- door Xavier Roelens
In Geraardsbergen hangen sinds zondag 27 mei 34 gedichten aan muren en andere onverwachte plaatsen. Onder leiding van beeldend kunstenaar MaRf en de cultuurbeleidscoördinatrice Rina Cosijns werd in de vele steegjes rond de markt van Geraardsbergen gezocht naar goede contexten voor het autonome gedicht. Soms was die context evident. Zo hangt aan het geboortehuis van beeldhouwer Roel D'Haese nu een gedicht dat Hugo Claus schreef bij D'Haeses "The song of evil". Andere gedichten (veelal van plaatselijke dichters) werden speciaal voor een bepaalde locatie geschreven. Maar er ontstonden ook connotaties die een gedicht een meerwaarde gaven. Een titelloos gedicht van Chris Sonck hangt ideaal tegen een cementen muurdeel dat vroeger een raam was. Openheid en geslotenheid van het raam dat geen raam meer is gaat in gesprek met het gedicht. Een ander hoogtepunt is het gedicht Het zevengesternte van Guido Gezelle, niet zozeer vanwege zijn tekst, maar wel door de locatie. Het gedicht is alleen leesbaar wanneer de brug over de Dender de hoogte in gaat. Een aangename verrassing voor wie in de auto staat te wachten.
Zondag werd de steegjesroute ingewandeld en lazen verschillende dichters op locatie hun gedichten voor. Van gedichten, van voordragende dichters en van illegale poëzie vindt u hieronder een sfeerimpressie in foto's.
Lees meer "Steegjesroute in Geraardsbergen" »
- door Edwin Fagel
Het duurt niet lang meer of er wordt aan een universiteit in Vlaanderen of Nederland een scriptie geschreven over de betekenis van Herman de Coninck voor het poëtische klimaat aan het begin van de 21ste eeuw. Als dat niet al gebeurd is. Deze is namelijk welbeschouwd verbazingwekkend groot. Dat heeft wellicht te maken met de spectaculaire timing van zijn fatale hartaanval, vorige week 10 jaar geleden. Een prachtige selectie schrijvers kon er hierdoor getuige van zijn. Maar kennelijk is zijn poëzie ook nog steeds levend, anders valt de massale herdenking van zijn sterfdag vorige week niet te verklaren: tot in de uiterste uithoeken van het Nederlandse taalgebied herdacht men deze sympathieke, wat verlegen, maar vooral voor Vlamingen nog steeds wat al te aanwezige dichter.
Lees meer "De laatste wil van Herman de Coninck" »
- door Michaël Stoker
Ik verblijf deze maand in Portugal. Het land van fado, fatima, FC Porto, bacalhau, en lepel zo nog een rijtje cliché’s op. Pessoa (volgens vertaler August Willemsen Portugal’s grootste en enige bijdrage aan de twintigste eeuwse literatuur) ontdeed zich van de cliché’s van zijn land met de beroemde frase: ‘Mijn vaderland is de Portugese taal.’ De zin is exemplarisch voor een oeuvre dat inderdaad kosmopolitisch en internationaal van aard is en tegelijkertijd onlosmakelijk verbonden met Portugal, voornamelijk vanwege de taal. De taal als vaderland maakt dat een eeuwige zwerver als Slauerhof kon schrijven: ‘alleen in mijn gedichten kan ik wonen’, en dat Nooteboom zich kon ophouden in ‘straten waar de woorden wonen.’ De taal wordt een plaats, een natie, waarvan de grammatica de regels bepaalt en de kaften van het woordenboek de grenzen aangeven. Het suggereert voorts dat poëzie los staat van de politieke, sociale en maatschappelijke structuren in een land. Portugezen, Brazilianen, Mozambiquanen, Angolezen, Kaapverdianen, Azoreanen, Madeirensers en Timorezen, delen Pessoa’s vaderland verspreid over vier continenten, terwijl hun fysieke staten niet meer allemaal onder dezelfde vlag worden geschaard.
Lees meer "Bericht uit Lissabon" »
- door Elbie Adendorff
Met die publikasie van die boek Voëlvry is die stormagtige tydperk van die tagtigerjare weer in die nuus. In die beriggewing rondom die verskyning van die boek is daar tot dusver nie verwys na die ander komponente wat 'n rol gespeel het in die stryd teen apartheid en die demokratiseringsproses nie. Die rol van onder meer kabarette, dramas, literêre tydskrifte en alternatiewe uitgewersisteme het ook 'n bydrae gelewer tot die proses van die demokratisering van Afrikaanse musiek – en moontlik die Afrikaanse samelewing.
Lees meer "Die Voëlvry-beweging se groter konteks" »
Titel: De grote verdwijntruc
Auteur: Onno Kosters
Uitgever: Contact
Aantal pagina's: 64
ISBN: 978 90 254 0658 5
Prijs: € 16,90
Volgende week verschijnt De grote verdwijntruc, de tweede bundel van Onno Kosters. Hieronder kunt u alvast drie niet eerder gepubliceerde gedichten lezen.
Lees meer "3 gedichten van Onno Kosters" »
- door Xavier Roelens
Zes woorden over de gedichtencyclus Arf van Gwenaëlle Stubbe: lekker absurdistische prozagedichten grappig verhalend visualiteit.
Zes gedichten voor op de tram van Oliverio Girondo.
Zes zinnen uit het kortverhaal Gebirgshallen van Robert Walser: “Kent u de Gebirgshallen aan Unter den Linden? Misschien kunt u er eens naartoe gaan. De entree is slechts dertig pfennig. Als u de caissière ook brood of worst ziet eten, keer dan niet met weerzin om, maar bedenk dat het de avondmaaltijd is, die daar genuttigd wordt. De natuur eist overal haar rechten. Waar natuur is, daar is betekenis.”
Lees meer "Yang 1.2007, april: Drijfvergunningen" »
(In Vragen van Neruda reageert een dichter op drie vragen uit het Boek der Vragen van Pablo Neruda. Deze keer: Erik Lindner.)
Wat doet een vlieg die gevangen zit
in een sonnet van Petrarca?
Vliegen lijken op elkaar. Dat wil niet altijd zeggen dat ze dezelfde zijn. Die van Petrarca lijkt echt vast te zitten, want ik vind hem nergens terug in zijn brieven. Wat wel jammer is. Die gaan weer over Petrarca's vrijheid. Maar over die vlieg in dat sonnet: als die daar gevangen zit, blijft die daar gevangen.
Lees meer "Vragen van Neruda aan Lindner" »
- door Olaf Risee
Afgelopen vrijdagavond ging in de Antwerpse Boula-schouwburg de 6e editie van Koningsblauw van start, het poëtische, jaarlijks terugkerende eerbetoon aan Herman De Coninck, die dit jaar precies 10 jaar dood is. In het programma wordt de dichter ruim herdacht - de avond begint en eindigt met een bandopname waarop De Coninck zelf een gedicht voordraagt met op de achtergrond een foto van de betreurde poëet. Acteur Frank Aendenboom vult hem bijna aan het eind van het programma aan, door bijkans het volledige verzamelde werk van De Coninck te declameren. Nu ja, de voordracht duurt in elk geval behoorlijk lang, een gevoel dat nog versterkt wordt doordat Aendenboom elk gedicht op zowat exact dezelfde wijze voordraagt.
Lees meer "Verslag première Koningsblauw" »
- door Xavier Roelens
Kurt Schwitters werd ooit door George Steiner uitgeroepen tot de belangrijkste dichter van de twintigste eeuw. Als schilder zat hij in de jaren twintig in het centrum van de Europese avant-garde. Hij maakte het dadaïsme mee, had futuristische en constructivistische invloeden en was met zijn collages en assemblages een van de voorlopers van verschillende hedendaagse kunsttendenzen. Hij is nog altijd wereldberoemd in Nederland door zijn “dada-veldtocht”, een literaire tournee waarmee hij samen met Vilmos Huszar en Theo en Nelly van Doesburg in 1923 veel roering maakte. Nu loopt er in het museum Boymans Van Beuningen in Rotterdam een tentoonstelling van Schwitters’ werk, geplaatst tussen het werk van bevriende tijdgenoten als Van Doesburg, Arp, Kandinsky, Mondriaan en El Lissitzky. Nog tot 28 mei.
Lees meer "Kurt Schwitters in Museum Boijmans Van Beuningen" »
Vadem is een avondvullend programma waarin één dichter centraal staat. Het uitgangspunt van de avond is een goed geïnformeerd en inhoudelijk gesprek met een hedendaagse dichter. Op 15 mei jl. gingen Jan-Willem Anker, Tsead Bruinja en Thomas Möhlmann dieper in op het werk van Tomas Lieske en dan met name op zijn meeste recente bundel Hoe je geliefde te herkennen, waarvoor hij de VSB-poëzieprijs ontving.
Vadem wordt mogelijk gemaakt door Athenaeum en Spui 25.
- door Tsead Bruinja
Hoe schrijf je een goede inleiding bij een avond rondom een bundel die bekroond is met een grote prijs, waarbij je het juryrapport en een laudatio tot je hebt kunnen nemen en waarbij de dichter bovendien een voortreffelijke toelichting gaf op de inhoud en de beweegredenen voor het ontstaan van die gedichten? Je kunt je een beetje van de domme houden en proberen alle recensies, het dankwoord, het rapport en het laudatio te vergeten maar helemaal lukt dat niet. Je zit vast in je eigen huid, tussen je eigen oren, in je eigen hoofd. Of toch niet?
Lees meer "Waarom een ander in je huid laten kruipen - inleiding bij Tomas Lieske" »
- door Olaf Risee
In het laatst verschenen nummer van de Poëziekrant:
- een interview met Rob Schouten: "Ik heb nog nooit op de computer een gedicht geschreven. Ik ga ook niet verbeteren op de computer. Dan print ik ze weer en schrijf er met de hand bij. Dat doe ik alleen bij gedichten. Columns gaan op de computer, of een roman, waar ik nu mee bezig ben. Poëzie is duidelijk een ander bedrijf. Veel fysieker. Bij de computer mis ik de bladzijden. Je slaat niet om. Het is allemaal gelijkberechtigd, op hetzelfde niveau. Het moet ook krassiger. Een correctie moet niet weg zijn. Dit is geen snobisme: het is een innerlijke noodzaak om het op papier te zien, met verbeteringen waar je nog op kunt terugkomen. Ik schrijf altijd 's avonds en bijna altijd op dezelfde plek. Nooit overdag. Ik begin de dag met het schrijven van columns, heel feitelijk, leuk werk. De poëzie komt echt uit een ander vat en dat vat wordt 's avonds pas aangesloten. Ik schrijf achter dat bureau daar, waar ik verder nooit iets schrijf. Dat doe je ongemerkt, maar het is wel essentieel."
Lees meer "Poëziekrant nr. 3, april-mei 2007" »
- door Arne Pauwels
Onlangs mocht ik in de jury zetelen van een prijs waaraan enkel – veelal ongepubliceerde – studenten deelnamen. Dat ging dan als volgt: uit een hele hoop inzendingen (deze keer blijkbaar een 150-tal) werden vooraf per genrecategorie twaalf inzendingen geselecteerd door een studentenjury - peer reviewing zal dat dan wel heten. En ervan uitgaand dat die procedure het grofste kaf uitfiltert, moet je dan als jury aan de slag met vierentwintig teksten.
Nu begin je als jurylid vaak met een zekere verwachting aan zo’n opdracht. Je hoopt een zeldzame, ruwe diamant te ontdekken waar je enthousiast over kan debatteren. Je hoopt vergelijkingen te kunnen maken met de grote auteurs die je vaak maar half gelezen hebt, maar waarmee je toch je mede-juryleden wil imponeren. En je hoopt veel durf, originaliteit en kritisch vermogen terug te vinden. Met nog jonge, dus overmoedige inzenders zou die durf en die originaliteit als vanzelf moeten komen. En met enkele maanden of jaren hogeschool of universiteit achter de kiezen, zou dat kritische vermogen toch ook al ontwikkeld mogen zijn.
Lees meer "Over gebreken en geloof" »
- door Merijn Schipper
Waar het beeld van Vlaanderen, of evengoed van België, voor Hollanders aanvankelijk bepaald wordt door strips als Astrix & Obelix en later door de vele kolderieke moppen over de voornamelijk patattekes etende, sullige Zuiderbuur, kon men op 11 mei 2007 bij het DineZpluZ rekenen op een koekje van eigen deeg. Geen van de Vlaamse literaire rijzende sterren was tonrond en de dichter-presentator Alexis de Roode waste de gasten flink de oren met gewiekste moppen die zij, de Hollanders, gewoonlijk niet over zichzelf te horen krijgen. Het schuddebuiken was een goede warming-up voor de dis, waarbij seizoensgetrouw asperges het hoofdmotief vormden.
Lees meer "Verslag dineZpluZ - Vlaams Vers!" »
(In Vragen van Neruda reageert een dichter op drie vragen uit het Boek der Vragen van Pablo Neruda. Deze keer: Hélène Gelèns.)
Is het waar dat in een mierenhoop
de dromen zijn voorgeschreven?
Ja. Zelfs in de vrije ruimte zijn dromen voorgeschreven. Maar waarom zou iemand dromen wat is voorgeschreven?
Lees meer "Vragen van Neruda aan Gelèns" »

- door Erik Jan Harmens
F. van Dixhoorn
Twee piepjes
De Bezige Bij
Als een Nederlandse snelweg een baan smaller wordt, kom je op de linkerbaan de volgende borden tegen: ritsen over 500 meter, ritsen over 300 meter, ritsen over 100 meter en tenslotte: hier ritsen. Op de rechterbaan krijg je de mededeling: geef ritser ruimte. Ik neem aan dat als ik de dichter F. van Dixhoorn naast me in de auto zou hebben zitten, hij geïntrigeerd zou kunnen raken door die ritsborden. Omdat ze absurd gearrangeerd aandoen en ook wel grappig zijn in hun ordehysterie, en zo'n duidelijk contrast vormen met bijvoorbeeld Oost-Polen, waar je 160 op de snelweg rijdt en met een kreet het asfalt ineens ziet overgaan in kinderhoofdjes. En nergens een bord te zien!
Lees meer "De fatale piep" »
- door Xavier Roelens
DW B gaat met het themanummer Een spier van goud dieper in op dat ding “midden in ons lichaam, diep in de taal, […] bizar icoon in onze cultuur”: het hart. Zeven auteurs zijn door Bernard Dewulf aangeschreven om meer inzicht in dat ene kloppende woord te bieden. Het leverde slechts kleine inzichten op.
Lees meer "DWB, april 2007: Een spier van goud" »
- door Olaf Risee
Damme is een fraai, pitoresk plaatsje in West-Vlaanderen, gesitueerd tussen Brugge en de Nederlandse grens. Het dorp wordt ook wel boekendorp genoemd - er zijn volop antiquariaten in de schaduw van de kerk terug te vinden. En de idylle wordt gecompleteerd door het omliggende natuurschoon en de altijd goedlachse dorpsdichter Frederik Lucien de Laere, van wie hier en daar wat poëzie tegen de gevels is gespijkerd. Had Damme niet bestaan, dan zou Anton Pieck het wel bedacht hebben. Kortom, pak op een zonnige dag de wandelschoenen of de fiets en aanschouw met eigen ogen hetgeen u hieronder op enkele foto's kunt zien.
Lees meer "Damme Boekendorp" »
(In Vragen van Neruda reageert een dichter op drie vragen uit het Boek der Vragen van Pablo Neruda. Deze keer: Co Woudsma.)
Zal ik mijn lichaamsgeur en kwalen
nog hebben als ik ontslapen ben?
Lichamelijke kwalen: daar heb je na je dood in elk geval geen lást meer van, lijkt me. En een kwaal die nooit meer kwelt is geen kwaal meer.
Geestelijke kwalen: hangt er minstens van af of er een leven na de dood is. En daar zijn de mensen het nog niet over eens. (Ik heb het liefst geen mening.)
Lichaamsgeur: indien aanwezig zal ze eventjes blijven. Maar vrij snel wordt de stank ondragelijk, heb ik eens gelezen. Maar ook die stank verdwijnt weer.
Ik (die deze vraag op mezelf betrek) hoop dat in mijn gedichten iets geconserveerd zal blijven:
Is het mijn stadse charme,
zijn het mijn onbespoten oksels?
Lees meer "Vragen van Neruda aan Woudsma" »
- door Xavier Roelens
“Eind april viel bij meer dan 100 auteurs een positieve beslissingsbrief voor de werkbeuzen in de bus. In totaal kende het VFL voor 940.500 euro werkbeurzen toe. In dit nummer geven we een overzicht van de beslissingen. Ook de toekenningen voor de stripauteurs en voor literaire tijdschriften zijn bekend.”
Zo opent een nieuwsbrief van het Vlaams Fonds voor de Letteren vol goed nieuws voor de uitverkorenen. Ik pik even de dichters uit het lijstje.
Lees meer "Nieuwsbrief Vlaams Fonds voor de Letteren, mei 2007" »
Gisteren organiseerde SLAA een avond rondom Frank Koenegracht. Hieronder kunt u de basistekst van de lezing die Rob Schouten die avond uitsprak lezen.
- door Rob Schouten
Alvorens ik over iemand begin na te denken controleer ik altijd eerst of-ie wel bestaat. Bestaat Frank Koenegracht wel, vraag ik mij dus af en ik kijk in Ton Anbeeks Geschiedenis van de Nederlandse literatuur, en in Jaap Goedegebuures Nederlandse Literatuur 1960-1988, en in Literair Lustrum 2, en in Winkler Prins Lexicon van de Nederlandse Letterkunde en in ’t Is vol van Schatten hier van het Letterkundig Museum en in Ik probeer mijn pen, atlas van de Nederlandse letterkunde.
Nee, Frank Koenegracht bestaat helemaal niet. Althans niet in die boeken. Pas in Altijd weer vogels die nesten beginnen, de jongste geschiedenis van de Nederlandse naoorlogse literatuur van Hugo Brems duikt Koenegracht op, en daar lezen we ook direct waarom ie elders niet mee mocht doen: hij zit in een groepje buitenbeentjes en vrijbuiters waarover Brems schrijft: ‘levendigheid, verrassing, vrijheid, engagement en pathos maakten hen tot randfiguren, die evenwel in sommige opzichten vooruitliepen op wendingen die zich na 1985 zouden voordoen.’
Lees meer "Gesublimeerde katers - over de poëzie van Frank Koenegracht" »
Twee aanwezigen bij het BK Slam - een Nederlandstalige en een Franstalige Brusselaar - hebben elk vanuit hun oogpunt een verslag geschreven. De eerste is Saïd Al-Haddad, medewerker aan FM Brussel en co-presentator van de avond, die voor de eerste keer een slam-avond meemaakte. De tweede is Claude Io. Ze is als Brusselse slammer bezieler van het Slam X-project, waarin ze dichters wil samenbrengen die schrijven over seksuele normen en contacten, in al zijn en haar facetten.
Lees meer "Verslag BK Slam (2) en (3)" »
Titel: Songloed
Auteur: F. Starik
Uitgever: Nieuw Amsterdam
Aantal pagina's: 104
ISBN: 978 90 468 0284 7
Prijs: € 16,50
Op donderdag 10 mei wordt om 17:00 uur bij uitgeverij Nieuw Amsterdam (Jan Luijkenstraat 16 te Amsterdam) de bundel Songloed van F. Starik gepresenteerd.
Hieronder kunt u alvast drie nog niet eerder gepubliceerde gedichten uit Songloed lezen.
Lees meer "3 gedichten van F. Starik" »
- door Elbie Adendorff
Om Jacques Brel as 'n vertalingsprojek aan te pak en daarvan 'n verhoogproduksie te maak; en nog later 'n cd daarvan te maak, sit nie in elkeen nie. Dit is 'n waagstuk omdat so baie kunstenaars hier plaaslik, asook internasionaal, Brel se musiek vertaal en vertolk het. Die meeste van die vertolkings op Suid-Afrikaanse verhoë, geskied egter in Engels, Nederlands en Frans. En nou is Jacques Brel in Afrikaans vertaal!
Naòmi Morgan en Bernard Odendaal van die Universiteit van die Vrystaat het die vertaalprojek aangepak. Die uiteindelik resultaat is 'n kabaretvertoning My man, Jacques Brel wat in 2005 by die Volksbladfees in Bloemfontein en in 2006 by die Woordfees op Stellenbosch op die planke gebring is. Dit is ook in 2006 in Gent opgevoer. Herman van den Berg het die liedere vertolk en Naòmi Morgan het die rol van Brel se vrou, Mische, gespeel.
Lees meer "Jacques Brel in Afrikaans" »
Laatste reacties