Op zondag 26 augustus wordt om 18:00 uur in restaurant-café De IJ (MT Ondinaweg 15-17, Amsterdam Noord) het romandebuut Kleine doorschijnende man van Erik Jan Harmens gepresenteerd. Ilja Leonard Pfeijffer geeft een korte inleiding op Harmens’ werk, F. Starik zingt het gedicht ‘Zelfverandering’ van Willem Kloos, Erik Jan Harmens leest voor uit Kleine doorschijnende man en Vic van de Reijt draait Serge Gainsbourg.
'Om controle op zijn leven te krijgen smeekt een man een oud klasgenoot die het tot vermogensbeheerder heeft geschopt om hem in dienst te nemen als handelaar in aandelen. Lijkt de man eerst een talent, al snel komt hij door zijn ramkoersgedrag in aanvaring met kantoorgenoten. Als hij na een periode van ziekte op arbeidstherapeutische basis jaarverslagen van beursgenoteerde ondernemingen op alfabetische volgorde gaat leggen, treft hij als hij de archiefkamer uitloopt een andere wereld aan.
Kleine doorschijnende man is een roman over het failliet van de wedrenmaatschappij en de uiteindelijke onmacht van het individu versus de menigte.'
Hieronder kunt u alvast het derde hoofdstuk van het eerste deel van Kleine doorschijnende man lezen.
Lees meer "Fragment uit 'Kleine doorschijnende man' van Erik Jan Harmens" »
- door Maarten Gulden
Vrijdagavond 17 augustus in een monumentaal pand op de grote markt in Antwerpen hield de nachtburgemeester van Antwerpen een marathoninterview. Dit hield in dat ruim 'veertig zelfstandige denkers' twintig uur de kans kregen om een van de meest kleurrijke figuren van Antwerpen te ondervragen. Bovengetekende was om 20.09 aan de beurt. Tot dan toe was er maar een interviewer niet komen opdagen. Het toeval wil dat deze interviewer precies voor mij in het programma zat, zodat Vitalski in het interview, dat door stand-in Koen Bogaerts afgenomen werd, de hoop uitsprak, dat ik wél zou komen opdagen. Precies op dat moment - vier veranderde verkeerssituaties, twee afgesloten straten wegens werkzaamheden, een aantal tergend lang op rood staande verkeerslichten en een verkeerde afslag, zodat ik de Waaslandtunnel door moest later - kwam ik binnen en kon ik Vitalski geruststellen.
Lees meer "The art of being Vitalski" »
- door Xavier Roelens
Hoe saai is de titel Omzetsels niet in vergelijking met vroegere Yang-titels, maar hoe avontuurlijk is de inhoud. Over de grenzen van ruimte en tijd komen ze naar de lezer. De Shakespeare-sonnetten binnengesmokkeld in het kloontijdperk. Zo schrijft Ulrike Draesner in haar inleiding (over klonen, dus.): “Droom en nachtmerrie zijn de grenzen waar iemand roept: let’s change the subject en daarmee bedoelt ‘Ik kan niet meer’. Droom en nachtmerrie waren (en zijn) de redenen waarom mensen ervan droomden mensen te veranderen. Droom en nachtmerrie is de kloon wiens verschijning het subject wezenlijk, fundamenteel, in alle kenmerken die er ooit aan toegekend zijn, verandert – doordat hij het subject op zichzelf laat lijken. […] Misschien is ook de taal onze kloon? Verwekt uit onze mogelijkheden en, als het reële van onze mogelijkheden, steeds op ons vooruit. Iets wat achteromkijkt naar ons en met ons stuivertje-wisselen speelt: to change the subject.”
Lees meer "Yang 2.2007, juli 2007: Omzetsels" »
- door Xavier Roelens
Dichters in de Prinsentuin, het Groningse poëziefestival dat de zon brengt in de zomer, opende net als vorig jaar op woensdag met een Wordscape, een improvisatieavond tussen muzikanten en dichters. Maarten Das imponeerde, Erik Jan Harmens ontroerde, Erik Bindervoet las onverstoord, Hélène Gelèns schommelde haar woorden tot voorbij het kantelpunt en Tjitse Hofman plezierde. Toch kon de avond niet helemaal overtuigen, want dit jaar ontbrak dirigent Kees Wennekendonk die de delen tot een geheel kan leiden. Wennekendonk verstaat de kunst om bij een gedicht een thematiek te verzinnen dat muzikanten en dichters kan uitdagen om ook zichzelf te verrassen, maar zonder deze bezieling bleef het allemaal braaf.
Lees meer "Verslag Dichters in de Prinsentuin" »
- door Olaf Risee
Beter laat dan nooit, za'k maar zeggen, maar hier zijn ze dan: mijn persoonlijke 5 hoogtepunten van het voorbije Dichters in de Prinsentuin-festival.
1: Astrid Lampe (vrijdagmiddag, Theeveld)
Ik heb Lampe nu al diverse malen zien optreden en ik ben elke keer weer onder de indruk. De eerste keer dat ik gedichten van haar onder ogen kreeg (de bundel De memen van Lara), had ik werkelijk geen flauw idee wat ik er mee aan moest. Nu begin ik het steeds meer te vatten, met name dankzij de prachtbundel Spuit je ralkleur. Lampe lezen is één ding, Lampe horen is een ervaring op zich. Ze wordt alleen maar beter. (Of misschien word ik zelf beter in mijn rol van poëzieminnende luisteraar, dat kan ook.) Ik vraag me af hoeveel hoger ze nog kan reiken.
Lees meer "De Prinsentuin Top 5" »
- door Olaf Risee
De voorbije weken bezocht ik een drietal musea: het S.M.A.K. in Gent, het Groninger Museum (in Groningen dus) en het Broelmuseum in Kortrijk.
In het S.M.A.K. loop nog tot eind augustus een uitgebreide expositie van Kendell Geers, over wie de website van het museum meldt: 'De Zuid-Afrikaan Kendell Geers (°1968) heeft het niet zo hoog op met het kunstestablishment. Voor de tentoonstelling 'Crap Shoot' liet hij curator Rudi Fuchs een week lang schaduwen door een privé-detective. In Glasgow blies hij één van de muren van het museum op. Ergens anders trok hij zichzelf af over een Hustler, lijstte het resultaat in, en hing het 'schilderij' in een museum. In het Palazzo Grassi plaste hij in het urinoir van Duchamps.' En inderdaad, Geers schopt in het S.M.A.K. vrolijk om zich heen, hetgeen soms wat gratuit overkomt. Spotten met Jezus aan het kruis, het woord 'fuck' in alle mogelijke vormen laten terugkeren, een complete zaal vol tekeningen van naakte dames met wijd opengesperde benen... - ik heb er een hoog been there, done that-gevoel aan overgehouden. Ook wijlen prinses Diana moet het ontgelden middels om beurten geprojecteerde grapjes omtrent haar dood. Grapjes die misschien in het Verenigd Koninkrijk wat stof zullen doen opwaaien, maar die aan deze kant van de Noordzee eigenlijk gewoon nogal flauw zijn. Wat is het verschil tussen mensen die niet tegen grapjes over prinses Diana kunnen en een puppie? Een puppie stopt uiteindelijk met huilen. Dat niveau. Dit neemt niet weg dat Geers weldegelijk ook interessant werk maakt, in het S.M.A.K. vooral terug te vinden op de eerste verdieping.
Boeiender zijn echter de twee korte films van de Russische filmer Victor Alimpiev: My Breath en Wie Heisst Dieser Platz? (nog te zien tot 2 september). In de eerste zijn twee vrouwen te zien die in elkaars oren zingen en ademen. Prachtige, klassieke geschoolde zang subtiel in beeld gebracht. De tweede film is even subtiel maar wat zang betreft onorthodoxer qua structuur. Eén vrouw richt zich op een wijze die het midden houdt tussen spreken en zingen tot een groep zwijgende mensen. Echt prachtig om naar te kijken en luisteren. Absolute aanrader deze films!
Lees meer "Musealiteiten" »
- door Olaf Risee
In het laatst verschenen nummer van de Poëziekrant:
- een interview met Jan Lauwereyns: "Toen ik aan mijn proefschrift 'cognitieve psychologie' werkte - erg droog onderzoek, erg technisch - zag ik geen verband met de literatuur. Toen was ik aan de ene kant af en toe met gedichten bezig, aan de andere kant met mijn papers. Toen ik in de neuropsychologie terechtkwam, verzweeg ik het zelf voor mijn collega's. Ik wilde niet dat ze het wisten. Bij sommige wetenschappers leeft er minachting voor kunst en literatuur, en zeker voor poëzie, dus ik zweeg omdat ik vreesde niet voor vol te worden aangezien. (...) In de neurowetenschap wachten mensen tot ze een 'externe validatie' hebben. Zodra ze namelijk vernemen dat ik op buitenlandse festivals word uitgenodigd, weten ze dat het op niveau is. (...) De uitgangspositie is er vaak een van vooroordelen en afstand, maar dat wordt doorbroken als er een exterene validatie komt. Dan worden er zelfs vergelijkingen gemaakt tussen mijn stijl en de neurowetenschappen. (...) In wetenschappelijk onderzoek ga je vaak deductief te werk. Dat verloopt in een rechte lijn. Maar op een moment weet je dat je daar even afstand van moet nemen; je leest bijvoorbeeld een andere onderzoekspaper, en merkt dat daar iets interessants in zit. Op dat moment spring je uit het eerste discours en ontwikkel je een tweede. Later keer je natuurlijk terug. Het gaat dus zo: je beweegt je rechtdoor, maakt even een zijsprong, en dan kom je terug, en op die manier kun je veel beter de lijn voortzetten. Het gebeurt wel eens dat die zijsprong zo'n sterke aantrekkingskracht heeft, dat hij tot een ombuiging leidt. Daarom is het erg belangrijk dat wetenschappers open blijven staan voor die andere perspectieven, want dat kan echte vooruitgang genereren."
Lees meer "Poëziekrant nr. 5, juli-augustus 2007" »
Laatste reacties