« West-Vlaamse Gedichtenslag Lauwe | Hoofdmenu | Als je het maar lang genoeg herhaalt »

Een keuterboer met een bibliotheek

- door Olaf Risee

Op 29 november wordt in het stadhuis van Gent het Verzameld werk van Richard Minne gepresenteerd. Iedereen is welkom na een seintje op (0032) (0)9 222 91 67 of paul.luyten@walry.be.

In De Standaard (24/11/2006) verscheen n.a.v. dit Verzameld werk een artikel van Toon Horsten over Richard Minne, 'misschien wel de grootste Vlaamse dichter van de twintigste eeuw'.

'(...) Zijn weinig omvangrijke literaire productie (zijn belangrijkste werk schreef hij voor zijn veertigste) ervoer hij als een persoonlijk tekortschieten. Meestal toch. In een interview op gevorderde leeftijd luidde hij een andere klok: "Ik zwijg omdat ik alles wat ik te zeggen had, gezegd heb. Ik hou niet van herhaling. Het is volgens mij verkeerd littérateur te willen zijn en elk jaar een boek of twee te produceren. Schrijven doet ge als 't nood doet, anders zwijgt ge."
Wat hij er nu precies van dacht, zal wel nooit duidelijk worden. Wellicht wist hij het zelf evenmin. Precies die tweeslachtigheid is immers typisch voor het oeuvre van Minne, en wellicht ook voor zijn leven. In vrijwel al zijn teksten worstelt Minne met een of andere dualiteit, eenduidigheid vind je in zijn oeuvre niet. Het lijkt altijd of Minne op het zelfde moment links én rechts wil zijn; alsof hij toch wel héél gelovig is voor een overtuigde atheïst. Zijn poëzie is lichtvoetig en somber tegelijk, melancholisch én grappig. Hij knort en gromt, maar heeft tegelijk een grimlachje op het gezicht.

(...)

In zijn poëzie, die vooral in de jaren twintig tot stand kwam, speelt Minnes boerenbestaan een belangrijke rol. In 1923 had een dokter de zenuwlijder Minne aangeraden zich op het platteland terug te trekken. Hij volgde dat advies op, en probeerde tot in 1930 als keuterboer aan de kost te komen. De dichter als boer; de poeët die niet groots en meeslepend wil leven, maar zich tussen de groenten begeeft.

(...)

In de Vlaamse poëzie van de twintigste eeuw neemt het werk van Minne een aparte plaats in. In een tijd waarin de -ismen mekaar opvolgden, zocht en vond Minne een heel eigen stem. Een altijd onnadrukkelijke mengeling van minimalisme en ironie, zonder pathos of aanstellerij. Elke vorm van vooruitgangsoptimisme of geloof in de moderniteit was hem vreemd.
Ja, gaf hij toe, hij schreef wel met mechanische middelen, maar dat hij bijzondere redenen. "Ik schrijf gewoonlijk met een stukje potlood, een stompje, maar meestal met een schrijfmachine. En dat is niet om modern te doen à la Simenon bv., maar omdat ik zelf niet uit mijn geschrift wijs word."
Na 1930 beperkte dat geschrijf zich vooral tot zijn bijdragen aan de Gentse krant Vooruit, waar hij aan de slag ging als journalist. (...) Hij bleef tot aan zijn pensionering bij de krant, waar hij werd opgevolgd door Louis Paul Boon, die hij als medewerker had binnengehaald. "Zo'n mens ontmoet je maar eens elke tweeduizend jaar", zei Boon later over zijn voorganger.

(...)

Dat hij met zijn literair werk de wereld niet zou veranderen, besefte Minne als geen ander. Om wereldfaam te verwerven, moest je met iets spectaculairders voor de dag komen. In Het boek in Vlaanderen 1931 schreef hij: "In 1927 gaf de Volksgazet, bij gebrek aan iets beters waarschijnlijk, mijn portret. In hetzelfde nummer verscheen ook dit van den Kanadees Earl Nelson, een liefhebber van speciale emoties in den aard van Peter Kuerten (22 verwurgde vrouwen op zijn aktief). Een kerel dus van wereldvermaardheid. Niets bijzonders, zult ge zeggen. Inderdaad. Dichters verschijnen gewoonlijk in de krant tusschen moorden, brandstichtingen, velodieven en annonces over baarmoederziekten. Dat is normaal. En juist. Maar een olijkerd uit de redaktie had de onderschriften der beide portretten verwisseld. En dat was weerom juist. Tegenwoordig kent men de dichters niet meer op hun facies. Earl Nelson kon heel gemakkelijk voor zulk een individu doorgaan. Misschien was hij het zelfs. Wie 22 vrouwen weet te verwurgen moet in elk geval over een fantasie beschikken waarbij de mijne tekort schiet. Zodat ik per slot van rekening bij de verwisseling gewonnen heb. Moraal: Alle middelen zijn goed om beroemd te worden."

Reacties

Laat een reactie achter

Feeds


  • > Meer feeds...

Laatste reacties