Interview met Sinterklaas
- door Bernhard Christiansen
Meneer Sinterklaas, ik ben blij om u eindelijk alsnog te kunnen spreken. Mag ik vragen waarom het eigenlijk zo ontzettend moeilijk is om een afspraak voor een interview met u te maken? Ik werd twee weken lang steeds maar van de ene naar de andere Zwarte Piet gestuurd.
Ach, dat heeft niets te betekenen, dat is een spel, het zwarte-pieten-spel. Kinderen worden direct naar mij gestuurd, volwassenen worden vooral heen en weer gestuurd.
Waarom is dat?
Ach, gewoon een omkering, eens drie weken alles omgekeerd. En daarnaast heb ik het natuurlijk ook gewoon ontzettend druk in deze periode van het jaar.
Meneer Sinterklaas, u staat bekend om uw mengeling van kinderlijkheid en serieuze intenties. Veel mensen kijken uit naar uw komst, anderen zijn juist weer erg bang voor u.
Ja, het zoet en het bitter, de grote marsepeinen koeien en het vuil onder het tapijt dat ik de mensen elk jaar weer in hun gezicht weet te blazen, ja, het is een dankbaar vak.
Een belangrijk onderdeel van dat vak vormt ook de poëzie. Sommige dichters kijken wat meewarig en neerbuigend naar het literaire werk dat elk jaar rondom uw komst massaal ontstaat, voor anderen bent u juist weer een soort van heilige inspiratiebron, vele grote dichters zijn ooit begonnen met het schrijven van Sinterklaasgedichten. Hoe belangrijk is de poëzie voor u?
Ach, die hoort er gewoon bij.
Hoort er gewoon bij?
Ja, poëzie is een uitstekend middel om spijt en schuld aan de ene kant te concentreren en aan de andere kant vloeibaar en verteerbaar te maken.
Spijt en schuld, is dat hetgene waar het u vooral om gaat?
Ja, wroeging, de aandacht voor wel en niet onderdrukte verlangens, voor gemiste kansen en pijnlijke uitspattingen, het afwisselend hardhandig duiken in azijn en dan weer het leggen van dikke zoetsappige tapijten op oude korstige wonden, ja, het is een dankbaar vak. Voor de mensen heilzaam en louterend, voor mij gewoon leuk.
Volgens mij is dat een opvatting die veel dichters met u zullen delen.
Ja, dat zal wel.
En poëzie vormt hoe dan ook een belangrijk onderdeel van dat vak, is het niet?
Ja, poëzie hoort er wel bij.
Zou u ons iets kunnen vertellen omtrent uw persoonlijke opvattingen over poëzie? Vindt u het bijvoorbeeld belangrijk dat gedichten rijmen?
Natuurlijk is het belangrijk dat gedichten rijmen. De inhoud moet verstoren en pijn doen, de vorm moet verzoenen, er moet altijd een gezond tegenwicht zijn om het optimale effect te bereiken, de wet van de zweep en het suikerklontje. Het omgekeerde kan ik mij overigens ook voorstellen, het kiezen van een hele moeilijke vorm om een simpele liefdevolle boodschap te verspreiden, dat kan natuurlijk ook. Maar ja, dat is niet mijn vak.
Wie zijn uw favoriete dichters?
Carel uit Nieuwegein, Thelma uit Breda, Brechtje uit Gent en Annemieke uit Steenbergen. Maar als u mij nu wilt excuseren, ik moet weer verder, daar zijn er nog zoveel die op mij wachten.
Bedankt voor het interview en nog veel speculaas.
Ja, veel speculaas.
Reacties