Poëziekrant, nr. 6 (november-december 2006)
- door Olaf Risee
In het laatst verschenen nummer van de Poëziekrant:
- een interview met Geert van Istendael: "Literatuur is altijd elitair. Ik bedoel: zoals een goed meubel, een goed brood ook altijd elitair zijn. Er zit arbeid in, maar evengoed kunde, een soort beheersing van het ambacht die een ander niet heeft. (...) Aan de populistische opmerkingen dat ik elitair zou zijn met en in mijn schrijven heb ik een gloeiende hekel. Die opmerkingen komen dan gewoonlijk van mensen die precies even elitair zijn als ik, mensen namelijk die het voorrecht hebben gehad om een opleiding te krijgen zoals ik die gekregen heb. Ik vind dit trouwens heel gevaarlijk: alles wat niet meteen nuttig is of niet meteen kan worden ingepast binnen de hoofdstroom, die altijd wordt afgebakend door vooroordelen, wordt al snel afgedaan als hatelijk-elitair."
(...) "Toen ik filosofie studeerde, zei ooit professor Wylleman tot een volle aula: 'U bent niet nuttig voor de samenleving. Ik ben niet nuttig.' Hij wees erop hoe gevaarlijk het is de mens als nuttig te definiëren, want dat eindigt in concentratiekampen. Die uitspraak is me altijd bijgebleven. Als poëzie, schrijven in het algemeen, dan toch enig nut heeft, dan als waarschuwing tegen het nut."
- een essay van Alain Delmotte over Renaat Ramon: 'De poëticale démarches van Ramon zijn niet vanzelfsprekend. Ze zitten vol uitdagingen. Ook voor de lezer. Zijn gedichten laten zich schrijven en lezen middenin het oog van een storm: in het spanningsveld tussen het expressieve en het verstilde, het lyrische en het beschouwende, het koortsige en het onderkoelende, het esthetische en het moralistische. Wat betekent dat het procesmatige, het conflict en het dialectische impliciet en wezenlijk deel uit maken van het gedicht. Dit proces houdt een stoïcijns volgehouden verweer tegen 'toeval en willekeur' in. Een duel tegen de tijd. Tegen het vergeten. Vormwil en vormvastheid kenmerken Ramons gedichten.'
- een interview met Thomas Möhlmann: "Op Verhelst wilde ik ooit afstuderen. Eerder had ik de Russen leren kennen en ik was daarvan onder de indruk, zozeer dat ik een tijdje dacht: waar hou ik me in de studie Nederlands dan eigenlijk mee bezig? En wat stelt het Nederlandse proza dan helemaal voor? Later gebeurde zoiets nog eens met Latijns-Amerikaanse schrijvers, en daarna leerde ik het proza van Peter Verhelst kennen en ik dacht: hé, dit is Nederlands! En dit is goed! Ik wilde afstuderen met poëzie en dat schreef hij ook. Dat zou dan ook wel heel goed zijn. Ik had al een idee opgezet voor de scriptie, maar gaandeweg stelde zijn poëzie me nogal teleur. Ik schreef die scriptie uiteindelijk maar over iets heel anders.
Geert Buelens vind ik wel goed. Het is aan de ene kant heel afgewogen en aan de andere kant heel emotioneel, heel authentiek op een manier die ik verder niet zoveel terugvind. We hebben het over dichters die moeilijk gevonden worden. Het is goed om af en toe een recensie te schrijven. Dat dwingt je om goed te kijken. Als ik over Wouter Godijn geen recensie had geschreven voor Awater, was me misschien ontgaan hoe steengoed zijn laatste bundel is. Nu schaar ik die bij de beste bundels van vorig jaar. En er komt al zoveel goeds uit de laatste jaren. Terwijl we praten, zit Godijn, of K. Michel of Arjen Duinker waarschijnlijk alweer een nieuw gedicht te schrijven: we leven in een rijke poëzietijd."
- een interview met Edward van de Vendel: Ik heb vijftien jaar in het onderwijs gezeten en ik heb me nog nooit zo dicht bij het leven gevoeld als in die tijd. (...) Als kind was ik niet zo'n grote lezer. Toen ik een jaar of zeventien was, ontdekte ik de jeugdliteratuur en ging steeds meer lezen. (...) Op de Pedagogische Academie merkte ik dat het niet alleen leuk is om iets voor te lezen wat je mooi vindt, maar ook dat voorlezen bijna het belangrijkste vak van de basisschool is. Alle emotionele aspecten komen namelijk aan bod mits je een boek goed uitkiest. Bovendien bouw je aan het eenheidsgevoel van een groep doordat je allemaal op hetzelfde moment hetzelfde avontuur meemaakt.
Daarnaast hield ik me ook bezig met de theaterkant van voorlezen: hoe kun je een passage het beste voorlezen, wanneer levert voorlezen het beste effect op, waar plaats je pauzes. Ik vind het ook fijn om aan leerkrachten voor te lezen. Dan hoop ik dat zij dat weer doorgeven. Het is echt niet moeilijk om met kinderen over poëzie te praten, maar het gebeurt zo weinig! Als je alle leerkrachten die niet van gedichten houden zou moeten pootje haken, dan was je zeven jaar bezig, denk ik. Niet alleen kinderen vinden voorlezen leuk. Als ik gedichten voorlees, zie ik niet alleen kinderen opveren, maar ook volwassenen.
Voorlezen heeft mijn schrijven, zowel van poëzie als van proza, heel sterk beïnvloed. Alles wat ik schrijf, lees ik voor aan mezelf of aan iemand anders om te horen hoe het klinkt."

Reacties