingen in het postcommunistische Rusland, over De Sade en Rusland, over het medelijden van de schrijver met zowat alle volkeren (maar van de Belgen geen sprake.) en tot slot een onvolledig overzicht in de veertig. manieren om de nacht door te brengen. Binnenkort in de boekhandel.
Johan Sonnenschein verwoordt de leestactiek van Marc Kregting in de essaybundel Laden en lossen: “Kregting […] benadert de poëzie die hij bespreekt vanuit verschillende hoeken en probeert er greep op te krijgen. Als dat lijkt te lukken weigert hij echter zijn beschouwingen te laten vastlopen in een conclusie. Hij laat het werk steeds opnieuw terugspreken en ontsnappen. […] Tot in de vezels van zijn boek heeft Kregting deze onafsluitbaarheid ingeweven. Meervoudigheid kenmerkt kortom zijn stijl.” Maar ook hier verderdenken. “Met Kregtings compositorische hyperbewustzijn in het achterhoofd [lijkt het me] dat Kregting uiteindelijk toch zint op een uitbraak uit de veelstemmigheid, op een plaatsbepaling (‘Waar ben ik?’) die zicht moet geven op een ander (‘wie ben jij?’). De confrontatie is een contact dat zowel de ik als de jij in het geding brengt. Confronterende poëzie moet dan zowel dichter als lezer van hun zekerheden ontdoen, en hen tegenover elkaar stellen in een onoverzienbare ruimte.” Overtuigt het woordspelletje tussen ‘confrontatie’ en ‘confronterende poëzie’ me wel? Valt er 1-2-3 een categorie ‘confronterende poëzie’ te bedenken, die dichter en lezer gelijkwaardig tegenover elkaar stelt? Heeft de dichter niet altijd een stap voor, of is er omgekeerd nog sprake van confrontatie wanneer de lezer zich tot op de hoogte van de dichter inleest? En wat nadat jij en ik in het geding gebracht zijn?
Gelukkig is daar aan het eind nog Saskia de Jong. “We kunnen niet ontkennen dat vormen van symbolische oorlogsvoering meer dan noodzakelijk zijn.”
*
Sla nu zelf aan het vertalen: vervang elke punt door een uitroepteken en onderga nogmaals
Beste Xavier, veel dank voor de aandacht die je besteedde aan de laatste yang! Jammer dat je je kennelijk zo stoorde aan de titel van het hele nummer (die dus niet de titel van het dossier is, want die luidt 'Anders vertalen'). Weet je wat een "omzetsel" is? Allerminst een omzetting of vertaling, ook volgens meneer Van Dale. "Omzetsels" is als titel misschien minder fraai dan de voorgaande "Drijfvergunningen" of "Staatsrubber", maar ik houd toch wel van dat wat onhandig klinkende woord. En de betekenis (zie Van Dale) is ook niet mis; het zegt wellicht iets over hoe ik dergelijke 'onorthodoxe vertalingen' bezie, in verhouding tot de brontekst... Zo bezien is "Omzetsels" bijvoorbeeld te lezen als metafoor voor "Omzettingen"... (En slaat het woord evenzeer op de andere teksten, buiten het dossier.) Met vriendelijke groet, Piet
Geplaatst door: Piet Joostens | 13 augustus 2007 om 10:19
OMZETSEL (het accent wisselt) (o.), boord of rand die om een kledingstuk of ander voorwerp gezet wordt; omgaand belegsel: "een zijden kleed met een fluwelen omzetsel; een smal omzetseltje van zilverdraad dat de kraag versierde." (Van Dale, twaalfde druk)
ok, je overtuigt mij.
x
Geplaatst door: Xavier Roelens | 14 augustus 2007 om 12:00
C'est ça, mon cher, yang is immers al jaren een blad voor de betere snit en naad. Waarmee ik je natuurlijk nergens van wilde overtuigen!
Geplaatst door: Piet Joostens | 14 augustus 2007 om 18:51