« Vragen van Neruda aan Starik | Hoofdmenu | Vragen van Neruda aan Tuinman »

Vragen van Neruda aan Holvoet-Hanssen

(In Vragen van Neruda reageert een dichter op drie vragen uit het Boek der Vragen van Pablo Neruda. Deze keer: Peter Holvoet-Hanssen.)

Wat betaalt de Herfst toch steeds
met al die gele biljetten?

Herfst betaalt de zomer, alles lijkt zijn prijs te hebben (ja, Het Lijden) – dus geniet maar van de zomer, van een piekmoment: het zomergroen wordt vlug al geel. Het woord ‘betaalt’ waaide de titel van een nieuw gedicht bij mij aan: ‘De handelsreiziger’, een soort Frankensteinfiguur. Een grimmige handelsreiziger in death products. Omdat beweging in drie stappen verloopt (zet je gewicht op je linkerbeen, dan op je rechter, dan weer op je linker enz.: je zet geen stap vooruit; een derde switch (geen synthese) = geen kabbalablablabla noch ‘zweverige metafysica’ doch elementaire bewegingsleer), daarom heet dit fantoom uit ‘de Dodenstad’: Tritonius. Maar ik ga het hier niet over numerologie hebben (daar hou ik mij niet mee bezig, ik maakte eerder mijn eigen formules) noch ga ik zeiken over dat onbegrepen derde getal. Als ik een bundel als Spinalonga van 44 gedichten voorzag (44 graven waren er op dat melaatseneiland) werd dat al pretentieus bevonden door een collega. Als ik mijn drietand bovenhaalde, hoorde ik ‘Kwakzalver!’. Bij de zucht van exploratiezucht: over de schuttingen durven kijken, met je linkerbeen op Plato, en je rechter op Aristoteles, doen wat je moet doen – daar moet je ook voor betalen.

Zie je niet dat de appelboom bloeit
om in de appel te sterven?

Ja, dat zie ik. U toch ook? Neruda lijkt de Bonder Zonder Naam-toer op te gaan, met wat een mijmering over de kringloop van het leven lijkt te zijn. Ik zou het een Kurt Vonnegut-touch geven. We leven in een waaier van werelden. Bekijk als een ufonaut het aardse mensdom als een tros bomen in de wind: het lijkt één krioelend wezen, gistend van geboorte en dood, zwiepend tussen hemelse en (niet in het minst) helse momenten. Als er een blaadje valt, te jong bv. (een jongeling knalt tegen een paal), haalt men uit naar de al of (dan zeker) niét bestaande Tuinman. Maar het hoort nu eenmaal bij de aard van de boom en: zo vloeit het in dit tranendal. Het leven manifesteert zich keihard  – mààr ’t betreft wel een fruitboom: we kunnen vruchten dragen, zegt Pablo. Een buitenlands monument van een dichter, die mag zùlke verheven gedachten spuien. Ze zijn echter in de alledaagse ondergrond te vinden, mits wat ploegen. Intussen kreeg mijn gedicht een tweede strofe. Next!

Waar is het kind dat ik was,
nog in me of verdwenen?

Ergens zit een kind door het raam van mijn ogen te staren. De ramen zijn vuil, bespat. ‘t Ziet met verwondering hoe mijn lichaam veroudert. Natuurlijk, alles groeit mee, vergroeit – maar in wezen zit er nog een Peter BedPan in mij. Ik mag van geluk spreken, en u die dit leest. Toen ik het graf van mijn moeder ging bezoeken (Antwerpse begraafplaats Schoonselhof, waar ook Paul Van Ostaijen ligt, t Zot Polleke), zag ik het overwoekerde graf van ‘Lisetteke’ – die heeft haar kleuter-puberteit niet gehaald. Alors: pluk de dag en “blijf doen wat je goed kunt en graag doet” (motto van Het Kapersnest): ondanx alles, tegen oprukkende zwarte gaten in. Beste remedie tegen verbittering en frustratie want die smoren en doven creatieve gensters uit. Amen. Ay, een zuchtje moraal is ook al not done. Na drie weken dag en nacht versvoeten tellen (negen, klemtoon op eerste lettergreep) + gestaag opbouw- en snoeiwerk (en dat op vakantie): ‘De handelsreiziger’ des doods (zie verder) kan op pad. Intussen is de vriend (nog geen 42 jaar) van onze beste Kapersnestvriendin naar de eeuwige visvangstvelden verhuisd (zeer agressieve kanker)…
Alle hens aan dek hier. Kassa, denkt Tritonius.

R.I.P. / een goéde wind in uwe zeilen vanwege www.kapersnest.be,
hij-die-géén-podiumdichter-is-doch-naargelang-het-poëzieproject-in-kwestie
-verder-spoort=hoogstens-een-troubadour-in-leerschool:

PETER HOLVOET-HANSSEN

De handelsreiziger

de zottinnekes, ze bloeien – engelen te maken in de sneeuw
mensenkindjes zijn als opwindmechaniekjes, kijk eens hoe ze gaan
mensen zijn van tranen met een hart van zand, van maan of meteoor
ogen blauw en groen van mineralen, van graniet, kwartsiet of soms
van smaragd; van kraanvogels de armen, benen van de kikkers; zie
zandzwervers van aap tot Homo consumentio met implantaat
daarentegen scarabee de dodenzee, vervuilde grijsaardbaard

ik besta in dit gedicht: de dichter switcht drie schakelaars en ik
zet een stap, ik leef: Tritonius; blabla verkoop ik niet, mijn tour
volgt gewoon bewegingsleer (een vonk bespookt wel graag een ijle sfeer
met een drietand in het oude zeer); ‘t is prijs, ik maak reclame voor
Witte Pijp, een snelle dood (crash, nekschot) of mijn doodverzachters als
Super Vanish Droom want bikkelhard zag ik de sleep van gruwelleed
wereld alsmaar kleiner, schaduw groter, zwarte gaten in de tijd

met mijn ibissnavel wroet ik in je angsten, ik drink uit je hoofd
na je breinschipbreuk een bonustrip naar ’t Schoonselhof van Antwerpen
onbekenden troef, beroemden van ’t Stad, dikke nekken – moedergraf
schaduwen van schaduwen, een schaduw van een schaduw van een schim
hoor die troubadour: niet kortwieken, klasseer mij onder wolken, ay
daar de zot en ginds de dichters klaar op maat voor gevels, slagveldspijs
en verdronken vissers – hier, Lisetteke dankt u voor uw bezoek

(uit nieuw poëzieproject Navagio: start in een ‘Dodenstad’: na de storm op het einde van het windstil begonnen Spinalonga spoelen wrakhoutwoorden aan; Navagio verschijnt eind 2007 bij uitg. Prometheus, Amsterdam)

Reacties

Laat een reactie achter

Feeds

  • klik hier voor het allerlaatste (literatuur-)nieuws


    > Meer feeds...

Zoeken

  •  

Laatste reacties

Colofon

Advertenties