« Vragen van Neruda aan Kregting | Hoofdmenu | Die stand van die Afrikaanse poësie »

Vragen van Neruda aan Verzett

(In Vragen van Neruda reageert een dichter op drie vragen uit het Boek der Vragen van Pablo Neruda. Deze keer: Peggy Verzett.)

Is inderdaad de droefheid niet wijd
en flinterdun de weemoed?

wanneer de droefheid wijd is en mijn weemoed flinterdun
lig ik met mijn rug tegen een bergkam

adem een goed leven binnen het valse
tegenstrever van ieder begin

zerpe lucht en strapatsen
op het bevroren meer liggen ze op hun rug een refrein
van een oude boeren lied mee te zingen

Waarom verfoei ik steden
die ruiken naar vrouw en urine?

steden die ruiken naar vrouw en urine
met symmetrische plaatsen vol lichting
-de ene- en verduistering -de andere-

ik schuif langs de gracht onder de productieve maan
met dikte onder mijn vleugels

en in de verte "wilt u abuizen voorkomen?"
ze kijken het oogwit uit mijner ogen

ontbijt in de keldergewelven en de dag daarop
zie ik de rok van de vrouw van de man
die een hekel had aan vrouwen

in de etalage hangen

Waarom herinneren oudjes zich
niets van schulden of brandwonden?

chaamhaar / laamhaar / raamhaar / schaamhaar
oudjes herinneren zich ook niet meer hun schaamhaar

ze trekken niet meer aan en ze verbergen ook niets meer
net zoals kinderen uit de boter water halen en melkdelen
houden ze een zuivere substantie over

Reacties

Laat een reactie achter

Feeds


  • > Meer feeds...

Laatste reacties