« | Hoofdmenu | »

Iedereen een prijs

- door Michaël Stoker

"Hoe erg is de Nederlandse literatuur?" vroeg Bas Heijne zich in zijn NRC-column van 1 juni jl. af. "Met de Nederlandse literatuur is het als met de Nederlandse politiek: iedereen kon aan zien komen dat op een dag de pleuris zou uitbreken." Heijne zag het al jarenlang rotten, etteren, moest het pus bijkans uit de literaire pagina’s drukken en ja hoor: nu is de pleuris uitgebroken. De jury van de Gouden Strop had zich eind mei beklaagd over het feit dat ze een prijs voor spannende boeken moest toekennen aan boeken die helemaal niet spannend waren. Als dat geen pleuris is! En dus zit het volgens Heijne met de hele Nederlandse literatuur niet snor. AKO- en Librisjury’s hadden zich immers al eerder beklaagd. Heijne: "Te veel, te slecht: Nederlandse schrijvers, ik vat het even samen, kunnen gewoon niet zo goed schrijven – en veel te vertellen hebben ze ook niet."

De titel van Heijne’s column, ‘Hoe erg is de Nederlandse literatuur’, herbergt twee veronderstellingen: ten eerste bestaat er zoiets als Nederlandse literatuur en ten tweede is die literatuur 'erg'. Hoe erg valt dan nog te bezien. "De Nederlandse literatuur begint steeds meer te lijken op Idols en de X-factor – amateurs met een blinde ambitie tegenover jury’s die er genoegen in scheppen hen zo diep mogelijk de grond in te stampen." Heijne (overigens zelf jurylid van de van de Contrast-essayprijs en de designprijs Rotterdam) stelt terecht dat we 'aan het generaliserende geklaag van die jury’s' helemaal niets hebben, want gek genoeg volgt na de kennelijk gebruikelijk klaagzang bijna altijd een ‘unanieme’ winnaar, ook bij De Gouden Strop.

Na het ach en wee over die beschamende kwaliteit van de inzendingen meldt de jury het volgende: ‘De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat het ons niet heel veel tijd kostte uit deze vier voortreffelijke boeken unaniem de winnaar te kiezen. Een effectief geschreven, overtuigende en bij tijd en wijle zeer geestige sfeertekening van het criminele milieu, die de verwevenheid tussen boven- en onderwereld, nationaal en internationaal, inzichtelijk maakt.’ En daarmee heeft deze jury zich van zijn hachelijke taak gekweten. Volgend jaar een nieuwe jury met nieuwe lamentabele inzendingen en nieuw gemopper.

Geen pleuris in de poëzie. Afgelopen maanden zijn de belangrijkste poëzieprijzen uitgereikt en geen kwaad woord van de jury’s over het niveau van de inzendingen. De jury van de J.C. Bloemprijs sprak over de vijf genomineerden als dichters ‘met een rijke variatie en een eigen stemgeluid’. De Buddingh’-jury prees zichzelf gelukkig met jurybijeenkomsten ‘in een constructieve sfeer’ die zelfs ‘gewoon erg aangenaam’ waren. Kom daar eens om bij de opknopers van De Gouden Strop. Nee, in de poëzie weten ze wel hoe een jurybijeenkomst gerieflijk te maken. En omdat het zo gezellig is, zijn er intussen ontzettend veel poëzieprijzen. De Buddingh’-prijs is sinds dit jaar bijvoorbeeld niet meer de enige prijs voor het beste debuut: de Liegend Konijn Debuutprijs looft een dubbele hoeveelheid prijzengeld uit en de niet onaardige bijkomstigheid van een vertaling van de winnende bundel in het Engels, Frans en Duits. De Lucy B. en C. W. van der Hoogtprijs geeft tweejaarlijks een aanmoedigingsprijs van 6000 euro weg aan een debutant en wie dan nóg buiten de prijzen is gebleven met zijn eersteling, krijgt een herkansing bij de J.C. Bloemprijs, de prijs voor, jawel, de beste tweede bundel.

Voor wie wat geld over heeft en op zoek is naar een beetje gezelligheid, is er nog een gat in de markt voor het bekronen van de beste derde bundel. Maar met de vierde weer volop kans: zowel Astrid Lampe (Ida Gerhardt Poëzieprijs) en Alfred Schaffer (H.C. Pernathprijs) vielen met hun vierde bundel in de prijzen. De VSB Poëzieprijs, de Jan Campertprijs en P.C. Hooftprijs zijn er voor een ieder die de bovenstaande categorieën ontgroeid zijn, en dan bestaan er nog legio lokale en regionale poëzieprijzen, soms niet minder lucratief. Er gaat geen maand voorbij of er is niet ergens een nieuwe laureaat aangetreden in het gilde van de onsterfelijke dichters. De eerste, tweede, derde en vierde uitzonderlijk aangelegde riolering door loodgieters gaat doorgaans geruisloos voorbij.

En door dat woud aan prijzen gebeurt het dan dat Esther Naomi Perquin genomineerd wordt voor de Buddingh’-prijs, maar de Liegend Konijnprijs wint, Bernard Wesseling met de Buddingh’-eer strijkt, die vorig jaar werd gewonnen door Willem Thies, terwijl ook een sterke bundel van Thomas Möhlmann was genomineerd, die op zijn beurt dan weer is bekroond met de Van Der Hoogtprijs, zoals Perquin een nominatie kreeg voor de Pernathprijs maar dus het Konijn won en werd gepasseerd voor Alfred Schaffer, die voor het eerst niet was genomineerd voor de VSB prijs, een lacune waarop de Pernathprijs direct heeft ingespeeld.

Met al die winnaars kun je je langzamerhand afvragen wat je er eigenlijk aan hebt, aan zo’n prijs. Van de geldbedragen kun je, op de 25.000 euro tellende VSB-prijs na, nog geen fatsoenlijke uitvaartverzekering afsluiten. Of de bekroonde bundels beduidend meer worden verkocht na de winst van eender welk van de opgesomde prijzen, is mij niet bekend. De kersverse Buddingh’-winnaar Bernard Wesseling had in elk geval al een tweede druk zonder ook maar één prijs te hebben gewonnen. En wat heb je er aan als lezer? Krijgen de bundels een grotere waarde? Hoeven we alleen nog de prijswinnaars te lezen?

Er ontstaat met zoveel prijzen een grafiek van nominaties en winnaars die een soort afspiegeling van de literaire kwaliteit pretendeert te zijn, in elk geval wanneer je media en achterflappen moet geloven. Je zou vergeten dat de jury’s vaak uit gewoon een paar mensen bestaan die, als je geluk hebt, van poëzie houden en bundels bekronen die ze mooi vinden. Meer niet. Omdat die paar juryleden vaak eerdere winnaars zijn van de prijzen die ze moeten uitdelen, of van de ene jury naar de andere hoppen, ontstaat er een nauw netwerk van juryleden, winnaars en genomineerden dat eigenlijk nergens een afspiegeling van vormt, behalve van zichzelf. Het is dus onzin om op basis van juryrapporten de vraag te stellen hoe goed of hoe slecht het met de Nederlandse literatuur is gesteld. Elke jury krijgt de inzendingen die zij verdient.

Reacties

Laat een reactie achter

Feeds

  • klik hier voor het allerlaatste (literatuur-)nieuws


    > Meer feeds...

Zoeken

  •  

Laatste reacties

Colofon

Advertenties