Music and lyrics
- door Arne Pauwels
Het is soms moeilijk om nog goede literatuur te vinden. Het leven in een maatschappij waarin instituten van de slechte smaak de publieke ruimte beheersen en handen vol poen scheppen helpt daar niet veel aan. Bovendien lijkt die slechte smaak dan nog in te zijn ook.
De Vlaamse radiopresentatoren Deckers en Ornelis slaan er ons al enige tijd mee dood, en ook Hollywood doet al enkele decennia flink zijn best. Met Music and Lyrics werd onlangs nog een film uitgebracht die de foute zinnen blijkbaar weer kon prikkelen. De film steekt - naar mijn gevoel nogal opzichtig - de draak met de eighties pop. Hugh Grant himself draaft op in een videoclip die zodanig over the top is dat je moeilijk naast de tonnen ironie kan kijken. En toch blijkt de single PoP! Goes my Heart het verre van slecht te doen bij de platenboer en worden we via alle mogelijke top-elvendertig radioprogramma's verblijd met zinsneden als "There's something in the way you move, I can't deny, / Every word from your lips is a lullaby." Ik bespaar jullie de vertaling.
Elders (met name hier en hier wordt er gezocht naar literatuur in de huidige maatschappij. En dat die literatuur niet alleen meer te vinden is in in stof gebonden papieren banden is duidelijk. Daar is niet alleen deze website getuige van. Ook films, tv-series, en reportages maken al enige tijd gebruik van wat lang geleden uitsluitend literaire technieken waren. En het is mijn vermoeden dat we literatuur en dan met name de poëzie dezer dagen ook in songteksten mogen en moeten zoeken. Zij het dat we ze niet vinden in het hierboven vermelde popdeuntje.
Nu weet ik ook dat een slechte songtekst toch nog aan kracht kan winnen door een ondersteunende performance en dat bepaalde stukken songtekst meer literair zijn dan andere stukken. En al ben ik het ermee eens dat je songteksten niet over dezelfde kam moet scheren als een literaire tekst, toch ben ik ervan overtuigd dat je songteksten wel enigszins kan en mag afwegen op hun literariteit. Los nog van de impact die songteksten hebben op de gemiddelde tiener en de toenemende invloed die songteksten hebben op de literaire vaardigheden van jonge studenten, heeft er eigenlijk altijd al enige literatuur gescholen in lyrics. En met literariteit als criterium is de ene songtekst gewoon beter dan de andere. Punt. Ik vermoed dat ik bij de lezers dezes niet meteen iemand zal vinden die dat betwist en bijvoorbeeld de teksten van een Marco Borsato op eenzelfde plan zou zetten als die van een Bob Dylan.
Het verschil tussen de twee is wel moeilijk vast te stellen. Een en ander kan je nog verklaren met literatuuropvattingen, maar toch blijft er een rest die je nauwelijks kan benoemen, die met een vaag begrip als ‘literariteit’ wordt aangeduid, en je eigenlijk alleen ex negativo kan benaderen. Als redacteur en jurylid wordt er van mij verwacht dat ik me uitspreek over teksten van relatief jonge schrijvers. In die hoedanigheid zou ik een tekst als de volgende met de nodige scepsis bekijken:
And so it is
Just like you said
It would be
Life goes easy on me
Most of the time
And so it is
The shorter story
No love, no glory
No hero in her sky.
(uit: The Blower’s Daughter van Damien Rice)
Het is moeilijk de vinger te leggen op het probleem in deze tekst. Te direct misschien (no love, no glory), te weinig beklijvend (just like you said / It would be), te veel déjà-vu (the shorter story). Verderop in dezelfde song maakt de songwriter het nog bonter:
I can’t take my mind off of you
I can’t take my mind
My mind
Op zich opnieuw een tekst die eerder in het kladboek van een puber thuis hoort, of van een waanzinnige, hoewel je aan de andere kant misschien wel de verkortende herhaling als literair kan waarderen. En dat Rice betere teksten schrijft dan de hier aangehaalde staat buiten kijf.
De tekst van Pop! staat dan weer stijf van de clichés. Dat heeft enerzijds te maken met de ironie waarmee de song overgoten is (let bijvoorbeeld eens op de vertolking van “gold and silve-e-er”), maar anderzijds heeft de ironie natuurlijk ook een referent, en is ze een commentaar op de commercie – die voor een groot deel drijft op herkenbaarheid en toegankelijkheid. Nu ga je uit mijn mond niet horen dat een toegankelijke tekst in de regel minder literair is dan een minder toegankelijke (de hele De Coninck-Van Bastelaere-discussie in een notendop), maar het is wel een feit dat de gemiddelde songtekst nauwelijks inventief genoemd kan worden, en – voor een groot deel daardoor – nauwelijks literair ook. Misschien moet ik mijn vermoeden dus aanpassen: we moeten geen literatuur zoeken in de meeste songteksten, zeker niet in de teksten van de songs (of ‘songs’) die we het meeste horen op de radio. Literatuur lijkt immers ook daar een niche geworden.
Reacties