« Poëziekrant, nr. 1 (januari-februari 2007) | Hoofdmenu | György Ligeti - Poème symphonique for 100 metronomes »

Yang, nr. 4 (december 2006): Maximale vervangbaarheid

- door Xavier Roelens

"Om het interessante praten we altijd heen. Het is een provisorische stoplap, die wijst op wat weinig houvast biedt maar waarover we graag meer willen weten om te zien of het ook echt iets waard is." In de nieuwste Yang tasten verschillende bijdragen af hoe in het spanningsveld tussen nabootsing (van een voorganger of van een genre) en de ontwikkeling van individualiteit een gedicht / oeuvre / recensie / roman / reisverhaal kan ontstaan – en hoe dat spanningsveld, indien goed opgevoerd, bij gebrek aan een beter gevoel en om zichzelf wat reflectietijd te geven, als ‘interessant’ kan benoemd worden.

Twee meer filosofische artikels stutten het dossier. Enerzijds is er een weerbarstige, dialogische tekst van de hand van Jean-François Lyotard, die cirkelt rond "het interessante" zonder het in een vaste definitie te willen vatten: "[H]et andere laat zich niet als zodanig een rol opdringen. Het kan alleen maar het interessante blijven. Zelf kan het niet ‘werken’, het doet de rest werken, omdat het afwezig is."
Anderzijds definieert Harold Bloom in een tussenhoofdstuk uit The Anxiety of influence elk gedicht als een reactie op een ander gedicht en elke recensie als een reactie op zowel een gedicht(enbundel) als op een andere recensie, want: "Nooit kunnen we een enkele persoon (seksueel of op een andere manier) omarmen, zonder ook zijn of haar familieroman te omhelzen. Evenmin kunnen we een dichter lezen zonder zijn of haar hele familieroman als dichter te lezen. […] Samenvattend: elk gedicht is een misinterpretatie van een gedicht van een voorganger. Een gedicht is niet de overwinning van de angst maar de angst zelf. […] Poëzie is de angst voor invloed, is misinterpretatie, is een gedisciplineerde vorm van perversiteit. Poëzie is misverstand, mislezing, een mesalliance."

De andere bijdragen aan het interessant-dossier zijn opzichtig pervers, of onderzoeken de perversiteit. De gedichten van Daniël Rovers blijken volgens de voetnoot een vrije bewerking van dit boek.
De bijdrage van Aaron Schuster bestaat zelfs helemaal uit citaten, van onder andere Freud, Heidegger, Lacan, Burroughs en Susan Sontag die interessant als psychologische categorie tegenover saai plaatst.
Verder Kees ’t Hart over Herman Brusselmans’: "Brusselmans is er niet op uit de romankunst te vernietigen, hij laat het kunstmatige en conventionele ervan zien door haar te parodiëren en te banaliseren. Meestal door eenvoudigweg alle conventies van de roman met voeten te treden, in deze roman ook door af en toe expliciet de banaliteit van de romankunst aan de orde te stellen […] Neem de verbluffende grap op p. 118: ‘Een van de keerpunten in m’n leven was deze zin.’ Of op p. 126: ‘Daar was, Yolanda met de koffie. Wat staat die komma daar te doen.’"
Minder positief is Sarah Posman over chick lit: "Genreliteratuur wordt […] pas echt goed als ze ongehoorzaam omspringt met dat genre. Als chicklitauteurs werkelijk ‘women as they are’ willen voorstellen, zullen ze stoutere boeken moeten schrijven waarin heldinnen geen doordrukjes van elkaar zijn maar in de eerste plaats hun eigen fictieve zelf."

Posman interviewde ook Kenneth Goldsmith, webmaster van Ubuweb, hoogleraar aan de universiteit van Pennsylvania met een cursus ‘Oncreatief schrijven’, samensteller van een nog te verschijnen bloemlezing rond conceptuele literatuur (voorproefje: http://www.ubu.com/concept) en auteur van boeken als Soliloquy (een onbewerkte weergave van ieder woord dat hij in de week van 15 tot 21 april 1996 uitsprak), The weather (een opsomming van de weerberichten ten tijde van de Irak-oorlog) en Day (waarin hij de New York Times van 11 september 2001 overschreef en het als een 900 bladzijden tellend boek uitgaf). Over de hedendaagse schrijfmethode zegt hij: "[D]e meest effectieve literatuur ontstaat wanneer we aansluiting zoeken bij een collectieve mastermind, zoals we dat doen op het net. We moeten trouwens geen enkel woord meer schrijven. De taak van de auteur bestaat uit informatiebeheer: het enorme vermogen aan taal organiseren en toegankelijk maken. Dat is de nieuwe manier van schrijven." En zijn cursus bevat het volgende: "In mijn lessen ‘Oncreatief schrijven’ spoor ik de studenten bijvoorbeeld aan om te plagiëren, in te palmen, te plunderen en te samplen. Wanneer ze symptomen beginnen te vertonen van enige originaliteit of van een conventioneel denkpatroon, verliezen ze punten."
Conform Goldsmiths eigen uitspraken ("Het interesseert me eigenlijk niet echt of ik wel word gelezen. Ik durf zelfs te beweren dat ik nauwelijks gelezen word. Onleesbaarheid is ondertussen een beproefde techniek van vernieuwende literatuur."), heb ik het hier gepubliceerde fragment uit Day niet gelezen.

De laatste twee bijdragen aan het dossier zijn van Jeroen Theunissen (over de toerist Chatwin die Patagonië bezoekt en Theunissen zelf die, hoe onderbouwd ook hij inzicht wil krijgen in de wandaden van de Argentijnse dictatuur uit de jaren ’70, toch ook een toerist moet blijven tegenover de werkelijke tragiek) en van Arjen Duinker (een ode aan het oninteressante).

Verder bevat het nummer een verhaal vol taalplezier van C.C. Krijgelmans, met zinnen als: "En tevens, en nog een keer tevens, en tevens weer, was clara een piekerige pompeuse, een diaboluske copralel, een gesodomizeerd uitstulpend puilsel van iederjewelste, een kontsataneer, een door alle krakelinge beenderen heenprikkend of mergzuigend schepsel: het inzuigend substraat van een feminitreiterig allooi, waar geen feestelijke of treinachtige bedstandjes konden aan tippelen, wegen haar nooit geziene verbaasdheden. En nu zwikkend tegen rob aanleunend. Evenwel." Volgen, die jongen.
De gedichtencyclus Oogst van Arnoud van Adrichem is niet bang voor invloed van het werk van Alfred Schaffer, maar hoort met de volgende verzen ook duidelijk thuis in dit nummer: "Iets heel anders. / Iedereen weet dat wij geen gewelddadige, opgefokte mensen zijn. / Aan ieder gedicht gaat een ander gedicht vooraf: de bronnen. / Wie citeert hier wie? Wij citeren alleen de meest exclusieve schrijvers! / Moet u zich er weer mee bemoeien! Hoeveel verwijzingen telt u? / En hoeveel letterlijke citaten? Wij zijn eenzame wolven op kale steppen."

Verder nog recensies van Liedjes van Nachoem M. Wijnberg, 9/11, The culture of commemoration van David Simpson en van de films United 93 (regisseur: Paul Greengrass) en World Trade Center (regisseur: Oliver Stone).

En voor de laatste keer rondt writer-in-residence David Nolens het Yang-nummer af: "De media-aandacht voor literatuur is groot. Dat is goed. Wat is de kwaliteit van die aandacht? Als hij zich niet wapent, wordt hij weer het jongetje in de klas, meegesleurd op de golven van een wispelturige groepsdynamiek. […] Uiteindelijk blijkt dat heel de klas is besmet met een complex dat de identiteit ontregelt. Een getalenteerde leerling vertelt hem dat hij elk jaar aan de examens deelneemt, opdat hij niet zou worden vergeten. Een andere leerling is nu bijna doorzichtig, omdat hij zijn huiswerk weigert in te leveren. Hij houdt niet van lijstjes, wil niet dat er met zijn naam wordt gestrooid in rapporten. Hij herkent zich daar niet in. Ach, ze hebben zijn behaarde billen in een korte jongensbroek gewrongen. Zijn kloten spannen, zijn achterste knelt. Ze hebben hem een petje opgezet. Nu is zijn denken nóg minder vrij. Dat broekje en petje gaan over de haag. Voortaan cultiveert hij de trots van de archetypische arbeider, die spuwt op de patron en tegelijk het geld aanneemt."

Reacties

Laat een reactie achter

Feeds


  • > Meer feeds...

Laatste reacties