« Een sigaar voor de avonturier | Hoofdmenu | »

Interview met Frédéric Leroy

- door Xavier Roelens

Frédéric Leroy (Blankenberge, 1974) won vorige week de prijs Letterkunde 2007 van de provincie West-Vlaanderen in de categorie ongepubliceerd werk, met de bundel Lucifer en het grote belang (van kleine rituelen). Een jury bestaande uit Elke Brems, Maja Panajotova, Dirk de Geest, Hans Vandevoorde en Hans Groenewegen schenken hem op deze manier 2500 euro.
Leroy is geboren in West-Vlaanderen, maar woont ondertussen al verschillende jaren in Brussel. Hij werkt aan de Vrije Universiteit Brussel als microbioloog en voedingstechnoloog.

Frédéric, proficiat! En om maar met een klassieke vraag te openen: hoe blij ben je hiermee?

Heel blij. Het is, met uitzondering van een tweede plaats in Harelbeke, mijn eerste literaire prijs en meteen een belangrijke. Ik ben echt gelukkig met de erkenning van mijn werk door een jury van dergelijk niveau.

Het is een prijs van de provincie West-Vlaanderen. Wat betekent voor jou die provincie en - als Blankenbergenaar - de zee?

Ik heb niet bepaald een speciale band met de provincie als dusdanig maar wel met mijn geboortestreek, de plaats waar ik opgroeide. Toegegeven, Blankenberge is een lelijke betonvlek maar de aanwezigheid van polders, zee en duinen ligt me na aan het hart. De openheid. Ook voel ik me verbonden met de picareske geuzenmentaliteit die de kustlijn typeert. Ik vermoed dat die elementen wel ergens meespelen in mijn poëzie. Overigens hou ik veel van Brugge. Als ik een thuisland zou moeten aanduiden dan is het wellicht de West-Vlaamse kust- en polderstreek. Ik voel me verder amper Vlaming of Belg en al helemaal geen Europeaan. In Brussel voel ik me niet thuis, wat niet wegneemt dat ik er graag woon. Ontheemding kan trouwens bijzonder stimulerend werken. De zee is mooier als je haar mist.

Je debuutbundel "Gedichten" vertoont een visuele vormvastheid, maar je experimenteert ook graag met verschillende vormen. Tegelijkertijd werd je ook geprezen voor de lichte, wat zomerse en zuiderse toon van je gedichten. Komen die beide elementen ook in deze nieuwe bundel voor?

Vrouwkje Tuinman, Willem Kurstjens en Alain Delmotte omschreven mijn gedichten als sensueel, zonnig en zuiders en Piet Gerbrandy merkte een “prettige lichtheid” op. Anderen vinden dan weer dat ik neig naar breedsprakigheid. Ik vermoed dat ik een beeldrijke stijl hanteer die eerder aanleunt bij de Mediterraanse poëzie (waar ik veel van hou) en die in een (veeleer sobere) Nederlandstalige context moeilijker te duiden is. Wat de vormvastheid betreft: ik hecht een gezond belang aan vorm en techniek. Ook in mijn nieuwe bundel. Of poëzie nu volgens een streng metrum of aan de hand van vrije verzen gebracht wordt is niet eens belangrijk, zolang vorm en ritme maar krachtig zijn.

Wat is de evolutie die je tussen beide bundels gemaakt hebt?

Ik vermoed dat ik als dichter aan maturiteit heb gewonnen. Ik ben me meer gaan toeleggen op wat me echt interesseert: het sacrale en het rituele. Mijn gedichten zijn hierdoor waarachtiger geworden. Oprechter.

Hoe verhoudt je academische werk zich tegenover je poëzie? Als ik vergelijk met Jan Lauwereyns die regelmatig wetenschappelijke inzichten in zijn poëtische vormen verwerkt, dan lijkt mij bij jou de afstand tussen beiden groter.

Er is inderdaad weinig wisselwerking tussen mijn onderzoekswerk als wetenschapper en de gedichten die ik schrijf. Wetenschappelijk hou ik me bezig met het beschrijven van min of meer voor de hand liggende causale verbanden en patronen. Met poëzie ga ik juist op zoek naar wat op het eerste zicht aan wetmatigheden ontsnapt en probeer ik evidente verbanden overhoop te gooien. Ik ga er wel van uit dat beide activiteiten te maken hebben met het zoeken naar een plaats in een bevreemdende werkelijkheid (of wat daar voor door gaat). In die zin werken ze dus complementair.

Is er al een planning voor de publicatie van de bundel? En is de bundel sinds 15 januari 2007 (de uiterste inzendingsdatum voor de wedstrijd) ongewijzigd gebleven, of ga je er, ondanks deze prijs, nog aan sleutelen?

Ik vind dat, ondanks de prijs, het manuscript nog niet helemaal af is. Ik zou graag nog wat gedichten toevoegen en hier en daar iets bijschaven. Mischien het geheel coherenter maken. Er is dus nog geen concrete planning maar publicatie op korte termijn is de bedoeling.

Kan je als afsluiter de lezer een voorproefje uit de bundel meegeven?

Götterdämmerung

Eerst nog gejuich. We hadden ze
netjes in het nauw gedreven, hopend
op een laatste revelatie, het verheffen
van de zeespiegel, een bliksemschicht.

Niets van dat. De vage, bleke schimmen
staarden ons aan. Ook de folteringen
weekten geen banvloek los.

Mogelijk was het opwerpen van stilte
hun laatste wapenfeit, het fatale zwijgen
dat een kloof in onze verwachtingen sloeg.

Reacties

Laat een reactie achter

Feeds

  • klik hier voor het allerlaatste (literatuur-)nieuws


    > Meer feeds...

Zoeken

  •  

Laatste reacties

Colofon

Advertenties