Poëtisch aperitief Menen
- door Xavier Roelens
Vijftig bejaarde mensen samen is niet noodzakelijk een bejaardentehuis. Op zondag 26 november vormden ze het publiek bij een poëtisch aperitief in het Cultuurcentrum De Steiger te Menen. Vier West-Vlaamse dichters, waarvan twee ook al de pensioenleeftijd bereikt hadden, lazen voor uit eigen werk.
De vier dichters traden op van jong naar oud en werden telkens op voorbeeldige wijze ingeleid door Jooris Van Hulle:
- Lut de Block was verkouden, maar toonde zich toch meesteres van de taal. Ze opende met de door Van Hulle tot klassieker uitgeroepen Dochter en ik en las vervolgens gedichten uit haar laatste twee bundels: De luwte van het late middaguur en Het onverborgene. Vooral de smaak van haar poëzie verleidde me: het gebruik van subtiele klankherhalingen en meer nog van in onbruik geraakte woorden als ooft, iel, meuren, schrottig. Haar gedicht Hortus conclusus uit haar laatste bundel mag van mij een nieuwe klassieker worden.
- Patricia Lasoen bracht op hoog tempo haar parlando-gedichten. Toch was de voordracht een beetje mak, met te weinig accenten. Niet alles kon boeien, maar het gedicht Ballade van Petit Robert, opgedragen aan de onderwijzers in de zaal, was een stevige afsluiter.
- Hedwig Speliers gaf veel uitleg tussen zijn gedichten. Toch deed hij daarmee de gedichten geen onrecht aan. Hij gebruikte bijvoorbeeld zijn korte openingsgedicht (“wit is het ik-sein van zwaan / in het wijland der dingen / wil hij zijn vleugels zingen / schoon is amper raken aan”) om een pleidooi te houden voor het niet alleen luisteren naar, maar ook lezen van poëzie. Zijn tweede gedicht Heren van het bos klonk dan weer erg overtuigend op een podium. Bij het derde, langere gedicht volgde ik niet meer.
- Willy Spillebeen, die een thuiswedstrijd speelde, houdt van verkleinwoordjes. Ze maakten zijn gedichten braaf en niet bijster interessant. Het meest spitse gedicht was Naïade: over een oude ik en een mooi meisje dat vijftig jaar te laat kwam om nog kans te maken.
Poëzie hoeft niet spannend zijn, dat bewezen deze dichters. Het publiek luisterde aandachtig en vormde de juiste sfeer voor een onderhoudend uurtje poëzie met de nodige uitschieters. Ik wens elke dichter vijftig bejaarde mensen toe.
Reacties