Winterwoordennacht Deluxe
- door Xavier Roelens
Op zaterdag 23 december vond in de namiddag de halve finale van de Gedichtenslag plaats.’s Avonds was de finale onderdeel van een uitgebreid woordprogramma: de Winterwoordennacht Deluxe. In de halve finale was ik jurylid, in de finale toeschouwer. Dat zijn niet de enige verschillen tussen het namiddag- en het avondprogramma.
De jury was teleurgesteld van de optredens in de halve finale. Zo goed als geen enkele dichter haalde zijn niveau uit de voorronde: hij las te gehaast, haperde teveel, vergat zijn tekst, vergat zijn beste teksten te brengen, bracht een nog niet gerijpte tekst, hoorde niet in het format thuis, was doodsimpelweg saai, nietszeggend of niet bijster interessant. Of sommige juryleden vonden haar voordracht te geaffecteerd.
Zo was het niet moeilijk meer om drie dichters uit te kiezen die ’s avonds om de overwinning mochten strijden. Alleen Doeke Fennema, Peter Kluppels en Sacha De Backer haalden het niveau dat men van een halve finale mocht verwachten. Meer woorden maak ik aan de namiddag niet vuil. Het sop is de kool niet waard.
*
Tijdens de Winterwoordennacht Deluxe werd het publiek bij binnenkomst meteen in de watten gelegd. Het kreeg groene lettertjessoep te drinken en kon ondertussen een poëtische video van Jess De Gruyter bekijken. Later tijdens de pauzes zouden er nog hapjes volgen en bij vertrek kreeg het een dicht-het-zelf-pakket mee, in de vorm van kleine plastieken letters.
Een goede vondst in de zaal was de presentatie. Filmpjes met de bellenman van Kortrijk, Gunther Lamoot of de groene kerstman leidden elk optreden in. Ook werd elk optreden van een dichter of cabaretier afgewisseld met een lied van Margaretha Von Parma, zichzelf begeleidend op piano. Soms krijste haar stem, maar de liederen zaten goed in elkaar.
Jelle Meander opende de avond met een gedicht dat me teveel babbelpoëzie was, maar de daaropvolgende klankgedichten brachten de lachspieren op temperatuur voor de rest van de avond.
Andy Fierens bracht een goede set. Zijn optreden was niet zo energiek als deze zomer op Dichters in de Prinsentuin: hij bleef statisch achter de microfoon. Hij maakte ook gedeeltelijk dezelfde grapjes als in Groningen. Maar hij was toch nog altijd erg goed.
Fierens leidde zijn compagnon de route Stijn Vranken in, die het publiek helemaal inpalmde met bijvoorbeeld zijn huwelijksaanzoekgedichten. Net als Fierens bespeelde hij achtereenvolgens de mannen en de vrouwen in het publiek. Vranken probeerde bijvoorbeeld te bewijzen dat mannen niet naar borsten keken. Hij overtuigde het publiek niet in zijn stelling, maar had ondertussen wel de aandacht vast.
Net voor de eerste pauze traden de drie finalisten nog een laatste keer op. Doeke Fennema speelde op veilig met gedichten die hij ook ’s namiddags al had gedaan. Hij straalde opnieuw persoonlijkheid uit en zowel de voordracht als de gedichten waren goed zonder meer. Peter Kluppels zocht de gevoelige snaar te raken. Dat lukte, maar haperingen in zijn tweede gedicht zorgden ervoor dat hij toch niet helemaal tevreden kon zijn met zijn voordracht. Sacha De Backer mikte ten slotte op de lach en had het meeste contact met het publiek. Tijdens de pauze mocht het publiek zijn stem uitbrengen en aan het eind van de avond zou de grote winnaar bekendgemaakt worden.
Na de eerste pauze kwamen Els Moors, Erik Jan Harmens en een gitaar het podium op. Ze openden en eindigden met de country-klassieker Does my ring hurt your finger. De eerste keer waren er nog valse noten, de tweede keer ontstond een mooie samenzang. Daartussenin gingen ze via hun gedichten met elkaar in gesprek. Vooral Moors’ Witte fuckende konijnen waren een groot succes: een aantal jongeren schoot bij elke fuck in de lach. De dichters hadden er zichtbaar plezier in.
Mijn linkerbuurman ergerde zich mateloos aan de voordracht van Christophe Vekeman, maar hij blijft een van de betere rijmelaars is die ik ken. Zijn gedichten zijn niet de beste, de vorm is oerklassiek, maar het ambacht is er. En ondanks zijn tergend trage voordracht slaagt hij er toch in om de spanning vast te houden.
Vitalski eindigde het tweede deel met comedy, afgewisseld met een drietal gedichten. Zijn poëzie vind ik helemaal niet sterk, maar achteraf gaf Vitalski zichzelf een tien op tien en dat is terecht. Zijn optreden was helemaal af: een goede opbouw met een sterke grap aan het eind.
Na de pauze werd de winnaar van de Gedichtenslag bekend gemaakt. Met slechts twee stemmen verschil haalde Sacha De Backer het voor Peter Kluppels.
Freddy De Vadder sloot de avond af met humor in het West-Vlaams. De opbouw was klassiek en nogal los, met zinnen als “Dat doet mij denken aan…”, maar het personagetje van de bierzuipende, kettingrokende en met iedereen ruzie zoekende tooghanger die een no-nonsense slimmigheid uitstraalt, werkte. Er werd uitbundig gelachen en meer moest dat niet meer zijn om middernacht.
Reacties