« McCarthy in Antwerpen | Hoofdmenu | Eiríkur Örn Nordahl - Mao! Mao! Mao! »

Overleven

- door Arne Pauwels

Enkele weken geleden nam ik Leven, lijden, schrijven / Methode van Michel Houellebecq ter hand. Dat is de Nederlandse vertaling van Rester vivant, een minuscuul boekje uit 1991 waarin de schrijver op cynische wijze een methode beschrijft om, tjah,… om wat? Een succesvol schrijver/dichter te worden? Je staande te houden in een onverschillige samenleving? In leven te blijven, zoals de oorspronkelijke, Franse titel suggereert?
In al zijn bescheidenheid is het een moeilijk boekje. Het lijkt voor de hand te liggen dat je de opzet op een ironische wijze interpreteert. Voor een citaat als het volgende lijkt dat nogal duidelijk: "Henri is één jaar. Hij ligt met vuile luiers op de grond; hij krijst. Zijn moeder loopt met klakkende hakken heen en weer door de betegelde ruimte […]. Ook zij begint te schreeuwen. Henri’s gekrijs verdubbelt. Dan vertrekt ze. Henri is zijn dichterscarrière goed begonnen."

Het cliché is duidelijk. Een ongelukkige jeugd is de basis voor een sterk dichterschap. De poète maudit  waart nog altijd rond in de populaire literaire overzichten, en daarmee in het collectieve geheugen van de man in de straat. Net zoals de daarmee samenhangende biografische lezing van werken en oeuvres. Maar de schrijver doet hier iets vreemds. Een korte zoektocht op het net brengt immers al snel de informatie op dat Houellebecqs eerste levensjaren geen doorlopende babyborrel waren. Deze site maakt er zelfs gewag van dat Houllebecqs ouders "soon lost all interest in his existence", een zinsnede die ondertussen al zijn weg gevonden heeft naar Wikipedia en wellicht van daaruit de wereld aan het veroveren is. Los van het feit dat je als niet-Houllebecq-kenner of niet-naaste van de schrijver moeilijk kan nagaan of de informatie die je vindt over ’s mans biografie correct is, doet de schrijver hier wel iets interessants. Hoewel hij op het eerste gezicht een ironische lezing van de aangehaalde passage over Henri lijkt te beogen, schuilt er achter dat citaat wellicht dus ook een biografische achtergrond.

De vraag is natuurlijk wat je met dat soort dubbele bodems aanmoet. En hoe je het boekje moet interpreteren eens je op zo’n dubbele bodem bent gestoten. Natuurlijk kan je het geheel dan gaan lezen als een poëticaal manifest. Dat ís het natuurlijk ook, maar dat lost het probleem van de dubbelzinnigheid niet op. Het is duidelijk dat Houellebecq zijn cursus creatief schrijven zodanig over the top drijft dat hij er niet alles van kán menen, of toch? Of is hij als schrijver toch iemand die zich optrekt aan klassieke versbouw? (antwoord: ja) Moet je als dichter inderdaad geen nieuwe vorm uitvinden? (Tussen haakjes: probeert Xavier Roelens dat al dan niet in zijn debuutbundel waarin alle 52 gedichten (4 x 13) 13 regels bedragen, witregels meegeteld?) Je kan zijn uitspraak dat nieuwe vormen zeldzaam zijn, en dat ze niet per se eerst worden gebruikt door de grootste dichters, moeilijk tegenspreken, maar moet niet elke dichter op zoek naar zijn eigen, dus ietwat nieuwe vorm? Gelooft hij echt dat het bestaan één groot lijden is? Met zijn achtergrond (ai, nu doe ik het weer) in de psychiatrie… En hoe praktisch is zijn visie op het leven echt? ("Een dode dichter schrijft niet meer. Het is dus belangrijk dat u blijft leven.")

Vooral die laatste vraag lijkt interessant omdat Houellebecq zich in Rester vivant een groot tegenstander toont van wat hij bestempelt als een samenleving die als doel heeft "u" (d.i. de aangesproken ‘leerling-dichter’) te vernietigen en dat met het wapen van de onverschilligheid zal trachten te doen. Maar daar komen de moeilijkheden weer: "Sluit u nergens bij aan. Of sluit u aan en pleeg direct verraad. Geen enkel dogma mag u al te lang ophouden. Militantisme maakt gelukkig, en u hoort niet gelukkig te zijn." En "raak niet verstrikt in de netten van de verdraagzaamheid, dat miezerige stigma van de ouderdom. De poëzie is in staat definitieve morele waarden te formuleren. U moet de vrijheid haten met alle kracht die u in u hebt." Geen militantisme dus, maar blijkbaar moeten we wel op de barricades gaan staan voor een poëzie die onverdraagzame morele waarden kan formuleren. Of lees ik het verkeerd? Of is dat dan toch weer ironisch? Of…?

En wat hiermee: "U bent de doodgraver, en u bent het kadaver. U bent het lijk van de samenleving. U bent verantwoordelijk voor het lijk van de samenleving." Dood én levend? Oorzaak én gevolg? Samenleving én participant aan/moordenaar van de samenleving?

En zijn deze slotzinnen dan de ultieme doodsteek van het project, of net niet: "Natuurlijk zal het leven u blijven verscheuren; maar van uw kant hebt u niet zo heel veel boodschap meer aan het leven. Denk eraan: in de kern van de zaak bent u al dood. U staat oog in oog met de eeuwigheid." Cynisch, of cynisch-ironisch en dus gemeend? En hoe lees je het dan? Ben ik te jong of te oud om dit te vatten? Of moet ik het allemaal zo moeilijk niet maken en zijn dit toch misschien vooral autobiografische uitspraken – waarvan een lezing wellicht wel weer via de websites hier aangehaald kan worden samengesteld? Komt dat spook dan toch ook hier weer waren en is Houellebecq misschien toch zijn eigen cliché dat ondanks alles wil overleven? En wat doe je dan met de titel van zijn blog ("Mourir," of zelfs "Mourir II" want het zou niet de eerste blog zijn die Houellebecq bijhoudt) die in dit stuk ergens als link hangt?

Reacties

Laat een reactie achter

Feeds


  • > Meer feeds...

Laatste reacties