Vragen van Neruda aan Te Bokkel
(In Vragen van Neruda reageert een dichter op drie vragen uit het Boek der Vragen van Pablo Neruda. Deze keer: Pim te Bokkel.)
Misschien is een onzichtbare ster
voor zelfmoordenaars de hemel?
Is het de glans van een vuurvliegje, de weerspiegeling van de zon in de gegalvaniseerde deksel van een vuilnisemmer, een kind dat beneden met een zaklicht speelt? Zijn het de dingen beneden; de tegels, de stoeprand die erbij ligt als de dag ervoor en zich betreden laat door mannen en vrouwen met overtollige hoeveelheden haar op de kuiten?
Er beweegt zich iets in de man. Een vraag is het. Een vraag die zich van het punt waar hij de richel door de zool van zijn gympen gewaar wordt naar boven beweegt. Door zijn kuiten en hoger in de maagstreek blijft hangen.
“Er is zo weinig dat ik weet,” prevelt de mens. Hij ademt. Beweegt zijn rechterhand naar het punt van de walging en kijkt de dingen vragend aan. De dingen rond de gracht en op de stoep die even minuscuul als dwergen en tegelijkertijd zo ongrijpbaar op hem overkomen.
“Hmm…” zegt de wind die zijn kans schoon ziet. Van achter, door de metalen constructie van de brandtrap, over de dakbedekking benadert hij de man, strekt zijn vingers en duwt. Het lichaam buigt zich over de richel, wankelt en ziet de afgrond in.
“Ja…” denkt de man en laat het gaan. Hij voelt vrijheid.
De glinstering van de zon in de gracht en de vuilnisemmer, alles tekent zich steeds scherper af. Elke tel. Elke tel ziet de zelfmoordenaar zichzelf meer in alles gereflecteerd.
“Hoe eenvoudig de wereld,” denkt de sterveling. Hij glimlacht ontspannen.
Lees meer "Vragen van Neruda aan Te Bokkel" »


Laatste reacties