Hoofdmenu | Vragen van Neruda aan Hoorne »

Vragen van Neruda aan Vroman

(In Vragen van Neruda reageert een dichter op drie vragen uit het Boek der Vragen van Pablo Neruda. Deze keer: Leo Vroman.)

Waarom beweeg ik zonder te willen,
waarom kan ik niet bewegen?


Pablo, aan wie vraag je dat?
Drijf je als te grote schrijver
grootste goudvis, kleinste vijver,
en is daar een tweede goudvis bij?
Ondanks mijn ijdelheid en ijver,
ben ik geen vis, ben vijvervrij,
vraag die dingen dus niet aan mij.

Voor welk raam bleef ik
kijken naar de begraven tijd?


Voor het raam zonder glas,
Pablo, voel de wind maar
in je verdwenen haar
toen er nog waaien was.

Is het waar dat in een mierenhoop
de dromen zijn voorgeschreven?


O ja, Pablo, lach maar niet,
ga liever slapen,
en droom wat ik nu schrijf,
want dit wordt een lang antwoord
op je korte vraag.
Ik was in een krijgsgevangenenkamp in Cilacap, er was
een korte storm, een boom viel om en ik vond er twee
bladeren aan elkaar geplakt, wist dat het een weefmier
nest was, maakte een kleine opening, en waarachtig, de
mieren stroomden naar buiten, vormden 2 rijen langs de
randen, strekten hun armen naar elkaar, trokken zo de
bladeren weer samen en ja, daar kwam een mier met een
larve in zijn mond en weefde het nest weer heel.
Maar, Pablo, op een heel ander blad stond intussen ook
zo'n mier met de armen omhoog.  Echt waar. Waarom?
Droomde zij
reikend naar de afwezige
daar wel iets bij,
gehoorzamend in dezelfde tijd
heel eenzaam en heel even
de vrede in de doelloosheid
als doel van alle leven?

Warme groeten, Leo

Reacties

Laat een reactie achter

Feeds


  • > Meer feeds...

Laatste reacties