« Vragen van Neruda aan Dee | Hoofdmenu | Vragen van Neruda aan Kregting »

Interview met Chrétien Breukers

- door Olaf Risee

Bloemlezing Volgende week wordt de bloemlezing 25 jaar Nederlandstalige poëzie, 1980 - 2005, in 666 en een stuk of wat gedichten van Chrétien Breukers gepresenteerd in Utrecht en Amsterdam.

Kun je uitleggen wat je doel is met de bloemlezing?

Maandag is de presentatie. Dan is het voorwoord van het boek te lezen en dan kan ik er meer over zeggen dan ik tot nu toe, bijvoorbeeld in interviews, heb gedaan. Samengevat komt het hier op neer: ik geef een overzicht van wat volgens mij de beste 666 en een stuk of wat gedichten zijn, gepubliceerd door dichters die de afgelopen kwarteeuw hebben gedebuteerd.

Op welke wijze ben je te werk gegaan bij het selecteren van dichters die nog geen uitgever hebben?

Ik heb de 'reguliere' tijdschriften gelezen en op het web heb ik mij ondergedompeld in boeiende websites zoals De Gekooide Roos, de website van de Brakke Hond en ga zo maar door. Ja, zelfs Dichttalent heb ik doorgekeken, zij het, eerlijk gezegd, vluchtig. De gedichten die Danny Degenaar verzamelde en verzamelt, vormen een goede bron. Het is jammer dat de Revisor, Tirade en de Tweede Ronde geen goede websites hebben; de (web)redacties van deze bladen zitten op een goudmijn vol oud materiaal te dutten.

Bij de presentatie op donderdag is Erik Jan Harmens een van je gasten. Zijn debuut omschreef je als 'een verzameling puberale kreten en reclameslogans' en zijn tweede bundel beloonde je met een 1 op een schaal van 10. Laat me raden: je hebt Harmens uitgenodigd voor het onderdeel rotte-tomaten-gooien?

Voortschrijdend inzicht – dat is waar ik naar streef. Van rotte tomaten is mij vooralsnog niets bekend.

But seriously. Waarom heb je specifiek hem gevraagd voor de presentatie? Je had tientallen andere dichters kunnen uitnodigen, dus je vraagt hem niet zomaar.

Dat klopt. Maar je hoeft niet per se een bewonderaar van iemands werk te zijn, om hem uit te nodigen voor een presentatie. Ik ben nieuwsgierig naar wat iemand met een andere (pas op, er komt een lelijk woord aan) poëtica dan de mijne vindt van de bloemlezing.

Krijgen alle opgenomen dichters een auteursexemplaar toegezonden?

Ja. Of ze krijgen het desgewenst mee op 16 of 19 oktober, tijdens de presentaties.

In je Dagboek van een bloemlezer schreef je: 'Het lijkt wel alsof het gemakkelijker wordt om te debuteren – iets waar ik vrolijk aan heb meegewerkt – maar dat auteurs die 3 of 4 bundels hebben gepubliceerd te snel weer uit het zicht verdwijnen. Alsof er, het hoge woord mag er uit, geen traditie kan ontstaan.' Vind je het een positieve of juist een negatieve ontwikkeling dat het 'gemakkelijker wordt om te debuteren'? En hoe zie je in kwalitatief opzicht daarin de rol van je eigen serie De Contrabas?

Een positieve ontwikkeling. Mijn eigen serie probeert daarin een dienende rol te spelen. De Contrabasreeks, de website van de Contrabas, de bloemlezing – ze zijn allemaal een poging om (daar komt weer een lelijk woord aan) het klimaat te bevorderen. Om ervoor te zorgen dat poëzie een beetje volwassen wordt, dat het stadium van de al te kleine vetes wordt achtergelaten. In die zin ben ik, merk ik, een idealist. Ik geef een debuut uit als ik op grond van het debuut nieuwsgierig ben naar de verdere ontwikkeling van die dichter.

Op 30 juni 2004 noemde je in een interview met Rottend Staal  Daniël Dee, Sieger M. Geertsma, Ramsey Nasr, Ingmar Heytze, Petra Else Jekel, Tjitske Jansen en Erik Jan Harmens als voorbeelden van - in jouw ogen - 'jonge dichters met overbodig werk'. In hoeverre is jouw smaak aan verandering onderhevig?

Mijn smaak is zeker aan verandering onderhevig – gelukkig maar. Verder neem ik het mezelf erg kwalijk dat ik het woord 'overbodig' heb gebruikt. Een vervelend woord, met nare connotaties; een woord dat ik nu niet zo snel meer zou bezigen. Laat ik maar eens flink uit de kast komen. Het werk van Ingmar Heytze beoordeelde ik vijf jaar geleden op de mindere gedichten. Tegenwoordig merk ik dat hij de taal laat zingen in zijn beste gedichten – en dat zijn er aardig wat. Het kan verkeren, zoals een andere dichter al schreef.

Hoe denk je over pak 'm beet vijf jaar zelf terug te kijken op je huidige selectie?

Hopelijk krijg ik de gelegenheid om daar achter te komen tijdens het maken van een herziening.

Reacties

Laat een reactie achter

Feeds


  • > Meer feeds...

Laatste reacties