Interview met vier dichters
- door Xavier Roelens
Zoals eerder gemeld kregen vier dichters een stimuleringsbeurs voor hun tweede boek. De in Letterland-redactie polste Florence Tonk, Els Moors, Thomas Möhlmann en Peggy Verzett naar hun plannen met die beurs.
De brief met het heuglijke nieuws leidde hier en daar tot spontane taferelen. Florence Tonk: ‘Een van mijn collega's in mijn gedeelde werkruimte reikte de brief aan. Na de eerste twee regels wist ik het al en heb ik iets gedaan dat het midden houdt tussen een sprint en een rondedansje.’ Ook Thomas Möhlmann liet zijn vreugde aan de buitenwereld merken: ‘Mijn buren zagen me die dag op een ongebruikelijk vroeg tijdstip ronddansen en champagne drinken.’
De betekenis van de beurs verschilt van dichter tot dichter. ‘Ik zie de toekenning van de beurs vooral als een soort officiële waardering voor mijn debuut Anders Komen de Wolven,’ aldus Tonk. ‘Je wordt uitgekozen uit een grotere groep aanvragen. Het voelt een beetje als een prijs.’ Peggy Verzett omschrijft het plastischer: ‘deze beurs betekent een aderlating in een al te nauw bloedvatenstelsel en een opmaat naar een reis, bovendien is dat geld ook een stuk erkenning van mijn schrijverschap.’ Els Moors laat er dan weer haar glimlach niet voor: ‘Het is fantastisch leuk natuurlijk. Maar net zo goed had ik hem niet gekregen en dan had ik toch even optimistisch willen blijven.’
De dichters willen met de beurs op de eerste plaats tijd vrijmaken. Vooral voor Tonk is dat het geval: ‘Als freelance journalist heb ik nu de ruimte om iets minder opdrachten aan te nemen en meer tijd te besteden aan mijn tweede boek. Verder zal ik misschien ook een deel moeten gebruiken voor een reis en aanvullend onderzoek.’ Die reis en dat aanvullend onderzoek draait dan rond Oekraïne, waar haar volgende boek iets mee te maken zal hebben. Ze is nog maar pas terug van 9 maanden Kiev en nu moet ze zich weer aanpassen aan het levensritme in Nederland: ‘Ik moet echt weer mijn draai vinden en tegelijkertijd mijn vermagerde banksaldo opschroeven met nieuwe journalistieke of redactionele opdrachten. In Kiev vulde ik volle dagen met literair werk, nu kan dat niet meer. Het wordt een kwestie van strakker plannen en iedere dag beginnen met drie uur schrijven aan het boek. De rest van de dag besteed ik dan aan journalistiek werk of tekstschrijven voor opdrachtgevers.’
Ook Möhlmann wil er vooral tijd mee kopen: ‘Dat betekent niet dat ik minder uren voor het NLPVF of Awater zal gaan werken, wel een grotere onafhankelijkheid van overige inkomsten. In de wekelijkse planning kan zo eenvoudiger tijd exclusief voor het werken aan de tweede bundel worden gereserveerd. Losse klussen, opdrachten en optredens blijf ik natuurlijk doen, zolang ze leuk of nuttig of allebei zijn. Als ik niet net kortgeleden al een nieuwe computer had gekocht, zou ik de aanschaf daarvan trouwens ook onder 'tijdwinst' hebben geschaard. Zo zijn er wel meer dingen te bedenken, zoals de aanschaf van boeken of andere bronnen die me vruchtbaar voor de bundel lijken.’ Voor Moors is het geld dan weer gewoon erg praktisch welkom: ‘Op dit moment werk ik twee dagen in de week, wat niet genoeg is om alle rekeningen te betalen. De beurs geeft me dus tijd in die zin dat ik dat een paar maanden langer kan volhouden zonder in de problemen te komen.’
Peggy Verzett tot slot heeft al concrete plannen: ‘Een klein deel ervan gaat naar mijn zoon die binnenkort achttien wordt. Verder weet ik dat een groot gedeelte besteed zal moeten worden aan de aflossing van een schuld. Maar als het meezit, kan ik nog een deeltje bewaren voor de spaarpot die ik heb aangelegd om een keer naar Nepal te kunnen gaan. De navel van de wereld bekijken met de wandelschoenen aan en de pen in de binnenzak.’
Bij de vraag wat we van hen mogen verwachten en wanneer, antwoordt Tonk: ‘De bedoeling is om eind 2007 het manuscript in te leveren bij mijn redacteur bij Nieuw Amsterdam. Het wordt een roman die gedeeltelijk gebaseerd is op de historische werkelijkheid.’ Ook Möhlmann plant eind 2007 of voorjaar 2008 een nieuwe gedichtenbundel af te hebben. Verzett werkt vooral verder: ‘Ik heb momenteel een cyclus geschreven van tien gedichten onder de titel "Lichting". Die beviel zo goed, dat ik aan een tweede bezig ben. Dus in de nieuwe bundel zullen in ieder geval twee lichtingen plaatsvinden.’ Moors houdt zich dan weer op de vlakte: ‘Ik was aan het werk, ook voor ik het wist van de beurs. Voor de rest vertel ik er nog even liever niets over. It ain't over till the fat lady sings.’
Reacties