Awater, zomer 2007
- door Olaf Risee
In het laatst verschenen nummer van Awater:
- een interview met Maria Barnas n.a.v. haar tweede bundel Er staat een stad op: 'Barnas zei ooit in een interview met Krakatau: "Wat mij irriteert zijn dichters die woorden gaan uitvinden.' Maar in deze bundel gebruikt ze zelf woorden waar Word een rood golfje onder zou tekenen. Knokkelwaarts. Bloembloed. Vlugvluchtig.
Lachend: "Bestaan die niet dan?" Dan: "Ik ben daar wat in veranderd, denk ik. Ik had er echt een grote allergie voor en nog steeds vind ik het een groot verschil of je woorden bedenkt om maar woorden te bedenken en een soort bizarheid de wereld in te kogelen, of dat je een woord verzint omdat er echt geen beter is. Maar ik laat nu meer toe dat dingen niet helemaal onder controle zijn. Er staat zelfs nog een vierde verzonnen woord in."
En soms vraagt een gedicht er gewoon om. Zoals met spuuglikken, het vierde verzonnen woord. Ze gebruikt het in een gedicht waarin het beeld wordt teruggespoeld. Bezoekers 'spuuglikken koffie in kopjes'. Barnas: "Terug in de tijd drinken, daar moest ik iets voor verzinnen. Je kunt ze niet laten spugen, dat is te onbeheerst. Het kon hier niet anders."
- een profiel van Judith Herzberg door Nico de Boer: 'Herzberg is nog steeds actief. Weliswaar bereikt haar poëzie, zoals in de bundel Zoals vaak (2004), niet meer het niveau van het vroegere werk, het behoudt ondanks de zware thematiek de vertrouwde lichte toets. (...) Herzberg las vorig jaar uit eigen werk tijdens het feest dat Jan Eijkelboom vanwege zijn tachtigste verjaardag werd aangeboden. "Dat vond ik heel mooi", zegt de dichter die kort na die mijlpaal door een beroerte werd getroffen. Dat de dichteres bij derden afstandelijk overkomt, verbaast hem niet. "Op dat feestje was ze erop tegen dat ze werd gefotografeerd", zegt Eijkelboom. "Toen ze voorlas, stokte ze even. Er was teveel lawaai. Ergens ver weg oefende een band. Als je goed kon luisteren, kon je dat horen. Ach, ze wordt wel eens lastig genoemd, maar de reden daarvan kan ik meestal goed begrijpen."
- een interview met Lévi Weemoedt: "Als jongen was ik nog normaal. Daarna ging het bergafwaarts. Nerveus. Trillerig. Neurotisch. Ik ben altijd op jacht, altijd op zoek naar dat ene, onbereikbare gedicht. De enige juiste formulering. Schrijven is ongezond. Je wilt teveel en het mislukt te vaak. Toen mijn vrouw overleed, heb ik mezelf ernstig vervloekt: o, mijn god, dacht ik, wat heb ik die vrouw aangedaan? Natuurlijk heb ik pillen geslikt, psychiaters bezocht. Maar je moet zoveel mogelijk uit de psychiatrie wegblijven. Dat is verschrikkelijk: zelfs als je naar het toilet moet, stellen ze dat in verband met je diagnose. Tegen mij zei eens eentje: 'Lees anders eens het werk van Lévi Weemoedt. Dan zie je dat het altijd erger kan.' Depressie is oneindig narcistisch. Er is niets belangrijkers dan je eigen ondergangsgevoel. Maar eigenlijk moet je jezelf niet zo serieus nemen. Amor fati, zei Nietschze: leer je lot liefhebben. Een mens moet tot dappere daden komen. Zijn kruis dragen. Mijn eerste bundel heette niet voor niets Geduldig lijden. Want dat is toch wel waar het leven op neerkomt. Het is moeilijk. Maar als je jezelf licht neemt, kun je vliegen: eruit komen met een gedicht."
- een opiniestuk van Michaël Stoker: 'Waar het experiment in literaire bladen structureel wordt gesubsidieerd door het Nederlands Literair Productie- en Vertalingen Fonds, zijn podia over het algemeen afhankelijk van projectsubsidies van particuliere fondsen en het Fonds voor Amateur- en Podiumkunsten (FAPK). Commissieleden van het FAPK die zich over de aanvragen buigen, hebben ongetwijfeld een grote expertise op het gebied van podiumkunsten, maar vaak niet op het gebied van literatuur. De financiële steun aan literaire podiuminitiatieven is in vergelijking met theater en muziek klein en willekeurig. Slams en podia die ruimte bieden aan het experiment worden voornamelijk uit de eigen zak van organisatoren, deelnemers en kroegbazen gefinancieerd. Niets mis mee, maar wanneer bladen als Tirade, De Gids en Revisor met bedragen tussen de twintig- en veertigduizend euro per jaar worden gesubsidieerd en daarmee een gemiddeld publiek van ongeveer achthonderd lezers bereiken, dan is het gerechtvaardigd de ontkenning van literaire podia binnen deverdeling van staatsgeld voor letteren ter discussie te stellen. Ter vergelijk: het Nederlands Kampioenschap Poetry Slam werd vorig jaar voor een publiek van ruim vierhonderd man voor vijfduizend euro georganiseerd. Podia met een laboratoriumfunctie zijn het literaire tijdschrift van de eenentwintigste eeuw en moeten daarom dezelde status krijgen als het literaire tijdschrift. Dan kan het podium zich loszingen van de poffertjeskraam en de rijmelaars en ruimte bieden aan experiment. Dat levert pas een ervaring op.'
- gedichten van Annemieke Gerrist en Tonnus Oosterhoff, een interview met Nadja Hüpscher, een column van Rob Schouten, een inleiding op het werk van de Georgische dichter Sjota Iatasjvili, een gedichtenanalyse van Rutger H. Cornets de Groot over J.H. Leopold, en veel recensies.
stoker heeft dit keer wel een beetje heel erg veel gelijk, veel te veel gelijk, een schandalig teveel aan gelijk aan zijn zijde.
poëzie in fondsjes - fondsjes voor amateurkunst - niks fondsjes voor amateurkunst en podiumkunsten - we stomen op naar OCW - letteren - heren en dames! en ook gij plasterk! maak u niet voor het leven belachelijk.
Geplaatst door: pom wolff | 15 juli 2007 om 8:43