Interview met Michaël Stoker
- door Olaf Risee
Michaël Stoker is secretaris van het Poëziecircus. Dit jaar organiseren zij voor het eerst het NK Poetry Slam, die doorgaat op zaterdag 7 oktober.
De voorgaande jaren werd de NK Poetry Slam nog georganiseerd door De Wintertuin in Nijmegen. Vanwaar nu de verhuizing naar Utrecht?
Eerder dit jaar vernam Alexis de Roode, die op dichtpodia.nl alle poëziepodia van Nederland en Vlaanderen inventariseert en publiceert, dat de Wintertuin geen prioriteit meer gaf aan het organiseren van poetry slams. Onder andere de regionale slams in Brabant/Gelderland, maar ook de nationale slam, sinds 2002 door De Wintertuin georganiseerd, werden daarvan het slachtoffer. En dat terwijl er overal en nergens nog heel actief en succesvol ‘geslamd’ wordt, onder andere in de Utrechtse Schouwburg waar Het Poëziecircus maandelijks ZinderZlam! organiseert. Wij vonden het jammer dat er geen landsfinale meer was terwijl er bij Poetry International wel jaarlijks een ‘Worldslampionship’, ook in 2007, wordt georganiseerd. Daar hoort een publiekelijk gekozen Nederlandse afvaardiging bij. De nog actieve slampodia onderschreven ons standpunt en tezamen met de financiële en organisatorische steun van de Gemeente Utrecht, busmaatschappij GVU en Tivoli was snel duidelijk dat er dit najaar een jaarfinale in Utrecht kon komen. We hebben niet de pretentie iets beter te gaan doen dan De Wintertuin, maar we hebben de lat wel hoog gelegd: Tivoli kan 1000 man publiek herbergen tegen de 300 man van Doornroosje. En naast de entr’acts van de ‘traditionele’ dj en vj komt Vinkenoog de avond openen en spelen de bands A Balladeer en The Lovebombers. Voorts hebben we wat gesleuteld aan de formule vak- en publiekjury.
Er wordt ook dit jaar weer gewerkt met een publieks- en vakjury. Kun je uitleggen wat de rol van beiden is?
De verhouding vakjury en publiek is 50-50. De vakjury bestaande uit Rob Schouten, Maria Barnas en Vitalski geeft de kandidaten cijfers tussen 1 en 10. Het gemiddelde vormt het cijfer van de vakjury. Het publiek applaudiseert zijn rapportcijfer. Een applausmeter registreert de decibellen en zet de hoogste waarde om in een cijfer tussen 1 en 10. Het gemiddelde van de twee cijfers vormt vervolgens het definitieve cijfer voor de betreffende kandidaat. Er is dus geen laatste woord voor één van beide partijen. Het wordt één groot harmonisch poldermodel in Tivoli!
In voorgaande edities is er achteraf steevast gezeik geweest over die applausmeter (de meter zou niet goed registeren, de organisatie zou met de uitslag geknoeid hebben, etc.). Hoe denkt het Poëziecircus dergelijke kritiek te voorkomen?
Die valt niet te voorkomen. Het valt me geregeld op bij slams dat er kandidaten bij zijn die altijd de oorzaak voor hun verlies zoeken bij applausmeters en organisatoren. Als dat ze weghoudt bij de psychiater, lijkt me daar niets mis mee. Zo’n applausmeter heeft ook natuurlijk ook iets kolderieks. Het is een ongenuanceerde, nietszeggende, in ieder geval totaal niet wetenschappelijk verantwoorde registratie van een publieksvoorkeur. Bijvoorbeeld: wordt het klapvee dat achteraan in de zaal staat even goed geregistreerd als het klapvee op de voorste rijen? En heeft de toename van het alcoholgebruik gedurende de avond invloed op de intensiteit van het applaus waardoor de laatste kandidaten steevast luider worden aangemoedigd dan de eerste, ongeacht de bevalligheid van hun poëzie? Ik heb er weer niets over gehoord in de troonrede. Maar het wetenschappelijke onderzoek naar deze prangende vragen staat nog in de kinderschoenen en dus zullen we het met een fijne applausmeter moeten doen in Tivoli. Overigens behoren Utrechtse applausmeters tot de internationale top. We hebben de crème de la crème van de applausmeterindustrie er op gezet.
In het persbericht wordt nadrukkelijk gesteld dat het fenomeen poetry slam door de verhuizing van Nijmegen naar Utrecht uit de underground wordt gehaald. In de jury nemen 'erkende critici' plaats en vier van de kandidaten zijn of worden gepubliceerd bij een 'landelijk erkende uitgever'. Zou je, bijvoorbeeld gelet op het (erkende) succes van Tjitske Jansen en Erik Jan Harmens, en de aandacht voor poetry slam van een literatuurwetenschapper als Thomas Vaessens, niet denken dat de poetry slam al enige tijd uit de underground is?
Tja: betekent een verhuizing van Nijmegen naar Utrecht niet te allen tijde het ontstijgen van de underground? Ik bedoel maar.
Ik zou willen stellen dat Jansen en Harmens groot zijn geworden ondanks het winnen van poetry slams. Het zogeheten ‘papieren circuit’, de lui voor wie poëzie onlosmakelijk is verbonden met papier, je zou ze ook ‘de dode bomen-maffia’ kunnen noemen, is er bij dit soort poëzie-evenementen nooit bij. Thomas Vaessens heb ik in tien jaar Poëziecircus in Utrecht, nota bene gedurende die hele periode zijn woonplaats, nooit gezien. Voor mij is de lans die Vaessens in zijn meest recente boek breekt voor een serieuze aandacht voor podium- en slampoëzie, dan ook een zeer buigzaam riet. Schrijven over slams en dichtpodia is één ding, ze bezoeken is een tweede. Ergens daartussenin gaat het bij Vaessens en vele van zijn collegae mis.
We hebben het underground verhaal benadrukt, omdat tijdens deze slamfinale de vakjury nadrukkelijk bestaat uit mensen die van hun poëzie hun vak hebben gemaakt. Rob Schouten is niet alleen dichter maar schrijft sinds jaar en dag poëziekritieken voor o.a. Vrij Nederland en dichter Maria Barnas is als criticus actief voor o.a. De Groene. Ik heb vernomen dat Rob Schouten in een Wolseley naar de slamfinale komt rijden – over leven van de poëzie gesproken!. De mores bij dat soort bladen en kranten is begrijpelijkerwijs dat de critici in het grote aanbod van 150 dichtbundels die per jaar verschijnen het kaf van het koren scheiden. Dan blijft er maar weinig tijd, laat staan krantenkolommen, over om ook het aanbod op de podia nog eens mee te nemen. Alleen de nieuwe literaire talenten - en dat ben ik dan met Vaessens eens – manifesteren zich niet meer uitsluitend in literaire tijdschriften en poëziebundels, maar in een heel scala van media: van dichtpodia en slams tot weblogs en podcasts. Een criticus moet volgens mij bij het vellen van een oordeel of het vormen van een mening een referentiekader hebben dat enigszins aansluit bij de leefwereld van de onderhavige dichter. Het zoeken naar verwijzingen naar de klassieke oudheid is in hedendaagse poëziebundels nu eenmaal minder vruchtbaar dan het zoeken naar verwijzingen naar de pop- en podiumcultuur. Wil een criticus een vinger aan de pols houden, en dus geloofwaardig blijven als criticus, dan zal hij nieuwe verschijningsvormen van poëzie moeten volgen, hoe groot zijn hekel aan wedstrijdjes, café’s, poppodia, weblogs en wat dies meer zij, ook is. Daarom hebben we niet mensen met een autoriteit in het slam- of podiacircuit, zoals de juryleden Bart Droog en JeRoen Naaktgeboren van vorig jaar, voor de jury gevraagd, maar mensen met een autoriteit in het ‘papieren circuit’. Dat die kruisbestuiving vruchten afwerpt bewees een slamactiviteit in augustus waarbij Het Poëziecircus betrokken was, ‘de Science Slam’ in Utrecht. Daar zaten onder meer hoogleraar Nederlandse Letterkunde Wiljan van den Akker en dichter Esther Jansma in de jury. Ze erkenden totaal onbekend te zijn met het werk van de deelnemende ‘slammers’ (o.a. Alexis de Roode, Sander Koolwijk, Krijn Peter Hesselink) maar waren overdonderd door de hoge kwaliteit van de optredens. Er gingen tal van visitekaartjes over en weer. Twee parallelle werelden die zo ongeveer met hetzelfde bezig zijn, kwamen op een natuurlijke wijze bijeen. Is dat niet mooi?
Door te refereren aan het ‘papieren circuit’ en belangrijke dichters/critici uit dat circuit uit te nodigen bij de avond aanwezig te zijn, wordt de poetry slam een grote dienst bewezen. De wedstrijd zelf staat immers al geheel in het teken van poetry slam. We zullen de deelnemers vertroetelen, we maken een mooie avond voor het publiek, en we stellen de kracht van poetry slam gedurende vier uur helemaal centraal. Maar ik denk dat poetry slam nog een andere dienst bewezen kan worden: namelijk dat de kracht van poetry slam in een bredere context dan alleen die van het NK wordt erkend. Met andere woorden, om Vaessens nog maar eens aan te halen, dat er nieuwe vormen van kritiek ontstaan die recht doen aan de intrinsieke waarde van voorgedragen poëzie. Dat ik geen recensies van bundels meer hoef te lezen waarin wordt beweerd dat de gedichten op een podium vast allemaal erg geestig zullen zijn, maar op papier niet overeind blijven. Hou op! Ga naar het podium. Er worden er door Het Poëziecircus, Passionate, Jambe, Festina Lente, Slamersfoort, Slam Zeist, Epibreren, en vele anderen overal en nergens honderden per jaar georganiseerd. En schrijf vervolgens een recensie van het podiumoptreden van een dichter. Wat is de kracht van de voordracht? In hoeverre wordt er een betekenislaag toegevoegd of afgekalfd door de stem van de auteur? Hoe verhouden taal en lichaamstaal zich tot elkaar? Desgewenst kan daarna in één beweging een bundeling van die gedichten op papier wat mij betreft met de grond gelijk worden gemaakt. Maar dan zijn er wel argumenten. Het lijkt mij dat de poetry slam een dienst bewezen kan worden door de wat kunstmatige scheiding tussen slam/podium en papieren circuit op te heffen. En vice versa.
Geef eens drie goede redenen waarom we allemaal moeten komen op 7 oktober?
Ten eerste: die Wolseley van Rob Schouten. Laat die een inspirerend doel van elke dichter worden!
Ten tweede: de elf kandidaten. Onder de elf genomineerden bevinden zich immers de grote dichters van de eenentwintigste eeuw. Geef jezelf de mogelijkheid om bij de reprise van het NK SLAM in Tivoli over veertig jaar te zeggen: ‘die heeft opa nog in het echt gezien! Sterker nog: die heeft mede dankzij opa’s vaardig klappende handjes gewonnen!’
Ten derde: goede poëzie, presentatoren om van te gaan houden, de opening door de grote Vinkenoog himself, en de band A Balladeer, die een week na het NK SLAM vast en zeker de TMF award waarvoor ze zijn genomineerd gaat winnen! En dat allemaal voor zeven, ja u hoort het goed, zeven euro!!! Allemaal vandaag nog naar het postkantoor voor kaartjes!
Reacties