Slam in L’Aquilone (Luik)
- door Xavier Roelens
Het is een feit dat in Luik het meeste aantal slams van België georganiseerd wordt. Er is maandelijks een slam in La Zone en om de twee-drie maand kan er ook in L’Aquilone geslamd worden. Op die laatste plaats was ik op vrijdag 1 december. Zowel de poëzie in zijn oraliteit als de publiekssfeer was stukken beter dan de gemiddelde Nederlandse slam.
Er zijn een aantal opvallende verschillen tussen Luik en Nederland waarbij ik, ik zeg het maar onmiddellijk, de aanpak in Luik verkies. De presentator, de dichter Dominique Massaut en zelf ook een ervaren voordrachtkunstenaar, herhaalde regelmatig dat het een slamwedstrijd “pour rire” was en op het einde, toen hij aan het publiek vroeg wie er gewonnen had, riep het: “la poésie” en “le slam”. Dat was het enig juiste antwoord.
Ook heette iedereen slameur (of slameuse), ongeacht of hij of zij klassieke gedichten voorlas, een kortverhaal bracht, een stukje cabaret of een persoonlijke oprisping. Dat mocht allemaal in de “micro ouvert”, het open podium waar de avond om half negen mee opende. Wie op het podium wou, kreeg 3 minuten en was slameur. Slameur wordt dan ook beter als podiumdichter vertaald, want in Nederland wordt slammer (of slamdichter) door dichters opgeëist als een geuzennaam, of als een genre binnen de poëzie voorgesteld. In Luik waren alle genres welkom en was de competitie bijzaak.
Het hoofdgerecht, de slamwedstrijd, moest wel drie dichters opleveren die volgend weekend aan de grote United Slam IV in Parijs zullen deelnemen. Opnieuw in tegenstelling tot wat ik algemeen in Nederland zag, lag het accent heel sterk op de oraliteit. De slameurs zongen, of neigden naar rap, of naar cabaret, of zelfs beatbox, met als algemene noemer de stem, het experiment in de mogelijkheden van de stem. Waar in Nederland de doe-maar-gewoon-dat-is-al-gek-genoeg-mentaliteit weer opgang maakt, werd er hier gedurfd. En dat werd gewaardeerd door zowel het publiek als de vijfkoppige jury - vijf mensen uit het publiek die punten gaven van 0 tot 10 (waarbij telkens het hoogste en laagste cijfer afviel, zodat er een puntentotaal op 30 was).
Ik pik van de twaalf deelnemers aan de wedstrijd zes dichters er uit die mij opvielen.
Een zekere Simon bracht in de open ronde een gedicht dat hij met heel veel subtiele stemwisselingen een grote meerlagigheid meegaf. Jammer genoeg ging in zijn geldingsdrang tijdens de competitie de subtiliteit verloren, maar veelbelovend was het wel.
De rapper THX bracht met veel taalgevoel zijn teksten. Hij maakte gebruik van de vele homoniemen die het Frans telt om taalgrapjes te maken, maar oversteeg niet echt de grap. Opnieuw zag ik een ruwe diamant waar iets uit kan komen.
De Brusselse rapper Kalonji straalde dan weer veel persoonlijke betrokkenheid uit in zijn tekst. Zijn tekst in de eerste ronde was met een traag ritme, maar overtuigend. In de tweede ronde leunde hij dichter bij de rap aan, met een terugkerende strofe en een hoger ritme. Hij had een half punt tekort voor de top-drie.
Als derde eindigde Nicolas, een jongen die naar cabaret neigde, een sterke podiumpersoonlijkheid had en klassiek rijmende gedichten bracht. Ik vond zijn tekst iets teveel op de grap gericht.
De eerste twee waren ook in mijn ogen de sterksten van de avond. Op de tweede plaats eindigde de Brusselse beatboxer PouM TchaK. In zijn taal zocht hij de plofklanken op om een ritmische onderlaag aan het gedicht te geven, maar tegelijk zat hij vol literaire verwijzingen naar Père Ubu, naar dada, enzovoort. Bij momenten ging zijn tekst over in klank, om dan weer tekst te worden. Een indrukwekkende luisterervaring was het resultaat.
De “winnaar” Luc Baba (zoals ik al zei was de poëzie de enige echte winnaar, maar hij kreeg wel twee keer 29 op 30 van de jury) had ook de mooiste gedichten. Luc Baba publiceerde al acht romans. In zijn poëzie speelde hij eveneens met homoniemen, maar op een veel diepgaander niveau. In de eerste ronde opende hij met “j’écris des poèmes pour personne / et je veux que personne ne le sache", een sterke opener voor iemand die op dat moment in het centrum van de belangstelling stond. Het gedicht uit zijn tweede ronde was tegelijkertijd grappig, maatschappijkritisch en een filosofische reflectie op het concept tijd (zoals in het homoniem “OTAN / autant / au temps” dat een rode draad in het gedicht vormt). Hij had een hoog Jacques Brel-gehalte, met tegelijk een onzekere en een sterke theatrale présence. Zijn optreden was kortom tot in de details indrukwekkend.
Maar mijn pluim gaat ook naar het publiek. Alleen het café Festina Lente komt in de buurt op het vlak van publieksparticipatie. Het eivolle café (meer dan honderd man) was enthousiast van begin tot einde en liet zich niet onbetuigd wanneer de jury punten gaf. Persoonlijk mocht ik de warmte van het publiek ervaren bij de voordracht van dit gedicht (in het Nederlands). Zelfs toen om 1 uur, na vier uur poëzie, de winnaar eindelijk bekend was, riepen ze de drie winnaars op het podium voor “une autre, une autre”. En die kregen ze, met plezier.
Reacties