« in Letterland: poëzienieuws én feeds | Hoofdmenu | »

Tópdichters in de Tuin van Heden

- door Olaf Risee

Tuin van Heden En het geschiedde de dato 12 juli 2007 dat in de Onderstraat 20-22 te Gent de Tuin van Heden werd geopend met waarlijk waarachtige verzen van poëtische apostelen allerhande, zoals daar zijn: Paul Bogaert, Eva Cox, Lut de Block, Bernard De Bruyckere, Bernard Dewulf, Charles Ducal, Luuk Gruwez, Philip Hoorne, Patrick Lateur, Ed Leeflang, Leonard Nolens, Els Moors, Frank Pollet, Xavier Roelens, Tony Rombouts, Karel Sergen, Hedwig Speliers, Willy Spillebeen, Miriam Van Hee, Roel Richelieu Van Londersele, Marcel van Maele, Ivo van Strijtem, Herlinda Vekemans en Victor Vroomkoning. Allemaal tópdichters bezwoer de dienstdoende chasseur van de gewijde openingsplechtigheid. En ik, uw nederige geschiedschrijver dezes, ik zou hem werkelijk niet durven tegen te spreken. Hoewel gezegd moet worden dat de ene tópdichter net iets tópper is dan de andere, dat wel.

Luuk Gruwez en Van Londersele Vier tópdichters waren uitgenodigd tijdens de heugelijke openingsplechtigheid hun poëtische dingetje te doen: Eva Cox, Bernard Dewulf, Luuk Gruwez en Victor Vroomkoning. Zij werden geïnterviewd door een vijfde tópdichter: Roel Richelieu Van Londersele. Nu is het werkwoord 'interviewen' hier wellicht enigzins misplaatst. Van Londersele stelde vragen zoals hij poëzie bedrijft, niet uit interesse of nieuwsgierigheid, vanuit de Geest der Poëzie kortom, maar vanuit een kleinburgerlijke, dogmatische kijk op wat poëzie volgens hem zou moeten zijn. Zoals Van Londersele's gedichten al dood zijn alvorens de inkt het papier heeft aangeraakt, zo waren zijn vragen reeds dood voordat ze werden uitgesproken, want: wat onze eigen natuur wil brengt de dood, maar wat de Geest wil brengt leven en vrede. Romeinen 8 vers 6.

De vier tópdichters droegen voor uit eigen werk, waarbij één van hen aanzienlijk tópper bleek te zijn dan de rest. Het was de tópdichter Eva Cox, die door Van Londersele niet als dichter maar als vrouw werd aangekondigd, als ware zij een noviteit. En inderdaad, zij ware een noviteit, doch niet omdat zij vrouw is maar omdat zij verblufte met haar frisse voordracht en dito teksten, met name met een gedicht dat geen gedicht bleek, maar een poëtische monoloog of monologische poëzie, waaruit duidelijk bleek dat tópdichter Cox zich na haar debuut Pritt.Stift.lippe, dat feitelijk niet veel meer is dan een verzameling schrijfoefeningen, sterk ten goede heeft ontwikkeld. Binnenkort te lezen in De Brakke Hond.











Reacties

Laat een reactie achter

Feeds


  • > Meer feeds...

Laatste reacties