Verslag De Nachten (deel 2)
- door Olaf Risee
Zaterdagavond, 27 januari, even voor acht uur. In de rode zaal van De Singel te Antwerpen opent Stijn Vranken De Nachten 2007: "Zoals u weet, dat mag ik hopen althans, bestaan De Nachten voornamelijk uit veel sex en geweld. Soms is er tussendoor ook wat muziek en literatuur, dat was nodig om de subsidieaanvraag rond te krijgen."
Sex en geweld dus. Ik ben er klaar voor.
Hélène Gelèns opent met een korte voordracht van zo'n tien minuten. Gedichten uit haar debuut niet beginnen bij het hoofd. Gelèns hap-hap-hapert af en toe, maar haar voordracht is gedegen. Haar stem doet me denken aan de stem van Hagar Peeters, met dit verschil dat Gelèns meer intonatie gebruikt en daardoor boeiender is om naar te luisteren.
In de andere zaal, de blauwe, mag in Letterland-redacteur Xavier Roelens het spits afbijten. Roelens kan in technisch opzicht formidabel voordragen - ik ken maar weinig mensen die een gedicht als dit, waarmee hij opende, zo perfect uit de mond kunnen laten rollen - maar hij is een matige podiumpersoonlijkheid. Ik heb diverse optredens van hem meegemaakt waarbij hij zijn capaciteiten duidelijk overschatte. Nu was dat gelukkig niet het geval - geen gekke fratsen, geen goedbedoelde doch mislukte drang tot 'experimenteren'. Roelens moet gewoon doen wat ie goed kan: staan en voordragen.
Gert Vlok Nel zingt mooie liedjes, speelt gitaar. Een bassist begeleidt hem. Kreten als 'breekbaar' en
'melancholisch' zijn hier bij uitstek van toepassing. De blauwe zaal, die nog niet voor de helft gevuld is, blijkt te groot voor hem. Mensen lopen in en uit, deuren gaan open en dicht. Gert Vlok Nel verdient beter, en in zijn geval staat 'beter' gelijk aan 'kleiner' - een intieme bruine kroeg waar de antirookfascisten nog niet de scepter zwaaien en getatoeëerde zeebonken gedreven achter de wulpse wijven aanzitten.
Ik ben een VIP deze avond, wat betekent dat ik backstage mag. Ik doe dat, daartoe aangezet door een continue nicotinebehoefte, regelmatig, en mis derhalve een aantal optredens helemaal of half. Ik zou sowieso niet alles hebben kunnen meemaken omdat er op verschillende plaatsen tegelijkertijd verschillende dingen gebeuren. Ik maak een stukje Breis mee, een flardje Nick Makoha, die overal ter wereld aan jongeren poëzielessen schijnt te geven. Ik stel tevreden vast dat ik een kinderloze oudere ben.
In een gang, bij een lift, worden Roelens en Thomas Blondeau geïnterviewd door twee Brakke Hondjes. (Het resultaat zal, naar ik aanneem, binnen afzienbare tijd hier te zien zijn.) Blondeau vertelt me dat hij een dag ervoor, in De Balie in Amsterdam, de volgende vraag voorgeschoteld kreeg: 'Wat is het morele ijkpunt van jouw generatie?' We lachen erom en verzinnen ter plekke diverse morele ijkpunten.
Ik zie nog de Cowboy Junkies optreden. Ze beginnen met drie lang uitgesponnen nummers zonder ziel en spelen de blauwe zaal, die die avond voor het eerst vrijwel geheel gevuld was, half leeg. Daarna volgt een uptempo nummer dat de hoop op betere muziektijden doet opleven, maar helaas, met het vijfde nummer zakt de hele boel weer in elkaar. Ik verlaat de zaal, ik keer de opvallend tuttige look - bloemetjesjurk, jaren '80 Dynastie-kapsel... - van de zangeres mijn rug toe.
In de rode zaal speelt Roosbeef. Zangeres Roos Rebergen redt mijn avond. Had ik gestaan, ik was gevallen. Voor dat meisje met het rode haar dat op weergaloze wijze mijn aandacht weet te ketenen in haar merkwaardige liedjes. Roos is een vrouw om van te houden. En dat doe ik dan ook.
Het laatste dat ik zie is het optreden van Stijn Vranken. Vranken is zonder meer een goede performer, maar vanavond is hij een goede performer die moe is. Te weinig slaap gehad, vertelt hij me later.
De Nachten, zaterdagavond, inmiddels zondagochtend zeer vroeg. Ik heb iets gemist deze editie: sex en geweld, of toch in elk geval de energie die daar vanuit gaat.

Reacties