Vragen van Neruda aan Ramon
(In Vragen van Neruda reageert een dichter op drie vragen uit het Boek der Vragen van Pablo Neruda. Deze keer: Renaat Ramon.)
Kun je me liefhebben, alfabet,
en geef je me een substantieve zoen?
Zal ik de klinkers minnaars noemen,
de medeklinkers maîtresse, simultaan?
Ik onderhoud ze allen. Punctueel.
Ik houd hun kleuren in mijn hand.
Ik houd van ze, ik bemin de zwarte A
zoals door Francesco Griffo gesneden
voor Kardinaal Bembo en Manutius Aldus.
Ik houd van de vergulde initialen
en de heldere weelde van blauw
in de Très belles heures du Duc de Berry,
van het qwertyklavier op een Remington,
van alle schreefloze karakters waarin het werk
van Elburg is gezet, Elburg Jan G.
En ik geloof dat de liefde wederkerig is:
vooral de blanke alef houdt van mij,
maar ook de x en de omega
en zeker de sonore Bodonische O.
Waar is het kind dat ik was,
nog in me of verdwenen?
In mij
is de tijd blijven stilstaan.
In mij
is de moeder gebleven,
de vader – de vader en de zoon.
In mij
zijn de dode vrienden
jong gebleven, leven
de vreugden van vroeger,
beklijven de angsten
en de meesters van weleer.
In mij
is twijfel nooit wijsheid geworden
en wat toen leven was
blijft leven
tot de jongste dag.
Spuwen de o’s van de locomotieven
rook, vuur en stoom?
Zo is het vuur:
het geeft leven aan rook
die in de rode avond
in slow motion
een hoge hemel tekent
waarin alle vormen verzameld
en verzadigd zijn, zoals: de condor
en de Moravische broeders,
de vale muren van Mexico,
de zonen van de heidense goden,
de beatles, de blonde najaden
en de donkere tekens van de zodiak.
Zo is het vuur:
gegoochel.
Reacties